Eurocrisis in Wenen

Het Ierse ‘nee’ tegen het Verdrag van Lissabon begint besmettelijk te worden. Ook Oostenrijk wankelt, nu de ‘grote coalitie’ van de socialistische SPÖ en de christen-democratische ÖVP gisteren is gevallen. De regeringscrisis sluimerde weliswaar al geruime tijd, maar het was niets minder dan Europa dat de ‘grote coalitie’ uiteindelijk fataal werd. Toen de SPÖ, na een nederlaag bij provinciale verkiezingen in Tirol, in een vlucht naar voren aankondigde dat grote Europese kwesties voortaan via een referendum aan het volk moeten worden voorgelegd, was de maat voor de ÖVP vol.

De breuk van gisteren is niet zomaar een politieke crisis. Sinds de Tweede Wereldoorlog is Oostenrijk maar liefst 35 jaar door een ‘grote coalitie’ geregeerd. Het monsterverbond van ÖVP en SPÖ hoort er tot de politieke cultuur. Als in zo’n traditioneel bondgenootschap Europa een splijtzwam is, heeft dat dus ook meer betekenis. De afloop van de crisis is ongewis. In september moeten de Oostenrijkers naar de stembus. Het is denkbaar dat de zowel de Eurocynische FPÖ als het afgesplitste Bündnis Zukunft Österreich van oud-partijleider Haider kunnen gaan profiteren.

De regeringscrisis in Oostenrijk zou dus wel eens verstrekkende gevolgen kunnen hebben. En er staat vooralsnog weinig tegenover. In Nederland is de ratificatie van het Verdrag van Lissabon vandaag in de Eerste Kamer weliswaar tot een goed einde gebracht. Maar in het licht van de stemming in Ierland en Oostenrijk is dat niet meer dan een schrale troost.

In reactie op de volksraadpleging in Ierland is door menig regeringsleider vastgesteld dat een verdrag als dat van Lissabon niet per referendum kan worden goedgekeurd. Zo’n min of meer grondwettelijke akkoord is daarvoor te complex. De tekst is het resultaat van ingewikkelde onderhandelingen en alleen al daardoor niet zo eenduidig dat die met een simpel ‘ja’ of ‘nee’ is te beoordelen. Als het antwoord in een plebisciet ‘nee’ luidde, waren de verliezers er dan ook als de kippen bij om dit ‘nee’ te interpreteren als uiting van strikt binnenlands politieke onvrede of een een afwijzing van ondoorzichtigheid van het Europese project.

Die analyses kloppen op zichzelf wel. Maar na de drie verloren referenda, drie jaar geleden in Frankrijk en Nederland en vorige maand in Ierland, is een wat meer offensieve en vooral meer politieke benadering geboden.

Tot nu toe is de burgers nooit expliciet voorgehouden dat een referendum ook echt consequenties heeft. De voormalige Duitse vicekanselier Fischer concludeerde dat tien dagen geleden in deze krant kraakhelder, De keuze moet „zonneklaar” zijn: „‘ja’ betekent: we doen mee, ‘nee’ betekent: we blijven in de gemeenschappelijke markt, maar we stappen uit het proces van politieke integratie”, aldus Fischer.

Het is vermoedelijk te veel gevraagd van de twee grote partijen in Oostenrijk, die zich ook door angst voor euroscepsis laten regeren, maar ÖVP en SPÖ zouden velen in binnen- en buitenland een dienst bewijzen als ze Europa tot dé inzet van de verkiezingen durfden te maken.