Een Iraniër komt die reactor niet in

Nederland interpreteert het ‘kennisembargo’ tegen Iran strikter dan andere landen.

Iraanse studenten in Delft hoeven zich geen zorgen te maken, zegt de universiteit

Raketbrandstoffen, laserverrijking en gasturbines – Iraniërs in Nederland mogen er sinds vrijdag niets meer over leren. In januari had de overheid al aan universiteiten gevraagd of ze „zeer terughoudend” willen zijn met het toelaten van Iraniërs. Nu is er een lijst met verboden plaatsen en studies en is overtreding strafbaar gesteld. Studenten kunnen wel een ontheffing aanvragen.

Met de nieuwe regeling geeft Nederland gevolg aan resolutie 1737 van de VN-Veiligheidsraad, waarin een ‘kennisembargo’ voor Iran staat beschreven. Maar voorlopig interpreteert alleen Nederland deze resolutie zo strikt. De Verenigde Staten – nota bene de initiator van de resolutie, omdat het land fel tegen het Iraanse nucleaire programma is gekant – hebben juist een actief beleid om Iraanse studenten te werven. Een Iraanse doctoraalstudente aan de universiteit van Stanford in Californië werd onlangs gelauwerd vanwege haar werk aan de deeltjesversneller bij die universiteit.

Nederland is een belangrijke spil geweest in de proliferatie van nucleaire technologie nadat de Pakistaanse atoomgeleerde Abdul Khader Khan in de jaren zeventig kerngeheimen stal bij Urenco in Almelo, een bedrijf dat uranium verrijkt. Khan wordt wel omschreven als de ‘vader van de Pakistaanse atoombom’.

Voor Nasser Kalantar, een Nederlands-Iraanse onderzoeker aan het Kernfysisch Versnellerinstituut in Groningen, betekent de nieuwe maatregel dat hij geen vergaderingen in het gebouw van de testreactor in Delft meer kan bezoeken. „Ik zou nu dus een ontheffing moeten aanvragen, maar ik betwijfel of ik die krijg, aangezien ik soms familie bezoek in Iran”, zegt Kalantar, die wel op zijn eigen instituut mag blijven werken.

„Hier op het MIT in Boston lopen honderden Iraanse studenten rond”, zegt Behnam Taebi, een Nederlandse Iraniër die Nucleaire technologie studeert aan het Massachusetts Institute of Technology. Samen met een groep van Nederlands-Iraanse studenten en wetenschappers hield hij in januari een handtekeningenactie, nadat twee universiteiten Iraanse studenten hadden geweigerd. Taebi: „Academici in de VS lachen om het Nederlandse beleid. Dit brengt ons internationaal in diskrediet.”

„De controle zou op de locatie zelf moeten plaatsvinden en niet een hele bevolkingsgroep moeten uitsluiten”, vindt Kalantar. Enkele van de verboden gebieden, zoals de reactor in Petten, Urenco en de kerncentrale in Borssele, staan al onder zware bewaking.

Samrad Ghane, woordvoerder van de groep studenten waar ook Taebi deel van uitmaakt, vindt het beleid weinig consequent. „Er zijn in Iran niet eens Iraniërs betrokken bij het kernwapenprogramma. Dat zijn overwegend Russen en Pakistanen.” Volgens Ghane kun je dan beter díé nationaliteiten weren van de universiteiten.

In de nieuwe regeling worden slechts bepaalde onderdelen van bijvoorbeeld chemie of natuurkunde uitgesloten voor Iraniërs. Maar Ghane is bang dat universiteiten, uit angst om te worden vervolgd, hele faculteiten zullen uitsluiten voor Iraniërs. „Het is immers een strafbaar feit geworden Iraniërs zonder ontheffing toe te laten.” Volgens Ghane kun je ook via een andere studie in contact komen met gevoelige informatie. „Je moet de gevoelige informatie waar het om gaat beter beschermen. Niet mensen weren van universiteiten.”

Studenten van de Technische Universiteit Delft hoeven zich nog geen zorgen te maken, zegt Paul Rullmann, lid van het college van bestuur. „Er wordt niemand geweerd. De afweging blijft aan de universiteit.” Delft moet de regeling nog nader bestuderen, maar Rullmann zegt wel dat deze „ acceptabel en werkbaar” is. „We waren al zorgvuldig. Wie hier al studeert, doet geen kwetsbare kennis op. Anders waren ze hier niet.”

Voor nieuwe Iraanse studenten zal Delft soms een ontheffing aanvragen. Rullmann: „En soms ook niet, als we denken dat een student de verkeerde motieven heeft om in Delft te komen studeren. Die weren we.” De maatregelen gelden ook voor Iraniërs met een dubbele nationaliteit. Delft zal Nederlandse Iraniërs op dezelfde manier behandelen als ‘enkelvoudige’ Iraniërs, zegt Rullmann.

Volgens volkenrechtdeskundige Bibi van Ginkel van Instituut Clingendael bevat de nieuwe regeling „precies wat er nog aan ontbrak” in de oude regeling. „In januari kon de overheid alleen een verzoek indienen bij de universiteiten om voorzichtig te zijn ten aanzien van Iraniërs. Nu is dat verzoek dwingend geworden. En duidelijk, met de precieze studierichtingen en locaties die verboden zijn voor Iraniërs.”

In januari vreesde Van Ginkel nog dat de regeling „discriminerend” zou werken. De nieuwe regeling is „voldoende toegespitst en duidelijk gekoppeld aan de VN-resolutie”, zegt Van Ginkel. „Zo wordt er niet een hele bevolkingsgroep gediscrimineerd.” Bovendien, zegt Van Ginkel, legt de regeling „geen onevenredige druk” op universiteiten.

Volgens bestuurslid Rullmann van de TU Delft mogen Iraniërs nog steeds Technische natuurkunde of Luchtvaart- en ruimtevaarttechniek komen studeren in zijn stad. „We gaan pas opletten als die student zich wil specialiseren in raketsystemen.”

Met medewerking van Japke-d. Bouma

Bekijk de sanctieregeling op nrcnext.nl/links