Venus kan eindelijk ingetogen juichen

Venus Williams won zaterdag voor het eerst een Wimbledonfinale van haar jongere zus Serena. „Ik vergeet nooit dat zij aan de andere kant van het net staat.”

Waarschijnlijk is hij de enige vader die het zich kan permitteren: een grandslamtoernooi verlaten voordat zijn dochters de finale hebben gespeeld. Maar ja, hoe bijzonder is dat nog na zeven familiefinales? Zelfs een verwoed fotograaf als Richard Williams moet na drie keerde eindstrijd op Wimbledon, twee keer bij de US Open, en één keer bij de Australian Open en nog eens bij Roland Garros het gevoel hebben dat hij weinig meer kan toevoegen aan de omvangrijke collectie foto’s van dochters met een glimmende schaal in de hand.

Op het moment dat Venus Williams zaterdagmiddag de Venus Rosewater Dish op Wimbledon omhoog hield na een 7-5 en 6-4 overwinning op haar zus Serena, zat vader en coach Williams voor de televisie in Florida. „Mijn werk zit er op”, had hij tegen zijn dochters gezegd nadat hij hen – ieder apart – een paar laatste adviezen had ingefluisterd. „En hoe het zaterdag ook afloopt met jullie, ik mag mezelf een winnaar noemen.”

In de aanloop naar hun derde familiefinale op Wimbledon– Serena won de onderlinge duels van 2002 en 2003 – werd iedere uitspraak van en over de Williams-zusjes onder de loep gelegd. Op persconferenties informeerden journalisten niet alleen naar blessures en sportieve prestaties, maar ook naar randzaken. Is er een verband tussen de haardracht van Venus en haar speltype? Waarom vliegt zij economy class als zij slecht gespeeld heeft? Is de witte jas waarin Serena de afgelopen weken de baan betrad een regenjas? En wat is haar mening over het gebreide vestje dat ranglijstaanvoerder Roger Federer draagt?

Dat was allemaal niets bij de kwestie die een journalist na afloop van de halve finale van Venus tegen de Russische Elena Dementjeva aankaartte. ‘Klopt het dat jullie bij duels als deze van tevoren afspreken wie er gaat winnen’, wilde hij weten. Waarop de oudste van de twee zusjes in woede ontstak. „Ik ben uitermate professioneel in alles wat ik op en buiten de baan doe. Uit zo’n vraag blijkt dat u totaal geen respect heeft voor mij en alles wat ik vertegenwoordig.”

Afgaand op het duel van zaterdag – een van de betere Wimbledon-finales van de afgelopen jaren en zeker de beste finale tussen de zussen ooit – heeft de jaarlijks terugkerende complottheorie afgedaan. Zowel Serena als Venus leek er sterk op gebrand een nieuwe Venus Rosewater Dish aan de familiecollectie toe te voegen. En met name Venus, die in het verleden wel eens had aangegeven dat zij het moeilijk vond haar zus te zien verliezen, concentreerde zich gedurende de hele partij op haar eigen spel. „Ik vergeet nooit dat Serena aan de andere kant van het net staat”, zei ze na afloop. „Maar als ik voor de Wimbledontitel ga, probeer ik zo weinig mogelijk na te denken.”

Aanvankelijk was het Serena die het overwicht had in een wedstrijd die vooraf als Sister Act werd aangekondigd. Al in de eerste opslagbeurt van haar zus dwong zij drie breekpunten af, waarvan zij de tweede benutte met een mooie return. Zes games lang was Serena de betere van de twee, toen begon de motor te haperen. Op 4-3 kreeg zij voor het eerst zelf twee breekpunten tegen, waarvan Venus de laatste benutte. De titelverdedigster vocht zich vervolgens door haar eigen opslagbeurt heen en dwong op 6-5 een setpunt af. Bij de rally die volgde, toonde zij het meeste initiatief.

In de tweede set ging Serena goed van start. Ze serveerde en retourneerde sterk en dwong in de derde game zeven breekpunten af, waarvan ze de laatste benutte. Dat ze daarna haar eigen opslagbeurt inleverde en de wedstrijd uit haar handen zag glippen kon zij niet goed verklaren. „Ik speelde slecht”, zei de achtvoudig grandslamwinnares na afloop teleurgesteld. „En de wind speelde mij parten. Maar ja, daar had mijn zus ook last van natuurlijk.”

Venus vierde haar vijfde Wimbledontitel – vier minder dan recordhoudster Martina Navratilova – op ingetogen wijze. De 28-jarige vierde haar eerdere titels tegen landgenote Lindsay Davenport (in 2000 en 2005), tegen de ondertussen gestopte Justine Henin (in 2001) en tegen de Française Marion Bartoli (in 2007) met uitbundig gehuppel. Maar winnen tegen haar anderhalf jaar jongere zus op Wimbledon vroeg om een bescheidener vreugde. „Want hoe blij ik er ook mee ben, het is nooit leuk als je zus verliest.”

Maar op de vraag of met hun eerste familiefinale sinds 2003 een tweede Williams-tijdperk was ingeluid, begon zij geestdriftig te knikken. „I hope so!”