Huurder wil minder vaak woning kopen

Het aantal huurders van woningcorporaties dat zijn huis wil kopen, is de afgelopen jaren gedaald tot 22 procent. In 2000 was dit nog 38 procent, zo blijkt uit een onderzoek onder 14.000 huurders.

Bouw- en vastgoedadviesbureau USP maakte de resultaten van het jaarlijks terugkerende onderzoek gisteren bekend. Een woordvoerder schrijft de daling toe aan de gestegen prijzen van huurwoningen. Het kopen van het eigen huurhuis is daardoor voor minder huurders bereikbaar. De gemiddelde verkoopprijs van een huurhuis is met 148.000 euro wel nog altijd 60 procent lager dan de gemiddelde prijs van een bestaand koophuis en 50 procent lager dan de gemiddelde prijs van een nieuwbouwhuis.

Met name huurders tot 55 jaar met een netto-inkomen van meer dan 2.400 euro per maand willen hun huurhuis kopen. Onder huurders met een lager inkomen is de behoefte om het huurhuis te kopen slechts 14 procent. Deze groep bestaat uit relatief veel 55-plussers. Omdat het kopen van een huis vaak gepaard gaat met een aflossingsperiode van 30 jaar of langer blijven ze liever huren. Bovendien heeft deze groep er reeds een lange periode van huurbetaling opzitten. Omdat de huur zeer laag is, is kopen niet rendabel.

In het westen van Nederland staan huurders het meest positief tegenover het kopen van de huurwoning (24 procent). In Noordoost-Nederland staat 17 procent open voor kopen. In het zuiden is dat 15 procent.

In Nederland staan volgens USP 2,5 miljoen huizen die in bezit zijn van woningcorporaties. Tussen 1999 en 2006 zijn er hiervan 108.600 aan huurders verkocht, wat een deel van de afname van het percentage huurders dat de eigen woning wil kopen kan verklaren.

Corporaties verkopen vooral huizen om financiële middelen te genereren die nodig zijn voor onrendabele investeringen. Dat blijkt uit onderzoek van onderzoeksbureau RIGO in opdracht van het ministerie van Volkshuisvesting (VROM).

Volgens Vestia, met ruim 70.000 woningen de grootste woningcorporatie van Nederland, kleven er voor huurders ook nadelen aan het kopen van hun huurwoning. Vestia stelt zich daarom terughoudend op bij de verkoop van woningen uit het eigen bezit. Zo mag verkoop niet betekenen dat vooral de woningen van mindere kwaliteit overblijven voor de huurders met lagere inkomens.