Musharraf bindt en verdeelt de regering

De Pakistaanse regering zou terreur heel anders aanpakken dan president Musharraf.

Dat lukt slecht, onder andere door de interne machtsstrijd.

Een jaar nadat de bestorming van de Rode Moskee een lange reeks aanslagen in Pakistan inleidde, zijn er weinig tekenen dat de nieuwe regering een antwoord heeft gevonden op de terreurdreiging. In de honderd dagen dat de civiele regering nu het bestuur heeft overgenomen van president Musharraf zijn de hoofdrolspelers verstrikt geraakt in een machtsspel dat vooral gericht lijkt op het zekerstellen van hun eigen posities.

Een aantal aanslagen in de afgelopen dagen laten goed zien dat Pakistan een sleutelrol heeft in de veiligheidssituatie van de regio, en ver daarbuiten. Zondag vond voor het eerst in maanden een grote zelfmoordaanslag plaats in Pakistan zelf. Er vielen zeker vijftien doden, vooral politieagenten, in het centrum van de hoofdstad Islamabad, die doorgaans als veilig wordt beschouwd. Gisteravond volgden bovendien vijf aanslagen in de miljoenenstad Karachi, waarbij zeker 37 gewonden vielen. En in Kabul kwamen gisteren zeker 41 mensen om bij een zelfmoordaanslag op de Indiase ambassade. Afghanistan beschuldigt de Pakistaanse geheime dienst van betrokkenheid, al levert het daarvoor geen bewijs of aanwijzingen.

Wat hebben India en Afghanistan eigenlijk met elkaar te maken? Het antwoord is Pakistan. India en Pakistan zijn aartsvijanden, die sinds hun onafhankelijkheid van de Britten drie onderlinge oorlogen hebben gevoerd en pas in de laatste jaren iets betere relaties krijgen. Eerdere Pakistaanse regeringen, waaronder die van de premiers Bhutto en Sharif, zagen belang in Afghanistan als uitwijkmogelijkheid, een soort achtertuin die van pas kon komen in de strijd tegen het grote India, en steunden de Talibaan.

Toen na de aanslagen van ‘11 september’ het Talibaan-regime werd verdreven, vonden de strijders een toevluchtsoord in de Pakistaanse stad Quetta en in de tribale grensregio. Na de aardbeving in de betwiste deelstaat Kashmir, eind 2005, voegden Pakistaanse militanten die eerst tegen India hadden gevochten zich bij de Talibaan en waarschijnlijk ook de top van Al-Qaeda in het grensgebied met Afghanistan.

De Verenigde Staten vrezen dat een volgende aanslag op het Westen in dat stamgebied wordt voorbereid. Zij steunen Islamabad met miljarden dollars om daar iets tegen te doen en hebben tienduizenden militairen gestationeerd in Afghanistan. India is een van de grootste donoren van Afghanistan. De aanslag in Islamabad toont aan dat het Pakistan nog niet gelukt is in eigen land orde op zaken te stellen.

De Pakistaanse Volkspartij (PPP) van de vermoorde Benazir Bhutto en de Pakistaanse Moslimliga-N (PML-N) van Nawaz Sharif wonnen de Pakistaanse verkiezingen in februari door de onvrede van de kiezers over het militaire bestuur van Musharraf, die tot vorig jaar tevens legerleider was. De bestorming van de Rode Moskee, waarin extremisten zich hadden verschanst, zette veel kwaad bloed omdat het leger in opdracht van Musharraf landgenoten aanviel. PPP-leider Zardari en Sharif waren het er over eens dat de militaire strategie tegen de extremisten in de tribale grensregio met Afghanistan contraproductief was geweest en beloofden onderhandelingen met de stammen in het gebied. De VS hadden liever een voortzetting van de harde lijn gezien.

De regering van PPP-premier Yousuf Gilani is nog onzeker over de nieuwe aanpak. Tot op heden is in één belangrijke regio, de Swat-vallei, een verdrag tot stand gekomen: de militanten daar zouden stoppen met aanvallen op leger en politie en mochten in ruil bepaalde elementen uit de shari’a invoeren. Maar nog voordat de details waren uitonderhandeld vlogen er weer meisjesscholen in brand en werden soldaten vermoord.

Vorige week voerde het leger zijn eerste aanval sinds het aantreden van de regering-Gilani uit, in de tribale regio Khyber. Militanten uit dat gebied zouden de stad Peshawar bedreigen. Er werden ruim 200 arrestaties verricht en wapens in beslag genomen, maar de belangrijkste leiders zijn ontkomen.

Met de aanval op Khyber nam de regering een risico: er zouden wraakacties kunnen volgen zoals gebeurde na de ontzetting van de Rode Moskee. De meest gezochte extremist, Baitullah Mehsud uit de tribale regio Zuid-Waziristan, schortte onmiddellijk zijn onderhandelingen met de regering op en dreigde met aanslagen. Het is onduidelijk of de aanslag van zondag in Islamabad een herinnering moet zijn aan de aanval op de moskee of de uitvoering is van Mehsuds dreigement. Sinds dit weekeinde proberen stamleiders in Khyber weer te bemiddelen tussen de regering en de militantenleiders.

De VS worden steeds ongeduldiger over de nieuwe aanpak. De Pakistaanse regering zou zich moeten concentreren op de strijd tegen terreur en de verslechterende economie, zei onderminister voor Zuid-Azië Richard Boucher vorige week, en niet op het wegkrijgen van Musharraf. Volgens hem is Musharraf „op dit moment niet het probleem”.

De PPP en de PML-N zijn oude vijanden, en hun strijd tegen president Musharraf is een van de belangrijkste onderwerpen die hen bindt. Op de dag na de verkiezingen in februari zei de Moslimliga dat zij Zardari het premierschap zouden gunnen als hij instemt met de heraanstelling van de vorig jaar ontslagen rechters, die dan waarschijnlijk Musharrafs herverkiezing als president zouden aanvechten.

Zardari is daar nog niet op ingegaan – wellicht omdat de rechters hem ook zouden kunnen vervolgen voor corruptie. Daarop heeft Sharif zijn ministers uit het kabinet teruggetrokken. Musharraf is dus niet alleen de man die de coalitie bindt, maar ook de man die hen verdeelt.

Tot op heden hebben de partijen geen concrete stappen gezet die Musharraf – over wie volgens een recente opiniepeiling 73 procent van de bevolking ontevreden is – tot aftreden kunnen dwingen. De president zelf zegt nog geen plannen in die richting te hebben.

Afgelopen vrijdag, toen hij voor het eerst sinds de verkiezingen weer in het openbaar verscheen, waren zijn uitspraken even zelfverzekerd als ze in de acht jaar van zijn leiderschap waren. „Ik zou gisteren zijn afgetreden als dat de problemen van Pakistan had kunnen oplossen”, zei president Musharraf in Karachi. „Maar we kunnen het terrorisme, het extremisme en de economische crisis niet aanpakken als er geen politieke stabiliteit is.”