Friese pionier en starre bestuurder

Doordat hij vaak viel als schaatser, was de top te hoog gegrepen voor Jan Charisius. Die bereikte hij wel als bestuurder. Hij overleed tijdens een vakantie in Noorwegen.

Ward op den Brouw

Heel dicht was Jan Charisius ruim een halve eeuw geleden bij eeuwige roem, in elk geval in Nederland. Eigenlijk had hij de Elfstedentocht van 1954 moeten winnen, maar zenuwen en een brug zaten hem die derde februari in ’54 in zijn woonplaats Leeuwarden in de weg. In de slotkilometer van ‘de tocht der tochten’ ging hij tijdens het klunen op het stro onder aan de dijk vlakbij de Noorderbrug onderuit. In het boek Oranje op olympisch ijs (zeventig jaar schaatsers bij de Winterspelen, 1997) beschrijft Huub Snoep hoe Charisius door zijn val naast de zege greep, en hoe niet hij maar een andere Fries de Elfstedentocht won: ‘Daardoor moest hij met achterstand op zijn vier medevluchters de eindsprint inzetten en het lukte hem niet meer om Jeen van den Berg en Aad de Koning te achterhalen. Zonder val zou hoogstwaarschijnlijk de veel betere sprinter Charisius in plaats van kilometervreter Van den Berg de tiende Elfstedentocht hebben gewonnen’, schrijft Snoep over de Fries die het eigenlijk te koud vond om aan de tocht mee te doen, maar toch nog derde werd.

Charisius was een sprinter, die zich in december 1946 door de enige Friese deelnemer dat jaar bij het NK langebaanschaatsen, Just van Slooten, had laten overhalen het ook eens op de langebaan te proberen. Kortebaanschaatsen was destijds veel populairder in Friesland. Uiteindelijk zou Charisius de Winterspelen halen, die van 1952 in Oslo. Ook in het Bislett-stadion maakte een val een einde aan zijn olympische ambities, in de laatste binnenbocht. Dat was op de 500 meter – de enige afstand waarop hij uitkwam. „De wisselwachter stond te veel in de binnenbaan”, zei hij bijna een halve eeuw later later. „Ik moest een slag laten lopen om zijn vlag niet te raken. Daardoor kwam ik verkeerd uit bij het ingaan van de bocht. Dat kon ik niet meer herstellen en halverwege de bocht ging ik onderuit.”

Een jaar eerder, in 1951, had Charisius na een derde plaats bij het NK allround meegedaan aan het Europees kampioenschap, als eerste Fries. Dat was in Noorwegen, ook in Oslo. Hij reikte daar niet verder dan de zestiende en laatste plaats. De ereplaatsen in die jaren waren voor Nederlandse schaatsers als Kees Broekman en Wim van der Voort.

Eind vorige week overleed Charisius op 81-jarige leeftijd in het Noorse Fagernes, tijdens een vakantie. Het Scandinavische land heeft nog steeds een bijzondere aantrekkingskracht op oud-schaatsers. Bij Charisius was dat niet anders.

In de traditie van Jaap Eden combineerde Charisius schaatsen met wielrennen. Twee weken nadat hij zijn eerste racefiets had gekregen (mei 1948), debuteerde hij met een vierde plaats in de Acht van Bolsward, een wedstrijd langs de Friese elf steden. Zijn wielercarrière zou tot in 1955 duren. Hij gold in die jaren als de beste renner van Friesland. Charisius behaalde vier provinciale titels op de weg en in 1951 veroverde hij in Leeuwarden de Friese titel op de hometrainer.

Secretaris was hij nog enige tijd van de Leeuwarder wielervereniging De Friesche Leeuw. Zo begon Charisius een tweede leven in de sport, als official en bestuurder. In die functies kreeg hij de reputatie rechtlijnig en conservatief te zijn. Hij was meer een pleitbezorger van de breedtesport dan van het topschaatsen, en botste op het gebied van professionalisering onder meer met oud-olympisch kampioen en KNSB-bestuurder Ard Schenk.

Begin jaren zestig was Charisius in het schaatsen lid van de Gewestelijke Technische Commissie in Friesland en hij zou het, in 1984, schoppen tot lid van de internationale schaatsunie (ISU). Van 1982 tot ’99 maakte hij deel uit van het dagelijks bestuur van de KNSB, nog tot vorig jaar was hij voorzitter van de recordcommissie van de bond.

In verschillende hoedanigheden maakte Charisius de Winterspelen mee. In 1952 als deelnemer in Oslo en in 1964 in Innsbruck en vier jaar later in Grenoble als chef d’equipe van de Nederlandse ploeg, in Calgary in 1988 als scheidsrechter bij het mannentoernooi en in Albertville in ’92 en Hamar in ’94 als voorzitter van de internationale Technische Commissie Hardrijden van de ISU.

Zijn laatste Spelen als bestuurder waren die van 1998 in Nagano. In Japan maakte hij van dichtbij het grootste Nederlandse olympische schaatssucces mee; Marianne Timmer (2x), Gianni Romme (2x) en Ids Postma (1x) wonnen daar olympisch goud. Postma werd in de M-Wave als eerste Friese schaatser olympisch kampioen. Een trotse Charisius, 46 jaar eerder de eerste Fries bij de Winterspelen, was er bij. Nadien mocht hij zich nog graag in Thialf laten zien, op de plek waar hij in 1948 voor het eerst aan wedstrijden deelnam en in 1950 Fries kampioen werd. Als de éminence grise van de schaatssport, en erelid van het gewest Friesland, de KNSB en de Internationale Schaatsunie, stond hij dan in het Thialf-stadion in dat onafscheidelijke donkerblauwe colbert met het logo van de ISU.