Noord-Korea ontmantelt

Dat Noord-Korea een koeltoren heeft opgeblazen, betekent niet zo veel.

Maar het toont wel dat het land nucleaire ontmanteling nu serieus neemt.

Noord-Korea blies ruim een week geleden het versleten koeltorentje op van zijn beruchte ‘tweede reactor’. De internationale pers was uitgenodigd om het te verslaan. De nationale pers niet, in Noord-Korea zelf heeft het geen aandacht gekregen. Dat de reactor ook zonder koeltoren werkt als de naburige rivier voldoende water heeft, bleef onbelicht.

Op 26 juni hadden de Noord-Koreanen in Peking al een document van zestig pagina’s vrijgegeven met de voornaamste gegevens over hun nucleaire programma. In een reactie haalde de Amerikaanse president Bush Noord-Korea van de lijst met landen die het terrorisme steunen.

Het lijkt er dus werkelijk op dat Noord-Korea ernst maakt met de afspraken uit het zes partijenoverleg (met behalve Noord-Korea en de Verenigde Staten ook China, Japan, Rusland en Zuid-Korea), dat sinds augustus 2003 in Peking plaatsvindt. Er kómt openheid en het nucleaire complex wórdt ontmanteld.

Neemt de nucleaire dreiging navenant af? Ja, zeggen de meeste experts, maar langzamer dan afgesproken. Tegelijk tekenen ze er bij aan dat de dreiging al die tijd misschien minder groot was dan het leek. Nog steeds is bijvoorbeeld de conclusie dat de ondergrondse kernproef van 9 oktober 2006 een mislukking was. Ook is er twijfel over de vraag of Noord-Korea het verrijken van uranium met gascentrifuges wel onder de knie kreeg. Zelfs of er wel echt aan werd gewerkt. Noord-Korea leerde het nucleaire handwerk met een kleine Russische onderzoeksreactor die rond 1967 bij Yongbyon in bedrijf ging en tien jaar later onder internationaal toezicht (van het IAEA) kwam en bleef. Tegelijk bouwde het stilletjes, maar legaal, een kleine eigen reactor naar Brits ontwerp voor de productie van plutonium. Deze zogenoemde ‘tweede reactor’ gebruikt onverrijkt uranium en werd in 1985 in bedrijf genomen. Als hij werkte zagen satellieten een stoompluim aan zijn koeltoren hangen. Hij werd rond 1982 ontdekt, maar is pas in 1989 voor het eerst in de pers genoemd.

Toen Noord-Korea, onder Russische druk, in 1985 het verdrag tegen verspreiding van kernwapens (NPV) tekende en in mei 1992 de verplichte beschrijving gaf van het nucleaire verleden (de initial declaration) stond de tweede reactor er pontificaal in. Maar óók een opwerkingsfabriek voor terugwinning van plutonium en een fabriek voor fabricage van splijtstofstaven. Bovendien bleken twee grotere reactoren in aanbouw. Niets illegaals aan, overigens.

De problemen ontstonden toen in de zomer van 1992 de IAEA-inspecteurs grove onjuistheden aantroffen in de verklaring van de Koreanen, die de grondigheid van het IAEA hadden onderschat. In een welles-nietes sfeer liep de zaak zó hoog op, dat de Amerikanen (onder president Clinton) met militair ingrijpen dreigden.

In mei 1994 legden de Koreanen de tweede reactor plotseling stil en verwijderden zij de splijtstof om er plutonium uit te halen. In 1989 hadden ze dat ook al gedaan. De crisis werd opgelost door ex-president Carter en in oktober 1994 sloten Amerikanen en Noord Koreanen het bilaterale ‘Agreed Framework’. Daarin kreeg Noord Korea twee moderne lichtwaterreactoren aangeboden in ruil voor ontmanteling van zijn nucleaire complex. De oude splijtstof van de tweede reactor zou internationaal worden veiliggesteld.

Het programma is niet echt uitgevoerd. Goede samenwerking met het IAEA bleef uit en het Amerikaanse wantrouwen bleef groot. In 1998 schoot Noord-Korea een raket over Japan en begin 2002 deelde president Bush het land in bij de as van het kwaad. In oktober 2002 meldden de Amerikanen dat Noord-Korea stiekem werkte aan uraniumverrijking met gascentrifuges uit Pakistan.

De Noord- Koreanen leken dit ook toe te geven, zoals ze opeens ook toegaven aan kernwapens te werken. Het ‘Agreed Framework’ was morsdood en begin 2003 ging de ‘tweede reactor’ weer in bedrijf. Noord-Korea verliet demonstratief het NPV. Op dit nieuwe dieptepunt werd besloten de zaak aan te pakken in het genoemde zes partijenoverleg.

Dit lijkt nu een succes te worden, ondanks de atoomproef van 2006 en de ontdekking dat Noord-Korea Syrië hielp aan een kopie van de ‘tweede reactor’ (die door Israël werd vernietigd). In ruil voor een aanbod dat niet veel groter is dan uit 1994 gaat Noord-Korea wél over tot onklaar maken van de reactor en zijn ondersteunende industrie.

Enorme dossiers met technische gegevens worden vrijgegeven. Maar over uraniumverrijking valt geen woord – opeens ontkennen de Noord-Koreanen het bestaan ervan. De kernvraag is of ooit nog met zekerheid is vast te stellen of de plutoniumboekhouding van Noord-Korea klopt.