Parkweg? Zeg maar gerust Parkeerweg

In Amsterdam voeren wijkbewoners actie tegen de vele geparkeerde auto’s.

Het verminderen van het aantal parkeervergunningen ligt gevoelig.

Ze zijn niet tegen auto’s. Zelf hebben de actievoerders er ook een voor hun deur staan. Ze zijn er deze week mee met vakantie gegaan. Maar waarom moeten er zo ontzettend véél auto’s in hun straat staan? Annemarie van der Zwet: „Het is net als met chocola. Heel lekker. Maar als je er te veel van eet, word je misselijk.”

We lopen door de Amsterdamse Linnaeusparkweg – „of beter gezegd de Linnaeusparkeerweg” – om een indruk te krijgen van de „verblikking” van deze lange straat in Watergraafsmeer. Samen met drie andere bewoners voert Van der Zwet actie. Het stadsdeel moet meer doen om „de overmaat aan geparkeerde auto’s” aan te pakken. Al is het maar om de lucht te verfrissen. „Minder parkeerplaatsen is minder verkeer.” Stadsdeelvoorzitter Martin Verbeet (PvdA) deelde op basisscholen frisbees uit met reclame voor schone lucht erop. „Van een frisbee heen en weer gooien wordt de lucht in Amsterdam echt niet schoner”, zegt Van der Zwet.

Vorige week verscheen een studie, van het Planbureau voor de Leefomgeving, naar hoe steden de komende decennia moeten omgaan met parkeren. Belangrijkste conclusie: maak het parkeren op straat voor bewoners veel duurder, óók de vergunningen, zodat mensen zich tweemaal bedenken voordat ze een tweede of zelfs derde auto aanschaffen. Parkeren neemt ruimte in beslag en die is in de moderne ‘compacte’ stad erg schaars en daardoor duur.

Een verstandig advies, zeggen parkeerdeskundigen. Bewoners zullen het voortaan wel uit hun hoofd laten om een eigen oprit of garage te gebruiken voor iets anders dan parkeerruimte, als zij hun auto niet meer goedkoop op straat kunnen zetten. Ook zal de bereidheid toenemen om eigen parkeerruimte te kopen, in een garage of onder de grond. Dat komt de kwaliteit van de leefbaarheid op straat ten goede.

Watergraafsmeer is een van de weinige wijken in Amsterdam waar je niet één, maar twee parkeervergunningen kunt krijgen. Schrappen daarvan zou volgens de actievoerders twaalfhonderd auto’s schelen. Er ligt een voorstel van het stadsdeel daartoe, dat in september wordt besproken. Maar of het ervan komt? En of er ruimte vrij komt? Sander Siegmann van het stadsdeel: „Het opheffen van parkeerplaatsen ligt politiek gevoelig. Het is net als met bomen. Als er een boom of een parkeerplaats verdwijnt, wil men meestal dat die elders worden gecompenseerd.” Raadslid Stan Polman van de lokale partij Méérbelangen: „We kunnen niet zomaar auto’s uit deze straat weghalen en andere straten ermee opzadelen.”

Onder de straatbewoners zijn de meningen verdeeld. Een enquête van de actievoerders wees uit dat ruim de helft van de deelnemers bereid zou zijn de tweede parkeervergunning op te geven voor meer groen, ruimte voor fietsers en speelruimte voor kinderen. Maar andere bewoners zouden er niet blij van worden, vertellen ze. Bewoner Jos Ferenschild zit achter het stuur en staat op het punt twee kleinkinderen naar een speeltuin te rijden. „Zelf heb ik op het punt gestaan om na mijn pensionering deze auto weg te doen. Maar ik moet dikwijls op de kleinkinderen passen. Dan heb ik hem nodig. En mijn vrouw heeft ook een auto nodig voor haar werk. Als ik moet kiezen tussen meer groen en de emancipatie van de vrouw als gevolg van het voorrecht van een tweede parkeervergunning, dan kies ik voor het laatste.”

Daar komt Ann-Inez Terwindt voorbij rijden. In een zeer kleine auto met vier kinderen erin. Ook haar huishouden telt twee auto’s. Is er een enquête geweest naar de bereidheid om een parkeervergunning af te staan? Weet ze niets van. „Maar onze twee auto’s zijn samen even groot als één grote”, lacht ze. Echt helpen zal het schrappen van vergunningen niet. En zó verblikt is de omgeving eigenlijk helemaal niet. „Dit is een groene buurt.”

We eindigen de wandeling in de Bredeweg, een straat verderop. Daar staan geen dikke rijen auto’s. De middenberm is meters breed en heeft de allure van een park. Actievoerder Annemarie van der Zwet: „Waarom mag onze straat niet óók zo mooi zijn? We zijn gewoon jaloers!”