Wildpark Afrika onbedoeld bedreiging voor de natuur

De oprichting van wildparken in Zuid-Amerika en Afrika, bedoeld om inheemse flora en fauna te beschermen, tast die indirect vaak juist aan. Dat komt doordat de lokale bevolking naar de parken trekt in de hoop er werk te vinden.

Dat concludeert een groep Amerikaanse ecologen uit een statistische analyse van de bevolkingsgroei in zones van tien kilometer rondom 306 parken in 45 landen. De bevolkingsgroei rond deze parken lag in de afgelopen decennia circa 75 procent boven de bevolkingsgroei op de rest van het platteland. Een hoge bevolkingsgroei gaat relatief vaak samen met illegale houtkap, mijnbouw, de jacht op bushmeat (vlees van wilde dieren) en achteruitgang in biodiversiteit.

Volgens onderzoeker George Wittemyer, als ecoloog verbonden aan de universiteit van Californië in Berkeley, toont de studie aan dat de lokale bevolking in elk geval wel van de natuurparken profiteert. Als voorbeeld noemt hij wildparken in Kenia, waar het lokale vee in de droge tijd mag grazen. Vanuit het oogpunt van natuurbescherming kan de oprichting van parken door de bevolkingsgroei echter averechts uitpakken. „De internationale financiering voor natuurbehoud kan de menselijke druk op de biodiversiteit verergeren, terwijl het die nu juist wil verlichten.”

De auteurs van de studie willen niet dat de natuurparken op grond van de resultaten van hun onderzoek nu minder geld krijgen. In plaats daarvan pleiten ze voor bufferzones rond parken met beperkte economische ontwikkeling. „Nu zie je vaak dat de toegangsweg en de ingang tot een park door de toestroom van toeristen en buitenlands geld het enige economische knooppunt in de omgeving worden”, zegt Wittemyer. „In de buurt van wildparken in het noorden van Kenia zijn plannen voor abattoirs waar de veehoeders blij mee zijn. Die moet je dan wel neerzetten op flinke afstand van de parken.”

Wetenschap: pagina 3