Het is code rood in de thuiszorg

Twee thuiszorgorganisaties zeggen nu dat ze straks cliënten gaan weigeren.

Dat doen ze omdat hun budget voor 2008 al op is.

Het is roepen dat het brood op is, terwijl er nog wel brood te krijgen is. Want áls het brood op is bij de ene bakker, dan zijn er altijd nog andere bakkers in de wijk. Maar toch, dachten twee grote thuiszorgorganisaties in Groningen, Gelderland en Overijssel. Wij voorzien dat we in de toekomst in de problemen raken, we slaan nu vast alarm.

En dus meldden dit weekend Thuiszorg Groningen en Sensire (de thuiszorgorganisaties voor Overijssel en Gelderland) een cliëntenstop aan: vanaf nu zullen ze geen nieuwe klanten meer aan nemen om thuis te verzorgen, behalve als het gaat om terminale patiënten. Mensen die al thuiszorg ontvangen, blijven die krijgen.

Het gaat om eenvoudige zorg; het helpen aantrekken van steunkousen en het geven van een dagelijkse injectie, tot zeer intensieve thuishulp zodat een patiënt na een operatie thuis kan herstellen en niet langer dan noodzakelijk een duur ziekenhuisbed bezet houdt.

De problemen komen de manier waarop het geld wordt verdeeld. De politiek bepaalt hoeveel geld er beschikbaar is en verdeelt dat over de verschillende zorgkantoren. Het zorgkantoor bepaalt dan per zorgaanbieder (de thuiszorgorganisatie in dit geval) hoeveel geld ze krijgen om de thuiszorg te leveren. Daar moeten ze het een jaar mee doen. Op is op. Als er dan meer mensen hulp nodig hebben, moeten die door naar een andere thuiszorgaanbieder. En als die niets meer te bieden heeft, dan houdt het op.

Maar daar zit een probleem. Als een cliënt een indicatie heeft gekregen, heeft hij récht op zorg.

Terug naar het brood. Aad Koster, directeur van Actiz, organisatie van zorgondernemers, komt met dat voorbeeld. „Stel je voor dat een overkoepelend kantoor van bakkers in een bepaalde regio bepaalt hoeveel brood een bakker mag bakken. Om zoveel mogelijk mensen van brood te voorzien, bakt de bakker zo goedkoop mogelijk. En als het brood op is, dan moeten de klanten naar een bakker een paar straten verderop. Als je de bakker inruilt voor een thuiszorgorganisatie, klinkt het opeens heel zot.”

Brood is brood, zou je kunnen zeggen, maar dat vindt Koster niet. Net zoals iedereen een eigen bakker kiest, moet de cliënt zijn eigen thuiszorgorganisatie kunnen kiezen. Dat heet marktwerking en de politiek heeft besloten dat we dat graag willen in de zorg. De instelling met de beste kwaliteit, trekt de meeste klanten.

„Veel mensen kiezen nu eenmaal voor ons, omdat we goed zijn”, zegt Leo Markensteyn, bestuursvoorzitter van Meavita Nederland, de koepelorganisatie waar de twee in de problemen geraakte thuiszorginstellingen onder vallen. Evenals twee andere thuiszorginstellingen, die (nog) niet in de problemen zitten.

Maar voor hoelang? Zowel Koster als Markensteyn stelt dat het geld dat de overheid beschikbaar stelt voor de thuiszorg, structureel onvoldoende is. De vraag naar zorg neemt namelijk toe. Markensteyn: „We hebben dit jaar 95 procent van het budget van vorig jaar, terwijl de vraag is gestegen tot 110 procent. Een gat van 15 procent.” Tot nu toe pasten zijn instellingen zelf bij uit in het verleden opgebouwd vermogen. Maar het einde is in zicht, zegt Markensteyn. „Als we nu cliënten zouden blijven aannemen, zijn Thuiszorg Groningen en Sensire binnen enkele maanden failliet. Het is zo simpel als dat.”

Het is onduidelijk hoelang cliënten hun zorg elders kunnen krijgen voordat het geld overal op is. Maar het probleem vereist een structurele oplossing, zegt Koster. Hij kent die oplossing: een cliënt die bepaalt én betaalt. „Bijvoorbeeld met een voucher. De zorgkantoren worden dan feitelijk overbodig.” Of om in de bakkersmetafoor te blijven: De klant koopt het brood dat hij het lekkerst vindt, bij de bakker van zijn keuze.