De verleiding van de Sirenen

Kennis behoort tot het verleidelijkste wat er is voor een mens. Dat is niet voor iedereen wetenschappelijke kennis: weten wat de buren is overkomen, of hoe de sterren zich gedragen als ze in hun eigen stralende universum verkeren, is ook een vorm van bijzonder attractieve kennis.

Het viel me laatst pas op dat niet alleen in de bijbelse mythologie maar ook in de Griekse, kennis als gevaarlijk voor een mens wordt bestempeld, dodelijk gevaarlijk, verboden. De zang van de Sirenen is niet alleen maar mooi, ze zingen dat ze dingen weten: „Wij weten al wat daarginds in het breed zich uitstrekkende Troje/ Grieken en Ilions volk door de wil der goden doorstonden. / Wij weten al wat gebeurt op de velen voedende aarde.” (vertaling. H.J. de Roy van Zuydewijn).

En dat is wat Odysseus wel graag ook wil weten, „vervuld van verlangen om hun gezang te vernemen” probeert hij zijn metgezellen ertoe te bewegen hem los te maken van zijn mast, maar die weten beter en in gelukzalige onwetendheid roeien ze door, de toekomst in, die ze niet kennen en niet mogen kennen. Op kennis staat de dood, de ongelukkige die wel aanmeert bij de Sirenen verneemt wellicht van alles, maar verder leven kan hij niet.

Voor Adam en Eva geldt iets soortgelijks, hun wordt verboden van de boom der kennis van goed en kwaad te eten, eigenaardig genoeg wordt hen zelfs, terwijl ze nog in het paradijs zijn waar de dood nog niet bestaat, toegevoegd: „Wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.” Later blijkt dat we dat moeten interpreteren als ‘sterfelijk worden’ of ‘dit leven verlaten’ want Adam en Eva gaan niet dood na hun overtreding van het gebod, ze krijgen alleen te maken met wat het leven is, met al zijn kwaad en goed. En dus bestaat het paradijs dan niet langer, al begint het tegelijkertijd dán pas te bestaan, in het verleden, want er bestaan immers geen paradijzen dan die waaruit je verdreven bent.

Waarom is kennis zo verleidelijk maar gevaarlijk? Je bent geneigd om te denken dat we dat nu niet meer vinden, dat we nu dol zijn op kennis, hoe meer hoe beter. Maar bijvoorbeeld in de discussie rond de embryoselectie moet iets van dat gevoel van gevaar nog steeds een rol gespeeld hebben.

Hoeveel wil je weten? Jos Verlaan, redacteur van deze krant, schreef enige tijd geleden over de keuzes waar hij voor kwam te staan toen bleek dat in zijn familie de ziekte van Huntington voorkwam en de huisarts waarschuwde dat hij en zijn vrouw moesten weten wat ze deden als ze een tweede kind namen (het eerste was er nu eenmaal al): Verlaan zelf kon drager zijn van het Huntington-gen en dientengevolge kon zijn aanstaande kind drager zijn. Als zijn vrouw zwanger zou raken, wilden ze dan een vlokkentest doen en te weten komen of het leven dat al groeide in haar buik drager bleek van de ziekte? Nee, dat wilden ze niet. Wilden ze weten of Verlaan wel of niet drager was? Nee, ook dat wilden ze niet. „Ik vond de consequenties te verstrekkend om te moeten leven met de voortdurende angst voor de eerste verschijnselen: vergeetachtigheid, stemmingswisselingen, valpartijen en verdere aftakeling. (…) En bovenal de paniek voor het eerste kind, want die zou dan met zekerheid ook erfelijk belast zijn.”

Dan is kennis ineens helemaal niet zo verleidelijk.

Het enige wat de aanstaande ouders eigenlijk wilden, was uitsluiten dat ze een tweede kind met de ziekte kregen, maar verder wilden ze liever niets weten. Verder wisten ze misschien eigenlijk tóch al te veel – want de mogelijkheid dat de ziekte zou toeslaan, bestond voortaan en kon niet meer teruggenomen worden. Uit het paradijs van de zorgeloosheid waren ze al verdreven.

De wens om te weten heeft ongetwijfeld ook te maken met de mogelijkheid om met die kennis iets te doen, iets anders dan angstig afwachten. Als het om ongeboren leven gaat, ben je in de machtige positie waarin zieners maar zelden verkeren: je kunt de toekomst veranderen. Dat is verleidelijk. Als er gekozen kan worden dan weet menig aanstaande ouder natuurlijk nog wel het een en ander te verzinnen: geen hazenlip, geen handicaps en als u toch kiest, kijk dan meteen even naar lange benen, hoge intelligentie, vriendelijk karakter en rood haar?

Als het gaat om leven dat wel bestaat, weten we liever wat minder – Verlaan en zijn vrouw wilden niet alleen over hemzelf en hun eerste kind niets weten met betrekking tot de ongeneeslijke ziekte, maar ook niet over een al geconcipieerd maar nog ongeboren kind, dat ze dan op grond van hun wetenschap zouden moeten willen aborteren.

Een selectie van embryo’s die nog niet bij het lichaam hoorden, nog niet in de vrouw groeiden, dat vonden ze wel verdraaglijk. En dat is heel begrijpelijk, zo’n leven is nog bijna abstract, het staat als het ware nog buiten de kring en komt daar pas in als het in de baarmoeder zit en gaat groeien. Hoe meer het groeit, hoe minder zeker het is dat we willen weten wat het te wachten staat. Met de groei van het kind, groeit ook de wil om te vertrouwen. Dat is niet altijd terecht of verstandig, maar het is iets wat diep zit.

„Wij weten al wat gebeurt op de velen voedende aarde”, zongen de Sirenen verleidelijk. Ze kunnen ons daar van alles van toezingen. Maar het kan beter zijn daar niets van te vernemen en snel voorbij te roeien. Sommige kennis wordt duur betaald.

Reageren kan op nrc.nl/vos (Reacties worden openbaar na goedkeuring door de redactie.)