Een zoen en... fietsen

De Milramploeg moet de eer van de Duitse wielersport hoog houden in deze Tour.

Dat doet de ploeg met kopman Erik Zabel, 38 jaar.

Direct als de bus van de Duitse Milramploeg stopt bij de schilderachtige vestingmuur van Saint-Malo, voor de start van de derde etappe in de Tour de France, stapt Erik Zabel uit. Op de voet gevolgd door een batterij camera’s stapt de Duitse renner naar zijn vrouw Cordula, die met hun poedel Chica achter een hek staat. Voor een zoen voor zijn 38ste verjaardag.

„De kans dat Erik op zijn verjaardag moet fietsen is groter dan dat hij thuis is”, zegt Frau Zabel als haar man terug naar de bus loopt. De cijfers: 18 profseizoenen, 14 keer de Tour de France, 12 ritzeges en 6 keer de groene trui – hoewel hij vorig jaar die van 1996 moest inleveren nadat hij had bekend in die periode bij Telekom één keer het verboden middel epo te hebben genomen.

„Anderen zaten op dezelfde trein”, vergoelijkt oud-toprenner Johan Museeuw, in de Tour als columnist voor een Belgische krant. „Erik is een groot kampioen, een voorbeeld voor de jeugd. We hebben samen mooie duels uitgevochten, al was hij meer sprinter dan ik en won hij ook een paar keer Milaan-Sanremo. Winnen doet hij tegenwoordig niet veel meer, maar het blijft onvoorstelbaar hoe gedreven hij op z’n 38ste nog is. Erik moet verliefd zijn op de fiets.”

In het eerste Tourweekeinde verschenen in Duitsland berichten dat Zabel aan zijn laatste Tour zou beginnen. „Ik geloof pas dat Erik stopt wanneer hij geen licentie meer heeft”, lacht zijn vrouw. „Hij moet ook helemaal niet stoppen zolang hij het nog graag doet.” Zabel zelf vroeg begin april zijn oude leermeester Walter Godefroot om raad. „Stop niet te vroeg”, adviseerde de Belgische oud-kampioen en -ploegleider van T-Mobile hem. „Plezier”, geeft de Duitse routinier in het Nederlands als eenvoudige verklaring voor zijn lange carrière. „De fiets is nog steeds mijn vriend.”

Bij de Milramploeg zouden ze maar wat graag zien dat Zabel nog een jaar doorgaat. „Hij is ongelofelijk belangrijk voor ons”, zegt manager Gerrie van Gerwen. „Deze ploeg is drie jaar geleden bedacht om met Alessandro Petacchi als kopman veel sprints te winnen. Zabel kwam erbij om een brug te slaan naar de Duitse markt. Maar dan breekt Peta in het eerste jaar zijn knieschijf en gebruikt hij in het tweede jaar een pufje verkeerd, waardoor hij dit jaar wordt geschorst en we hem moesten ontslaan. En dan is Zabel ineens de man die als kopman de kar moet trekken in de Tour. En hij doet dat gewoon. Winnen gaat misschien niet meer, maar hij zit steeds van voren. In de Ronde van Italië haalt hij toch weer een paar topdrie klasseringen. Noem mij één renner die een ploeg zoveel zekerheid kan bieden. Sportief en publicitair is hij van onschatbare waarde.”

Van Gerwen is met dochter Marlies inmiddels eigenaar van de van oorsprong Italiaans-Duitse ploeg. Vorig jaar nam de ploeg afscheid van Gianluigi Stanga, een van de invloedrijkste managers in het Italiaanse wielrennen. „Dat ging niet zonder slag of stoot”, geeft de Nederlandse oud-prof en wedstrijdmakelaar toe. „Ik ben dit gaan doen omdat de mensen van Milram, die ik goed kende, mij vroegen. Ik had mijn zaak verkocht en wilde het wat rustiger aan doen. Eerst werd ik van adviseur ineens commercieel manager, omdat de oude een Stasi-achtergrond [de voormalige staatsveiligheid in de DDR, red.] bleek te hebben. Daarna heb ik het Duitse deel overgenomen en de hele ploeg gekocht. Rustiger is het niet geworden, nee.”

Als geen ander land werd Duitsland getroffen door dopingaffaires. T-Mobile stopte met de sponsoring van de wielerploeg, Gerolsteiner houdt er na dit jaar mee op. „Wij blijven als enige topploeg over”, zegt Van Gerwen. „Op zich is dat jammer voor het Duitse wielrennen. Wij hebben een sponsorcontract tot en met 2010, dat heb ik in de onderhandelingen meegenomen toen ik de ploeg kocht. Ik wil het geld dat ik heb geïnvesteerd graag terugverdienen.”

Milram, een Duitse zuivelfabrikant, maakte vlak voor de Tour ambitieuze toekomstplannen bekend. In Dortmund wordt een trainingscentrum gebouwd van waaruit de ploeg, waarin ook de Nederlander Niki Terpstra rijdt, volgend jaar centraal gaat trainen. „Het moet de basis worden voor een nieuwe start van het wielrennen in Duitsland”, zegt Marlies van Gerwen. „Met dit soort nieuwe ideeën hopen we op een trendbreuk. De oude cultuur werkt niet meer. Wielrennen wordt meer en meer een teamsport, dus is het belangrijk om centraal te trainen. Met jonge renners proberen we een vriendenploeg te creëren. En het whereabouts-verhaal speelt ook mee.”

Sommige renners, vooral de Italianen, hebben volgens Marlies van Gerwen moeite met de veranderingen. Erik Zabel niet. „Hij woont om de hoek in Dortmund, is een groot voorbeeld voor de jongeren. Vanmorgen zei hij nog: ‘Laat mij maar koersen, dit oude lichaam moet in het ritme blijven.’ En hij is een freak op het gebied van zijn materiaal.”

Zabel zelf toont vlak voor de start trots zijn aparte blauwe fiets met dikkere buizen. „Speciaal voor de Tour voor me gemaakt door de kleinzoon van Ernesto Colnago. Hij dacht zeker: een oude coureur moet een retrofiets hebben.” Maar die oude coureur wordt op zijn verjaardag ’s middags wel gewoon zesde in de etappe naar Nantes, als tweede sprinter van het peloton.