In Saint-Nazaire-Le-Désert wonen passanten

Het lot van Saint-Nazaire-Le-Désert is het verhaal van duizenden dorpjes in Frankrijk. Midden vorige eeuw begon de uittocht. De economische basis verzwakt. Wat te doen? Als dorp bijzonder worden?

Op een dag in het begin van de 21ste eeuw ging bij het loodgietersbedrijf van René Borne in het Zuid-Franse Montélimar de telefoon. Of hij een verwarmingsketel kon installeren in Saint-Nazaire-le-Désert.

René Borne weigerde.

Saint-Nazaire-de-Woestijn mag dan een schilderachtig dorpje zijn in het groene voorgebergte van de Alpen, slechts 60 kilometer verderop naar het oosten, maar hier in de Provence zeggen ze: daar is niets. Het dorp ligt geïsoleerd in een vallei, aan de oever van het riviertje de Roanne.

Om er te komen, moet je vanuit Montélimar meer dan een uur rijden langs een – mooie – weg waar de stenen en rotsblokken bij een beetje wind en regen vanaf vallen. „Ik dacht: ik kan daar wel een cv-ketel installeren, maar onderhoud is onmogelijk. Laat staan als er een keer iets dringends aan de hand is”, vertelt Borne.

Maar ja, je weet hoe dat gaat. De klant hield aan, beloofde de loodgieter dat het dorp hem „niet teleurstellen” zou en bood een middagmaal aan.

René Borne zwichtte en arriveerde op een zonnige zaterdagmorgen. Al om elf uur belde hij zijn vrouw Valérie in Montélimar. „Ik denk dat ik niet thuis kom slapen vanavond.”

Heel Saint-Nazaire bleek zich te hebben voorbereid. De 140 inwoners hadden hun inventaris gemaakt van lekkende kranen, verrotte dakgoten en verouderde waterleidingen. Een loodgieter op bezoek! Dat was een hele gebeurtenis, in Saint-Nazaire-Le-Désert in het jaar 2002.

Zes jaar later kunnen Valérie en René Borne er nog om lachen. Ze zitten op het terras van Le Bistrot du Village – in Saint-Nazaire-Le-Désert. Het is nu hun eigen café. In 2005 overgenomen toen de vorige eigenaar failliet ging. Na de klussen van René waren ze steeds terug blijven komen. „We waren verliefd geworden op het leven hier”, zegt Valérie.

Nu zijn ze vooraanstaande dorpelingen. René is behalve caféhouder lid van de gemeenteraad, brandweerman, en natuurlijk de plaatselijke loodgieter, die op verzoek allerhande technische inkopen doet in de stad. „Hier voel ik me pas echt nuttig”, zegt hij bij zijn bokbiertje van eigen tap.

En zijn loodgietersbedrijf in Montélimar? „Dat houden we aan”, zegt Borne beslist. Hij somt een reeks verklaringen op. Ze voelen zich verantwoordelijk voor hun werknemers, en die kun je nu eenmaal niet meenemen naar Saint-Nazaire-Le-Désert. Hun twee kinderen gaan naar de middelbare school – en die is er nu eenmaal niet in Saint-Nazaire-Le-Désert. Kinderen van hun leeftijd uit Saint-Nazaire gaan naar een internaat.

En ze zijn gesteld op een „zekere levensstandaard”. „Van ons café hier kan een gezin wel rondkomen. Maar we kunnen niets doen buiten het dorp. Niet op vakantie, geen studie voor de kinderen.”

Mensen als René en Valérie Borne zijn een zegen voor het dorp, zegt Claude Laudet, gepensioneerd postbeambte en sinds kort locoburgemeester. „Ze nemen deel aan het leven in het dorp, maar zijn niet van ons afhankelijk.” Dat geldt niet voor de andere ondernemers in het dorp. Het dorp is eigenaar van hotel L’Auberge due Désert, de camping – in Nederlands beheer – en het pand van de laatste kruidenier annex bakker. Met lage huren proberen ze de activiteit in stand te houden. „Eén moeilijk seizoen, en het wankele evenwicht is verstoord.” De bakker heeft in de winter een baan erbij in de stad.

In hoofdlijnen is het lot van Saint-Nazaire-Le-Désert het verhaal van duizenden dorpjes in Frankrijk. Laudet en burgemeester Daniel Fernandez, dorpeling sinds hij 27 jaar geleden als plaatselijk postchef werd aangesteld, zijn ’s avonds op het terras van Auberge Le Désert in een paar zinnen door eeuwen geschiedenis heen.

In de Middeleeuwen was Saint-Nazaire – een van de dertien plaatsen met die naam in Frankrijk – een kruispunt voor handel en geloof, een katholieke enclave in een protestantse streek. Eind negentiende eeuw brachten een meer productieve landbouw, kleine industrie en geleidelijke ontsluiting van het ommeland bloei. Begin vorige eeuw had Saint-Nazaire-Le-Désert 1.000 inwoners, vijf jaarmarkten en dertien cafés.

Midden vorige eeuw begon de grote uittocht naar de stad. Laudet vertrok zelf in 1968 als postbeambte naar Parijs. Sinds een jaar is hij met pensioen, en terug. In de hoofdstraat domineren nu de pittoreske gevels met gesloten luiken of gordijnen achter de ramen die nooit meer opengaan. Voor de deur van het deftige notarishuis heeft de gemeente een bankje vastgeschroefd op het trottoir. De eigenaar zal het niet merken. Hij is al vijftien jaar niet geweest. Ruim eenderde van de bevolking is bejaard.

Het vervoer werd sneller, maar voor Saint-Nazaire-Le-Désert groeiden de afstanden. Er is geen dokter meer in de omgeving, geen apotheek. Er kwam geen geldautomaat, na verloop van tijd ging het postkantoor dicht.

Midden jaren negentig kwam het dieptepunt. Na een paar verhuizingen telde het gemeentebestuur het aantal leerlingen voor volgend jaar op de dorpsschool. Een, twee… einde. „Zonder school zou het zijn afgelopen”, vertelt burgemeester Fernandez.

Zulke momenten zijn beslissend voor een dorp. Het kan drie kanten op. Eén: op weg naar het einde. De school verdwijnt, de bar-tabac ook. Dan de laatste bakker. Mogelijkheid twee: richting slaapdorp. Aan de rand komt nieuwbouw voor jonge stedelingen die in de stad werken maar met de kinderen buiten willen wonen. Ze hebben twee eisen: niet te grote reisafstanden naar de stad en veel diensten ter plaatse, zonder dat ze daar veel voor hoeven doen. Crèche, school, dokter. „Wij komen niet aanmerking om een slaapdorp te worden” legt burgemeester Fernandez uit. Het eerstvolgende dorp is 25 kilometer verder. Het eerste stadje waar werk is, op 40 kilometer.

Derde mogelijkheid: proberen het dorpsleven in stand te houden door het dorp bijzonder te maken. Dat is een trend. Tientallen Franse dorpen hebben zich omgevormd tot themadorpen. Er zijn biologische dorpen, kunstenaarsdorpen, boekendorpen – vaak lokkertjes voor toeristen in de zomer.

Bijzonder worden heeft Saint-Nazaire geprobeerd. Toen de school leegliep, midden jaren negentig, nam het dorp twee initiatieven. Met het eerste kreeg het landelijke bekendheid: een leegstaand pand aan het dorpsplein werd omgetoverd in sociale woningbouw. Er kwamen gezinnen met uitkering uit de stad. De school werd erdoor gered, maar het experiment werd een fiasco, zegt burgemeester Fernandez. Binnen een paar jaar waren alle gezinnen weg. „Het leven hier is zwaar als je geen werk hebt. Er is niets te doen.”

Een beetje beter verliep het andere initiatief: een tiental ambachtslieden en kunstenaars kreeg goedkoop onderdak. Een van hen was Inky (40), eigenlijk Ingrid de Troyer uit Gent. Ze maakt glas-in-loodramen. Ze woont er nu nog, met zeven andere kunstenaars. Een kunstenaarsdorp? „Dat kun je niet zeggen”, zegt de Vlaamse, in het haar inmiddels meer vertrouwde Frans. „Je haalt het hier eigenlijk alleen als je al commerciële netwerken hebt buiten het dorp.” Zelf reist ze met haar partner, beeldhouwer Igor Bravo, markten in de buurt en tentoonstellingen tot in Eindhoven af. „Als hier toeristen komen, gaan wij op reis.”

Zo vergaat het eigenlijk iedereen, blijkt: alle dorpelingen moet het hebben van hun leven elders. Ook in het teruggetrokken Saint-Nazaire-Le-Désert is het dorp in de geest allang verstedelijkt. Neem Claude en Ghilaine Marche, de hoteluitbaters van 60 en 58 jaar. Drie jaar geleden namen ze de stilgevallen Auberge in het dorpskasteel over. Na zijn pensionering als deurwaarder in de stad Salon-de-Provence wilden Claude en Ghislaine iets „samen doen”. De gemeente bleek bereid het kasteel op te knappen, de huur is spotlaag. Maar ze zijn er alleen zomers. ’s Winters reizen ze. Naar de Canarische Eilanden, Normandië, of naar de kinderen in Lyon. „Ons leven is niet hier”, zegt Ghislaine. Claude heeft een plaats in de gemeenteraad afgeslagen. „Eerlijk gezegd: ik weet niet of ik hier over drie jaar nog ben. We zijn passanten.”

Of neem Aurélie Lechapelier, 28 jaar en geboren aan de Côte d’Azur. Met haar man en drie kinderen woont ze in in het pand dat is omgebouwd voor sociale woningbouw. Ze werkt bij het VVV. Dat doet tevens dienst als antenne voor de post – zo is er toch weer een soort postkantoor. En het is ook bibliotheek, expositieruimte, meldpunt voor de belbus en, als het meezit, volgend jaar computerlokaal met lesuren voor ouderen. Maar vooral kan Lechapelier hier werken omdat ze een functie heeft in alle office de tourismes in de vallei: www.diois-tourisme.com, dat is zij.

Zelfs de traditionele dorpsgemeenschap is de dorpsgrenzen voorbij. Michael Roulet (37) en Amandine Bouix (28) wonen in Viviers, een slaapdorp bij Montélimar. Bijna elk weekeinde zijn ze in Saint-Nazaire-Le Désert, in het familiehuis van Michael. Ze ontmoeten er oude vrienden die nu in Lyon, Grenoble, Marseille en Dijon wonen. „Ik zou hier niet kunnen leven”, zegt Amandine, geboren Marseillaise. „Er is geen werk en we zouden ons doodvervelen.” Maar hun in maart geboren dochter Janelle is in Saint-Nazaire-Le-Désert gedoopt. Niet in de kerk, maar door de burgemeester. Een ‘republikeinse doop’. Janelle zal er misschien geen winkel zien, maar ze is Nazairoise. Symbolisch.

Zie voor de vorige afleveringen van deze zomerserie over de economie van het dorp: nrc.nl/economie