Soleren met stalen zenuwen

Tijdens een live tv-uitzending raakte violist Ilya Warenberg van het Residentie Orkest onlangs totaal de weg kwijt. Het kan de besten overkomen, betoogt een onzer recensenten.

DoorWenneke Savenije

Er was eens een concertmeester van het Balletorkest, die de beruchte vioolsolo in het ‘Pas de deux’ uit Tjaikovski’s Zwanenmeer moest spelen. De nerveuze violist sloeg zich er dapper doorheen, maar bij thuiskomst stortte de man volledig in. Posttraumatisch stresssyndroom. Nooit meer wilde hij het podium op.

Jascha Heifetz zei het al: „Om het zenuwslopende bestaan van een vioolvirtuoos te kunnen leiden, dient men te beschikken over de zenuwen van een stierenvechter, de vitaliteit van een bordeelhoudster en de concentratie van een Tibetaanse monnik.”

Onder musici was het dan ook het gesprek van de dag, het drama dat violist Ilya Warenberg, plaatsvervangend concertmeester van het Residentie Orkest, overkwam toen hij diezelfde solo moest spelen op de opening van het Haagse Festival Classique. Genadeloos geregistreerd door tv-camera’s en professioneel genegeerd door chefdirigent Järvi, ging Warenberg volledig de mist in met zijn solo.

De violist, die bekendstaat als een uitstekend vakman, stamt uit een respectabel Oekraïens muziekgeslacht en oogt als een markant personage uit de boeken van Dostojevski, had na afloop een totale black-out. Hoe kon zoiets gebeuren?

Er werd uitgebreid gespeculeerd, geoordeeld en veroordeeld. De violist zou dronken zijn geweest; plots onwel zijn geworden; in paniek zijn geraakt; niet opgewassen zijn geweest tegen de ondraaglijke stress die een live-uitzending met zich meebrengt; zichzelf door alle microfoons niet meer goed hebben kunnen horen.

Op internet verschenen commentaren als „Schande voor het Residentie Orkest”, „Daar gaan onze belastingcenten” en „Onmiddellijk ontslaan”, maar ook mildere reacties als „Muzikanten zijn ook mensen die fouten kunnen maken, net als voetballers en trainers”. In een ANP-bericht bood het Residentie Orkest zijn excuses aan voor de wanprestatie van Warenberg, die door de orkestleiding naar de dokter was gestuurd. „Pas als er duidelijkheid is over zijn medische conditie, wordt bepaald of er nog consequenties worden verbonden aan zijn falen”, aldus de directie.

Warenberg werd geslachtofferd, terwijl hem een ramp trof die niet alleen alle musici vrezen, maar die ook de grootse solisten kan overkomen. Denk aan Yehudi Menuhin, die op latere leeftijd een permanente strijd moest leveren met zijn beruchte bibberstok. En aan pianist Glenn Gould, die zich uit angst voor het podium terugtrok in zijn studio. Of violist Jacques Thibaud, die uit de kroeg moest worden gesleept omdat hij het podium niet op durfde.

Niet voor niets slikken tal van orkestleden bètablokkers, het wondermiddel tegen bibberstokken, trillende lippen, stokkende adem, een op hol slaand hart en haperende spieren. Niet voor niets gaan topmusici als violist Maxim Vengerov en ‘onze’ Jaap van Zweden dirigeren. Want dat is relaxter dan instrumentaal te moeten concurreren met de steriele perfectie waarmee de klassieke meesterwerken door toedoen van de platenindustrie in ons collectieve geheugen staan gegrift.

Fouten maken is menselijk, maar bij klassieke muziek ligt dat anders. Alleen een dirigent kan zich vergissen, want het orkest speelt toch wel door. Maar de musici sterven duizend doden; de violist die uit de bocht vliegt, de pianist die ernaast slaat, de hoornist die zijn lipbeheersing verliest of de zangeres met een trillende stem – voorbeelden van wat er bij de geringste zenuwen al mis kan gaan op het podium. Ze zijn genadeloos overgeleverd aan de kritiek van pers en publiek, dat doorgaans geen idee heeft hoe moeilijk het is om foutloos te soleren.

Bij alle musici ligt faalangst op de loer. Al studeer je dag en nacht, nooit is er de garantie dat het goed zal gaan. En als het onvermijdelijk een keertje misgaat, wordt de angst nog groter – of zelfs een trauma.