Anderhalf miljoen verlies per maand dreigde

Tien procent meer klanten, en tegelijkertijd 5 procent minder geld uit de AWBZ-pot. Dat is de situatie bij Meavita, volgens de directeur. „Dat houdt geen organisatie lang vol.”

Natuurlijk zou thuiszorgorganisatie Meavita liever in het nieuws zijn gekomen door haar project Zorg op Maat, waarbij patiënten makkelijk vanuit hun huis kunnen communiceren met de hulpverleners. Met een webcam kon Meavita een oogje in het zeil houden bij cliënten. Het idee was: meer thuishulp voor een kwart minder geld.

Maar dat project werd geen succes. Slechts enkele honderden van de 20.000 patiënten gaven zich op. Ondertussen had Meavita wel voor 5 miljoen euro 10.000 kastjes en webcams gekocht die voor de verbinding tussen patiënten en organisatie moesten zorgen.

Meavita had zeker liever ook in de schijnwerpers willen staan om te praten over de voordelen van de fusie van thuiszorgorganisaties in Groningen, Gelderland en Den Haag, die twee jaar geleden Meavita vormde. Daarmee zouden honderden staffuncties verdwijnen en daardoor zou geld vrijkomen voor zorg. „Door de fusie zouden we betere zorg leveren voor een lagere prijs”, zegt bestuursvoorzitter Leo Markensteyn van Meavita. Hij is er pas zeven weken de baas, want ook dat project leverde nog weinig op, zodat de vorige bestuursvoorzitter vertrok.

Nu komt Meavita in het nieuws, omdat de organisatie geld tekort heeft. Sinds gisteren neemt Meavita geen nieuwe klanten meer aan. Volgens de directie moet de organisatie wekelijks 400 à 500 cliënten weigeren. „Anders zijn we aan het einde van dit jaar failliet”, zegt Markensteyn.

Dat ligt niet aan het mislukte Zorg op Maat: dat zal uiteindelijk een verlies van drie miljoen euro opleveren. De penibele financiële situatie is ook niet het gevolg van de misgelopen fusievoordelen: die zou alleen de reserves van de organisatie op een gezond niveau brengen. Het probleem is volgens Markensteyn dat hij te weinig geld uit de AWBZ-pot krijgt.

Tot nu toe hebben zich dit jaar bij Meavita 10 procent meer mensen gemeld voor zorg aan huis. Dit terwijl de organisatie voor dit jaar 5 procent is gekort op het budget. „Het lukt geen enkele organisatie dat lang vol te houden”, zegt Markensteyn. Omdat de afgelopen jaren ook al veel geld moest worden bijgelegd.

Zo leed Meavita afgelopen jaar 13 miljoen euro verlies en dit jaar tot nu toe 9 miljoen euro. Drie jaar geleden had de organisatie nog 45 miljoen euro reserve; dat is nu gezakt naar 25 miljoen euro. Aan die reserve heeft Meavita overigens niets, omdat ongeveer 20 miljoen van die waarde in hun gebouwen zit. Slechts 5 miljoen euro staat er nu nog op de bankrekening.

Als Meavita geen patiëntenstop zou hebben ingesteld, zou het elke maand een extra verlies lijden van 1,5 miljoen euro. „Dan zouden we eind dit jaar failliet zijn gegaan”, zegt Markensteyn.

Markensteyn is interimbestuurder bij Meavita tot 31 december van dit jaar. Hij was tot 2003 directievoorzitter van het organisatiebureau Berenschot, adviseur voor onder meer de publieke sector. Hij verdient naar eigen zeggen op jaarbasis – voor 36 uur per week – 150.000 euro, iets onder de Balkenendenorm van 169.000 euro.

Meavita verwijst nieuwe klanten sinds gisteren naar concurrenten in de regio. „Die hebben juist een minder sterke toeloop dan wij en zij houden dus eigenlijk geld over”, zegt Markensteyn.

Donderdag gaat hij met de Nederlandse Zorgautoriteit NZa praten over een oplossing. NZa kan besluiten tijdelijk geld bij te passen. Markensteyn: „In hun strategie staat dat organisaties die goed werk doen en dus veel klanten trekken meer budget krijgen.”