Cao-lonen stijgen met 3,4 procent

De cao-lonen zijn het afgelopen kwartaal flink gestegen. De lonen waren in het tweede kwartaal van 2008 3,4 procent hoger dan in dezelfde periode vorig jaar, maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek vanmorgen bekend. De stijging is ook hoger dan in de eerste drie maanden van dit jaar, toen stegen de lonen met gemiddeld 2,8 procent, volgens het CBS.

Het niveau van de loonstijgingen is nu, na een dieptepunt in 2005, weer op hetzelfde niveau als in het begin van 2003. De versnelde groei komt vooral door de hoge loonafspraken die in de bouw, handel en industrie werden gemaakt – in de bouw stegen de lonen met 3,9 procent, dat is 1,5 procentpunt hoger dan in het eerste kwartaal. De loonstijgingen van het onderwijs waren een rem op het gemiddelde: daar stegen de lonen met 3 procent.

Gemiddeld namen de lonen dit jaar met 3 procent toe, berekende het ministerie van Sociale Zaken. Vandaag stuurt dat ministerie de Voorjaarsrapportage cao-afspraken naar de Tweede Kamer. In het rapport staan de jaarlijkse resultaten van een steekproef uit grote collectieve arbeidsovereenkomsten.

Opvallend is dit jaar de toename van het aantal afspraken over oudere werknemers. In 2008 werden voor 37 procent van de werknemers cao-afspraken over leeftijdsbewust personeelsbeleid gemaakt. In 2006 was dat nog 24 procent. Bij één op de drie werknemers is het volgens de cao mogelijk om na het 65ste jaar door te werken.

In bijna alle cao’s staan afspraken over scholing en inzetbaarheid van het personeel. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om persoonlijke opleidingsplannen of werkervaringsplaatsen.