Nu begrijpen ze ten minste wat ze leren

Het basisonderwijs op Curaçao schakelde over van Nederlands naar Papiaments.

Maar in die taal zijn geen lesboeken, dus kiezen scholen weer voor Nederlands.

Emile (9) zit op het puntje van zijn stoel, boven zijn boek gebogen. Met zachte maar opgewekte stem begint hij aan een voorleesbeurt. „Nan a mará streki hel den kabei”. (Ze doen gele strikjes in het haar.) „Emile kreeg eerst les in het Nederlands”, zegt Ali Welvaart, zijn juf op het Kolegio Don Sarto. „Nu hij in het Papiaments les krijgt gaat hij met sprongen vooruit. Hij begrijpt nu wat hij leest.”

In 2001 schakelde het lager onderwijs op Curaçao en Bonaire over van het Nederlands op het Papiaments. Daarmee kregen leerlingen les in hun moedertaal: hoewel het Nederlands de taal is van het bestuur op de Nederlandse Antillen, is Papiaments de taal van het dagelijks leven op Aruba, Curaçao en Bonaire. De omschakeling maakte deel uit van de invoering van het zogenoemde funderend onderwijs, waarbij leerlingen van verschillende leeftijden bij elkaar in de klas zitten. Maar de onderwijsvernieuwing was te hoog gegrepen, vindt het Rooms-Katholiek Centraal Schoolbestuur (RKCS). Het RKCS, dat met circa 11.000 leerlingen op 28 scholen de scepter zwaait over 60 procent van de Curaçaose basisscholen, heeft besloten om leerlingen vanaf volgend schooljaar weer te leren lezen en schrijven in het Nederlands.

Na zes jaar funderend onderwijs zijn er niet voldoende Papiamentstalige onderwijsboeken, vertelt RKCS-directeur Lisette van Lamoen-Garmers in haar kantoor in een oud katholiek klooster in de buurt van Willemstad. „De definitieve methode om te leren lezen en schrijven in het Papiaments is er nooit gekomen”, zegt de RKCS-directeur, „en de methode voor het Nederlands als vreemde taal ook niet.” Het RKCS zou eigenlijk liever doorgaan met leerlingen in het Papiaments te leren lezen en schrijven. Van Lamoen-Garmers: „Maar als er geen materiaal is dan moeten we het in een andere taal doen, en dan kiezen we voor het Nederlands. Methodes in het Nederlands kunnen we zo kopen.”

Kolegio Don Sarto, in het plattelandsdorp Soto, valt ook onder het RKCS. Toch houdt de school vast aan het Papiaments, net als acht andere katholieke scholen. „De meeste kinderen in Soto horen thuis geen woord Nederlands, ”, zegt schoolhoofd Juan Schotborg in zijn werkkamer, „Dus helpen we ze het meest als we ze in het Papiaments leren lezen en schrijven.” Het gebrek aan Papiamentstalige boeken hoopt Schotborg in samenwerking met de andere acht scholen op te lossen.

Juf Suyanne Janga ziet voordelen aan het onderwijs in het Papiaments. „De kinderen die ik vroeger in het Nederlands lesgaf waren bang om te praten”, vertelt Janga. „Als ik vroeger een vraag stelde aan de klas, bleef iedereen stil, maar deze leerlingen willen altijd een beurt. Ze kunnen zich nu veel beter uiten.” Maar het nieuwe systeem heeft ook problemen, geeft Janga toe. Ze moet veel lesstof, voor vakken als geschiedenis en aardrijkskunde, zelf produceren. Waarom het lesmateriaal in het Papiaments is uitgebleven is Janga een raadsel. Maar een collega weet het wel: „De mensen die er op hoog niveau over beslissen, willen eigenlijk geen Papiaments in de klas.”

Dat denkt ook de onderwijsvakbond Sitek. „Het gebrek aan materiaal is geen onderwijskundig of taalkundig probleem”, zegt Sitek-voorzitter Sidney Justiana, „maar een politieke kwestie.” De instanties die de lesstof moeten ontwikkelen zouden liever voor het Nederlands kiezen, meent de onderwijsvakbond. Justiana: „Als het Papiaments op de scholen komt dan wint de Curaçaose cultuur aan invloed. Met de Nederlandse cultuur kun je de bevolking beter onder de duim houden.”

„Onzin”, zegt Ronald Severina, managing director van de Fundashon pa Planifikashon di Idioma, ofwel Stichting voor Taalplanning. Het tekort aan materiaal komt volgens hem niet door onwil, maar doordat de onderwijsvernieuwing op een té grote schaal is uitgevoerd. Én door de stroeve manier waarop het geld verdeeld wordt. „Als we alleen voor de verandering van Nederlands naar Papiaments hadden gekozen, waren we al veel verder geweest.”

Op het Kolegio Don Sarto is de groep van juf Janga begonnen met de Nederlandse les. „Gemètseld, gemètseld, gemètseld”, klinkt het zangerig over het schoolplein. Door het nieuwe onderwijssysteem spreken Curaçaose leerlingen minder goed Nederlands dan voorheen. „We lopen een paar boeken achter”, zegt Janga, „maar deze leerlingen hebben wel de wil om Nederlands te leren. Vroeger konden de leerlingen beter Nederlands, maar wilden ze het niet spreken. Dát is het verschil.”