Mongolen profiteren niet van rijkdom

Plotseling sloeg vorige week de vlam in de pan in Mongolië. Ordetroepen grepen hard in. Ook in het anders zo rustige Mongolië woedt een felle strijd om grondstoffen.

De rust is teruggekeerd in de straten van Ulan Bator, de hoofdstad van het democratische lichtpunt in Centraal Azië, Mongolië. Vorige week sloegen ordetroepen daar hardhandig protesten neer die uitbraken na de parlementsverkiezingen. Inmiddels zijn ze uit het straatbeeld verdwenen. Het in brand gestoken hoofdkantoor van de regeringspartij MPRP, de voormalige communistische partij, is schoongeveegd. De noodtoestand die vorige week werd uitgeroepen – de eerste in de geschiedenis van Mongolië sinds het in 1990 brak met het communisme – is zaterdag weer opgeheven.

Maar een einde aan de politieke onrust is nog niet in zicht. De belangrijkste partij, de Democratische Partij (DP), stond aan de basis van de protesten met beschuldigingen van stemfraude – hoewel internationale waarnemers zeiden dat de verkiezingen eerlijk waren verlopen. En is het onwaarschijnlijk dat de DP genoegen zal nemen met de uitslag die naar verwachting later deze week bekend zal worden gemaakt. Zo dreigt een politieke impasse in een land waar, als een van de weinige staten in Centraal-Azië, na de val van het communisme geen autocratische leider aan de macht kwam, en dat als lichtend voorbeeld diende voor de democratie in de regio.

De achtergrond van de crisis heeft alles te maken met voorgestelde wetgeving die de verdeling van winsten uit de grondstoffensector moet reguleren. Mongolië beschikt over een grote rijkdom aan grondstoffen en de Democratische Partij wil de winning ervan goeddeels privatiseren. De voormalige communisten van de MPRP zijn juist voorstander van (gedeeltelijke) nationalisatie. In de vorige regering beschikte zij echter niet over een meerderheid, waardoor er geen besluit kon worden genomen. Nu lijkt de MPRP aan de winnende hand: volgens voorlopige uitslagen heeft de partij een ruime meerderheid behaald bij de verkiezingen.

De verdelingsdiscussie wordt verder gevoed door onvrede onder de bevolking over de verdeling van welvaart. Ondanks de succesvolle politieke hervormingen na de val van het communisme, bleef economische vooruitgang vrijwel uit in Mongolië. De monetaire ‘shocktherapie’ die het Westen adviseerde was zonder resultaat. 10 procent van de bevolking leeft nog steeds van minder dan een dollar per dag. De nomaden die het land ooit groot maakten, leven nu in de sloppenwijken aan de rand van de stad.

Met de almaar stijgende voedsel- en energieprijzen en de toenemende inflatie (afgelopen jaar 15 procent) van de laatste maanden daar nog bij, ontstond een explosieve combinatie. Burgers klaagden dat de winsten van hun grondstoffen vooral in de zakken van buitenlandse investeerders verdwijnen, en in de zakken van corruptie politici die licenties voor ontginning verdeelden.

Rusland, China en het Westen volgen de ontwikkelingen ondertussen nauwgezet. De minerale rijkdommen van Mongolië – goud en steenkolen zijn op grote schaal voorradig, de kopermijnen behoren tot de grootste ter wereld – maakt het tot een aantrekkelijke locatie voor kapitaalkrachtige investeerders.

Bovendien heeft Mongolië grote uraniumvoorraden. Met de stijgende olieprijzen groeit de behoefte aan alternatieve energiebronnen, zoals kernenergie. Kerncentrales maken wereldwijd een come back. Mongolië is een nieuw front geworden in de mondiale strijd om grondstoffen.

Rusland heeft in die strijd de beste kaarten. Het heeft Mongolië in een stevige economische greep. Rusland voorziet in 90 procent van de Mongoolse olievraag. De afgelopen maanden heeft het de prijs twee keer verhoogd. Korting kan wel, zegt het Russische staatsoliebedrijf Rosneft, maar daar moet dan wel wat tegenover staan.

Ook heeft Rusland grote belangen in de transportsector en de mijnbouw. Oud-president Poetin beloofde tijdens een ontmoeting met de Mongoolse premier in april de handel tussen de twee landen op te schroeven met 1 miljard dollar.

Ook China staat er goed voor: het is een belangrijke handelspartner. En Mongolië, dat door land is ingesloten, heeft de Chinese havens nodig voor export van grondstoffen.

Alleen het Westen lijkt naast de prijzen te grijpen. De Canadese mijnbouwer Ivanhoe wil investeren in een grote goud- en kopermijn maar loopt vast inde bureaucratie en moet wachten op toestemming.