Beleggers stappen uit Spaanse bouwers

De Spaanse bouwbedrijven probeerden zich al lang voordat anderen dat zagen aankomen voor te bereiden op het einde van de bloei in de Spaanse bouwsector. Ze diversifieerden hun activiteiten om hun gevoeligheid voor de sector terug te dringen. ACS begon bijvoorbeeld al in 2005 aandelen te kopen van het energiebedrijf Union Fenosa. De andere firma’s zijn zich de afgelopen jaren eveneens te buiten gegaan aan overnames, waarbij belangen werden genomen in grote, beursgenoteerde energieconcerns.

In theorie was dat een zinvolle strategie. Maar de uitvoering liet zeer te wensen over. In de eerste plaats hebben de bouwbedrijven hun nieuwe bezittingen gefinancierd met kredieten, zodat ze nu tot de nek in de schulden zitten. Dat heeft ze kwetsbaar gemaakt voor de aanhoudende kredietcrisis. De investeringen in de nutssector hebben – op papier althans – de operationele winsten verhoogd. Het belang van 20 procent van Sacyr in oliemaatschappij Repsol heeft bijvoorbeeld in het eerste kwartaal bijna net zoveel aan de winst bijgedragen als de rest van het bedrijf.

Maar de feitelijke kasstroom die de bedrijven uit deze belangen halen, is een ander verhaal. De dividendinkomsten die Sacyr aan Repsol ontleent, zijn net genoeg om de met de investering samenhangende renteverplichtingen te dekken. Hetzelfde geldt in grote lijnen voor de investering van Acciona in Endesa.

In de tweede plaats is de structuur van de bouwbedrijven nu zo complex dat beleggers moeite hebben die te doorzien. Neem ACS. In Spanje heeft deze firma belangen in Union Fenosa, Iberdrola en Abertis, en in Duitsland in Hochtief. De activiteiten omspannen de bouw, concessies en industriële dienstverlening. Of neem Ferrovial. Sinds dat concern vorig jaar de Britse luchthavenbeheerder BAA overnam, moet iedereen die het bedrijf wil doorgronden zich de vele kronkels van het Britse toezicht op deze sector eigen maken.

Tenslotte konden de Spaanse bouwbedrijven natuurlijk niet al hun gevoeligheid voor de binnenlandse bouw- en vastgoedsector ontlopen. Die sector droeg vorig jaar slechts 12 procent bij aan de winst van Ferrovial, maar 62 procent aan die van Sacyr. Nu er voortdurend angstaanjagende statistieken uit Spanje komen, vluchten buitenlandse beleggers massaal uit de Spaanse bouwsector.

Met te veel schulden overladen en veel te ingewikkelde bouwbedrijven in Spanje? Dank u zeer, zeggen beleggers. Geen wonder dat de aandelenkoersen van de zes grootste beursgenoteerde bouwbedrijven de afgelopen maand met 20 tot 30 procent zijn gekelderd.

Fiona Maharg-Bravo