Opereren en detoxen met uitzicht op een Alp

Zwitserse huisartsen rekenen af per minuut. Onze correspondenten beschrijven deze zomer eigenaardigheden van de gezondheidszorg in hun land.

Meneer ligt in een lel van een kamer. In zijn eentje. Prachtig uitzicht. Alles net geverfd. Zachte handdoeken in de badkamer. Royale flessen shampoo, bodylotion en douchegel in een doorzichtige toilettas op de wastafel. En designvazen in de kast om bloemen in te zetten.

Zwitserland staat bekend om zijn state-of-the-art privéklinieken. Prinsen, acteurs en popsterren laten zich hier voor fenomenale bedragen opereren, detoxen of verjongen met zicht op een Alp. De broer van de Saoedische koning huurde laatst een verdieping af in zo’n kliniek. Voor zijn gevolg was het regelrecht vakantie.

Maar over dit soort ziekenhuizen hebben we het nu even niet. De kamer die hierboven is beschreven, bevindt zich op de eerste verdieping van een doodgewoon ziekenhuis in het stadje Nyon. Zelfs ziekenhuizen voor het plebs hebben hier iets weg van sterrenhotels. Ze zijn even goed – en even duur natuurlijk. Zo duur dat de man die hier ligt, die géén Zwitser is, een dag eerder uitcheckt omdat zijn buitenlandse ziektekostenverzekering het anders niet wil vergoeden.

Experts zijn het erover eens dat de Zwitserse gezondheidszorg ongeveer de beste ter wereld is. Maar op het Amerikaanse systeem na, heeft de OESO berekend, is het Zwitserse zorgstelsel ook het duurste ter wereld. Als er – behalve hun kwaliteit – iets is dat Zwitserse artsen onderscheidt van hun collega’s elders ter wereld, dan is het wel hun hoge tarief.

De huisarts rekent in units van enkele minuten. De gynaecoloog stuurt facturen waarop ook ultrakorte telefoongesprekken voorkomen. De tandarts, die aboriginal-kunst verzamelt, vraagt zo krankzinnig veel geld dat je zijn beleefde oproepen voor halfjaarlijkse controle-afspraken („Veuillez agréer, Madame, l’expression de mes sentiments distingués…”) soms negeert. Gelukkig kan niemand zo voortvarend rookaanslag wegkrabben als een Zwitserse mondhygiëniste, zij kan wel op een jaarlijks rantsoen.

Zwitserse dokters zijn zo duur omdat alles hier duurder is dan in buurlanden – van grond en bouwmaterialen tot huur en arbeidsloon. Of, in ziekenhuistermen: van de huur van de wachtkamer tot het uurloon van de wasserette voor het beddengoed, en van exclusief-Zwitserse medicijnen tot de verse groenten voor de soep die patiënten krijgen opgediend. Je mag van geluk spreken dat de ‘claim’-cultuur, die de tarieven van Amerikaanse artsen zo opstuwt, in Zwitserland nog niet is doorgedrongen.

Maar er is nóg een reden waardoor de kosten de pan uitrijzen: niet de centrale overheid maar de kantons zijn verantwoordelijk voor gezondheidszorg. Dat betekent: 26 aparte stelsels, die allemaal hun eigen ziekenhuizen, specialisten en huisartsen hebben. Zürich heeft prima ziekenhuizen waar openhartoperaties worden gedaan – maar het dunbevolkte Appenzell ook. Er zijn hier zo’n 350 ziekenhuizen voor zeven miljoen inwoners. In Nederland zijn dat er ongeveer tachtig voor zeventien miljoen. Tien jaar geleden ging negen procent van het Zwitserse BBP in gezondheidszorg zitten, nu bijna twaalf procent. In Noord-Europa ligt het op ongeveer acht procent.

Experts zien maar één oplossing om de kosten in te dammen: ziekenhuizen fuseren. Maar welke kantonale politicus waagt te suggereren dat ziekenhuizen in zijn kanton dicht moeten? In deze directe democratie verliest hij dan geheid de volgende verkiezingen. Zwitserse kiezers zijn verwend. Ze hebben altijd goede ziekenhuizen in de buurt gehad. Ze weten niet beter dan dat het zo hoort. Bij een kantonaal of lokaal referendum beslissen kiezers vaak om een nieuwe vleugel aan een ziekenhuis te bouwen, nooit om er een vleugel af te halen.

Mede daardoor worden de verzekeringspremies steeds hoger. Volgens een opiniepeiling had 42 procent van de Zwitsers twee jaar geleden al moeite om zijn premie te betalen. Niet de armere Zwitsers (ja, die bestaan!), want zij krijgen overheidssteun. Nee, het zijn vooral middenklassers die getroffen worden. Sommigen hebben zelfs clubs opgericht die de jaarlijkse premieverhogingen weigeren te betalen. Burgerlijke ongehoorzaamheid op zijn Zwitsers.

Zwitserland kent net als Nederland een basisverzekering voor iedereen, met aanvullende verzekeringen daarnaast. Omdat verzekeraars gedwongen zijn om met alle artsen uit een kanton samen te werken, en er vrijwel geen rem is op doorverwijzingen, hebben ze weinig greep op de kosten. Als je dochter buikpijn heeft, mag je zoveel specialisten af als je wilt. „Omdat verzekeraars niet aan kostenreductie kunnen doen”, zegt de Zürichse gezondheidseconoom Willy Oggier, „doen ze aan risicoreductie”. Kortom, verzekeringen gooien elk jaar meer diensten uit het pakket. Wie ze wil houden, moet alsmaar meer betalen – soms vijf à tien procent extra per jaar. Diabeten die ineens geen medicijnen meer vergoed krijgen, hartpatiëntjes wier operaties niet meer worden gedekt: iedereen kent de verhalen. Het is net Russische roulette. Wisselen van verzekeraar helpt niet: alle maatschappijen doen dit. Eigen bijdragen in Zwitserland behoren intussen tot de hoogste van Europa.

Terug naar dat geweldige ziekenhuis. Het is een doordeweekse dag, maar doodstil. Lokale kunstenaars exposeren in de gang, planten krijgen op tijd water. De temperatuur wordt laag gehouden, om de ziekenhuisbacterie te ontmoedigen. Je loopt hier nooit over de hoofden en wachttijden zijn beperkt – behalve in winterse weekeinden, als er meer skiërs gegipst moeten worden dan er artsen dienst hebben. Maar, verzekert men, daaraan wordt gewerkt.