Cel

Cel

Hij gaat verdwijnen, las ik in de krant

Nog even en dan klinkt de laatste beltoon

En als de hoorn hangt van de laatste klant

Verliest de telefooncel van de cellphone

Helaas, want als ik ergens nog gewoon

Heel rustig met een andere persoon bel

Dan is het denk ik wel de telefooncel

Hoewel er in de laatste dertig jaar

Al heel veel uit het straatbeeld is verdwenen

(Van melkboer, pitbull, garenhandelaar

En polio tot recht gelegde stenen)

Toch denk ik: als ik ooit eens een icoon

Uit mijn privégeschiedenis tentoonstel

Dan is het denk ik wel de telefooncel

Natuurlijk wordt er ook steeds meer gekort

Op cellen in een hoop gevangenissen

En blijkt dat er zo veel gezopen wordt

Dat mensen tal van hersencellen missen

Maar als één cel zo met mijn denkpatroon

Vergroeid is dat ik krijsend naar de Kroon snel

Dan is het denk ik wel de telefooncel

Want red hem, die geluiddempende kast

Waarin je wel een mond kunt zien bewegen

Maar waar je goddank in het duister tast

Rond wat die hoe waarom zegt en waartegen

Wanneer je iets moet aanbrengen rond zo’n

Lawaaierige ringtone-epigoon

Zo’n gillend “hé-waar-ben-je-nou”-persoon

In onze Hi- en Ben- en Vodafone-hel

Dan is het denk ik wel een telefooncel

Frank van Pamelen

Frank van Pamelen is dichter en cabaretier. Voor de opiniepagina van nrc.next becommentarieert hij regelmatig de actualiteit in dichtvorm.

Lees meer gedichten van zijn hand op frankvanpamelen.nl