Curaçao schakelt terug op het Nederlands

Het Papiaments is in 2001 ingevoerd als instructietaal in het basisonderwijs. Nu schakelen scholen weer terug naar het Nederlands. Er zijn nog onvoldoende lesboeken in Papiaments.

WILLEMSTAD, 8 JULI. - Emile (9) zit op het puntje van zijn stoel, boven zijn boek gebogen. Met zachte maar opgewekte stem begint hij aan een voorleesbeurt in groep 5 van het funderend onderwijs op Kolegio Don Sarto. „Nan a mará streki hel den kabei” (‘ze doen gele strikjes in het haar’), leest hij hardop voor. Onder tafel trilt zijn knie in de blauwe broek van zijn schooluniform.

„Emile komt uit het Nederlandstalige onderwijs”, zegt zijn juf Ali Welvaart. „Door het Papiaments zie je een heel grote vooruitgang. Hij begrijpt nu wat hij leest.”

In 2001 schakelde het lager onderwijs op Curaçao en Bonaire over van het Nederlands op het Papiaments als instructietaal. Daarmee werd gehoor gegeven om de roep om Papiaments op de scholen, in plaats van het Nederlands. Dat verlangen is op Curaçao terug te voeren op de rassenrevolte van 30 mei 1969. Hoewel het Nederlands tot vorig jaar de enige officiële taal was op de Antillen, geldt het Papiaments historisch als het bindmiddel van de Curaçaose samenleving. De taal is opgebouwd uit Portugese, Spaanse, Afrikaanse, Nederlandse en Engelse elementen. Iedere Curaçaoënaar spreekt de taal, maar het Papiaments wordt vooral geclaimd als emancipatorisch vehikel voor de zwarte onderklasse van het eiland.

Emile zit samen met de rest van zijn groep bij het raam van het klaslokaal. Terwijl Welvaart met hen bezig is, praten de andere drie groepen in de klas – die ieder werken op een ander niveau – door elkaar heen. Met de invoering van het funderend onderwijs (fo) in 2001, is de instructietaal niet alleen van Nederlands gewijzigd in het Papiaments, tegelijkertijd zijn het ontwikkelingsgericht leren en multi-ageklassen geïntroduceerd.

Deze onderwijsvernieuwing was te hoog gegrepen, meent het Rooms Katholiek Schoolbestuur. Het RKCS, dat met circa 11.000 leerlingen op 28 scholen de scepter zwaait over 60 procent van de Curaçaose basisscholen, heeft twee maanden geleden besloten om leerlingen vanaf volgend schooljaar weer te leren lezen en schrijven in het Nederlands.

Na zes jaar fo zijn er onvoldoende Papiamentstalige onderwijsboeken, vertelt RKCS-directeur Lisette van Lamoen-Garmers in haar kantoor in een oud katholiek klooster, nabij Willemstad. „De definitieve methode voor alfabetisering in het Papiaments is er nooit gekomen”, zegt de RKCS-directeur, „net zo min als de methode voor het Nederlands als vreemde taal.”

Het RKCS wil liever doorgaan met de alfabetisering in het Papiaments. Van Lamoen-Garmers: „Maar als er geen materiaal is dan moeten we het in een andere taal doen. En dan kiezen we voor het Nederlands. Methodes in het Nederlands kunnen we zo kopen, in het Papiaments is dat nog niet mogelijk.”

Kolegio Don Sarto, in het plattelandsdorp Soto, is een van de negen katholieke scholen die vasthouden aan Papiaments als instructietaal, ondanks de beslissing van het schoolbestuur. „De meeste kinderen in Soto”, zegt schoolhoofd Juan Schotborg in zijn werkkamer, „horen thuis geen woord Nederlands. Dus wij helpen ze het meest met alfabetisering in het Papiaments.” Het gebrek aan Papiamentstalige boeken hoopt Schotborg in samenwerking met de andere acht scholen op te lossen.

Suyanne Janga staat achter de beslissing van Schotborg. Als juf van groep 6 geeft Janga les aan de eerste fo klas, die de afgelopen zes jaar les in het Papiaments kreeg. „De kinderen die ik vroeger in het Nederlands lesgaf waren bang om te praten”, zegt Janga. „Als ik vroeger een vraag stelde aan de klas, bleef iedereen stil, maar deze leerlingen willen altijd de beurt.”

Maar het fo is niet zonder problemen, erkent Janga. Zelf is ze veel energie kwijt aan het lesgeven van vier groepen, van verschillende niveaus en leeftijden, binnen één klas. Daarnaast moet ze veel lesstof, voor vakken als geschiedenis en aardrijkskunde, zelf produceren.

Waarom het lesmateriaal in het Papiaments is uitgebleven, is Janga een raadsel. Maar een collega van klas fo 4 weet het wel: „De mensen die er op hoog niveau over beslissen, willen eigenlijk geen Papiaments in de klas.”

Dat denkt ook de onderwijsvakbond Sitek. „Het gebrek aan materiaal is geen onderwijskundig of taalkundig probleem”, zegt Sitek-voorzitter Sidney Justiana, „maar een politieke kwestie.” De instanties die de lesstof moeten ontwikkelen, zouden liever voor het Nederlands kiezen, meent de onderwijsvakbond. Justiana: „Als het Papiaments op de scholen komt, dan wint de Curaçaose cultuur aan invloed. Met de Nederlandse cultuur kun je de bevolking beter onder de duim houden.”

„Onzin”, zegt Ronald Severina, managing director van de Fundashon pa Planifikashon di Idioma, ofwel Stichting voor Taalplanning. Het tekort aan materiaal komt niet door onwil, maar door de té grote schaal van de onderwijsvernieuwing én stroeve financieringsprocedures. Door de combinatie van onderwijsinnovatie en de verandering van de instructietaal moest er in zes jaar meer materiaal geproduceerd worden dan de beperkte geldstroom en capaciteit aan menskracht toelieten. „Als we alleen voor de verandering van Nederlands naar Papiaments hadden gekozen, waren we al veel verder geweest.”

Op Kolegio Don Sarto is de groep van juf Janga begonnen met de Nederlandse les. „Gemétseld, gemétseld, gemétseld”, klinkt het zangerig over het schoolplein. Door het fo spreken Curaçaose leerlingen minder goed Nederlands dan voorheen.

„We lopen een paar boeken achter”, zegt Janga, „maar deze leerlingen hebben wel de wil om Nederlands te leren. Vroeger konden de leerlingen beter Nederlands, maar wilden ze het niet spreken. Dát is het verschil.”