In Bretagne doen fans niet mee aan cynisme

Alejandro Valverde en Thor Hushovd wonnen tijdens het eerste weekeinde van de Tour.

Maar ook de Tour zelf won, dankzij de positieve sfeer langs de wegen in Bretagne.

Twee prachtige finales kleurden het openingsweekeinde van de 95ste Tour de France. Mooie winnaars ook: Alejandro Valverde, de Spaanse topfavoriet voor de eindzege die direct de gele leiderstrui pakte, en Thor Hushovd, de massieve krachtsprinter uit Noorwegen. Maar wat het meest opviel, was dat de Tour in een winderig en regenachtig Bretagne terugkeerde naar de roots van het pure wielrennen.

Zelden waren zoveel wielerclubs met jonge rennertjes verzameld als gisteren bij de finish in Saint-Brieuc. Ondanks het mindere weer zaten tot in de kleinste gehuchten families met picknickmanden langs de weg. In Bretagne is er geen cynisme over toprenners die niet aan de Tour meedoen. Geen interesse voor de machtstrijd tussen Tourorganisatie ASO en internationale wielerunie UCI.

Wel volop winkels met prachtige wielershirts in de etalage, cafés met wielerfoto’s en trofeeën van locale helden. In prachtige boeken eren ze hun oude kampioenen, als Petit-Breton (Tourwinnaar in 1907 en ’08) Jean Robic (1947), Louison Bobet (1953, ’54 en ’55) of Bernard Hinault (1978, ’79, ’81, ’82 en ’85), de laatste Franse Tourwinnaar. Hier dopen ze Française des Jeux om in Bretagne des Jeux omdat de ploeg van ploegleider Marc Madiot vier renners uit de streek heeft. De wielerliefhebbers juichen voor Thomas Voeckler van Bouygues, die sprint voor de bergtrui en aan de leiding gaat in het klassement voor de ‘bolletjestrui’. Of voor vier Franse renners in de kopgroep.

„Het was af en toe wel gevaarlijk”, zei de Nederlandse debutant Martijn Maaskant, die gisteren als veertiende eindigde, de eerste Nederlander. „Er stond zoveel publiek, ik moest zelfs een paar keer om een rolstoel heen sturen.” De 24-jarige Zuidlander, dit jaar al vierde in Parijs-Roubaix, was niet nerveus geweest bij de start van de eerste rit. „Dat is nergens voor nodig, het blijft toch gewoon een wielerwedstrijd van start naar finish.” In het begin had de renner van het Amerikaanse Garmin met andere Nederlandse debutanten gesproken: Niki Terpstra, Laurens ten Dam en Sébastian Langeveld, met wie hij nog voor de amateurs van Van Vliet reed. „Kort, veel tijd was er niet.”

Tot verdriet van zijn kopman David Millar begon de Tour voor het eerst sinds 1966 niet met een proloog of individuele tijdrit, maar direct met een rit in lijn. „Zo’n eerste etappe is altijd stress”, zei Maaskant. „Ik vond het te vergelijken met een wereldbekerklassieker. Alleen spelen hier in de koers meer belangen. De Fransen willen in beeld rijden, er wordt gesprint voor de groene trui en de bolletjestrui, de sprintersploegen gaan sneller op kop rijden, andere jongens rijden dwars door het peloton omdat ze hun klassementsrenner van voren willen hebben.”

Zo moest de Raboploeg in de lastige eerste rit kopman Denis Mentsjov in de finale terugbrengen. Volgens ploegleider Erik Breukink was de Rus achterop geraakt doordat voor hem wat wielrenners vielen. Mentsjov kon op de slotklim in Plumelec nog net zien hoe in de verte zijn rivaal Valverde onnavolgbaar over Kim Kirchen heen schoot naar de ritzege en de eerste gele trui. Precies zoals de winnaar van Luik-Bastenaken-Luik de dag voor de Tour had aangekondigd. „Dit was een etappe die me paste”, zei Valverde, nadat hij eerst had opgemerkt het te betreuren dat zijn landgenoot Alberto Contador na zijn overwinning van vorig jaar dit jaar niet meedoet.

Een dag later controleerde zijn ploeg Caisse d’Epargne de wedstrijd om het geel te behouden. Op het laatste klimmetje, drie kilometer van de finish, werden de Franse vluchters Thomas Voeckler, Sylvain Chavanel, Christophe Moreau en David Lelay ingelopen. Fabian ‘Spartakus’ Cancellara probeerde vergeefs een demarrage in de laatste kilometer, maar werd gecounterd door Filippo Pozzato.

Op 450 meter van de streep lanceerde de Australiër Mark Renshaw zijn kopman Thor Hushovd. De sterke Noor, in 2004 in Quimper als eens ritwinnaar in Bretagne, liet iedereen kansloos. Ook het dertigjarige trainingsbeest uit Grimstad, die af en toe samen traint met schaatser Oystein Grodum, had genoten van een weekeinde vol pure wieleratmosfeer. „Ik houd van Bretagne. Het lijkt een beetje op Noorwegen: koud, veel wind en het regent vaak.”

Lees het weblog van oud-renner Peter Winnen op nrc.nl