Hoge VN’er in Mogadishu doodgeschoten

Het lokale hoofd van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties is gisteren in Mogadishu vermoord. Volgens de VN is de veiligheidssituatie in Somalië de afgelopen week „dramatisch verslechterd”.

De UNDP meldt dat hulpverlening steeds moeilijker wordt omdat hulpverleners „weloverwogen doelwit zijn geworden”. Het opgelaaide geweld is vermoedelijk een poging van de hardliners binnen de oppositie om de recente vredespogingen van de VN te blokkeren.

Osman Ali Ahmed van de UNDP ging gisteravond in Mogadishu bidden. Bij het verlaten van de moskee met zijn achtjarige zoontje schoten onbekende aanvallers hem door het hoofd.

Twee weken geleden werd al het hoofd van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR ontvoerd. Van andere hulporganisaties werden de afgelopen tijd tien medewerkers ontvoerd en één gedood. Vorige week werd in het noordelijke Bossaso een poging gedaan twee Franse journalisten te kidnappen.

Ook de zwakke regering van president Abdullahi Yusuf ligt onder vuur. Bij een bomexplosie zaterdag verloren een hoge ambtenaar en zijn vrouw het leven. Opstandelingen lanceerden een offensief in Midden-Somalië en bij een bomaanslag in het westelijke Belet Huen kwam een meisje van 17 om.

Bij de toegenomen strijd vallen vooral burgerslachtoffers, doordat ze in kruisvuur belanden of doordat mortiergranaten hun huizen raken. Volgens de Somalische mensenrechtenorganisatie Elman zijn dit jaar 2.136 burgers door het geweld omgekomen.

De hevige gevechten en de aanslagen in het bijzonder op hoge VN-functionarissen zijn vermoedelijk het gevolg van recent vredesoverleg onder auspiciën van de VN. De Alliantie voor de Herbevrijding van Somalië (ARS) sprak één maand geleden in Djibouti af binnen dertig dagen de wapens te zullen neerleggen. Radicale groepen binnen de ARS, zoals de Al-Shabaab, die verantwoordelijk is voor het meeste geweld van de oppositie, weigerden het bestand. Eritrea, de belangrijkste sponsor van de ARS, is eveneens tegen een staakt-het-vuren.