Slavenbegraafplaats geruimd voor golfbaan

„Als Nederland niet snel iets doet, ben ik hier weg,” zegt Grant Gilmore, archeoloog op St. Eustatius, over de telefoon. Gilmore windt zich op over het ontbreken van wetgeving voor de bescherming van archeologische vindplaatsen op de Antillen. Onlangs nog heeft hij moeten constateren dat een Nederlandse projectontwikkelaar een dorp en begraafplaats van vrije zwarte slaven uit de achttiende eeuw bij een voormalige plantage met bulldozers heeft vernietigd. „Uniek in het Caraïbisch gebied, maar ook Nederlands erfgoed.”

Eerder dit jaar sprak Corinne Hofman, hoogleraar Archeologie van het Caraïbisch gebied aan de Universiteit Leiden, ook al haar zorg uit over het archeologisch erfgoed op de Nederlandse Antillen. Wetgeving zou een einde kunnen maken aan de verwoesting van vindplaatsen door projectontwikkeling. Hofman hoopt op implementatie van het Europese Verdrag van Malta, dat in Nederland al geldt. „De ‘verstoorder’ moet rekening houden met archeologie en eventueel onderzoek betalen.” Op het Franse deel van St. Maarten bestaat die wetgeving al wel, zegt Menno Hoogland, ook verbonden aan de Universiteit Leiden en echtgenoot van Hofman. „Maar op het Nederlandse deel is drie jaar geleden bij het vliegveld nog een prehistorische vindplaats met bulldozers opzij geschoven.”

De vraag is wie op de Antillen voor het archeologisch erfgoed moet zorgen. Toen de Nederlandse Antillen een land waren geworden, werd het Archeologisch Antropologisch Instituut van de Nederlandse Antillen opgericht. In de praktijk kwam het er op neer dat vooral archeologen uit Leiden en Amerika op de eilanden opgroeven. De overheid en de bevolking hadden andere prioriteiten. In de jaren negentig werd het Instituut opgeheven.

Archeologie is er nu het werk van enkelingen geworden. Curaçao heeft wel een museum met een archeologische collectie, maar geen archeoloog in vaste dienst. In die omstandigheden kon het gebeuren dat de bouw en aanleg van hotels, cruiseterminals en golfbanen gepaard gingen met de vernietiging van een oude plantagemuur, het bijna opblazen van prehistorische rotstekeningen, plundering van scheepswrakken en aantasting van de plek van een veldslag tijdens de slavenopstand van 1795.

Maar Carel de Haseth, Raadsadviseur van de regering van de Nederlandse Antillen, wijst liever op positieve ontwikkelingen. „De Antillen hebben vorig jaar zelf gevraagd ook hier het Verdrag van Malta van kracht te laten zijn.” Verder staan er sinds kort 28 archeologische vindplaatsen op de monumentenlijst van St. Maarten, heeft Curaçao nu een archeoloog in (tijdelijke) dienst en betaalt een projectontwikkelaar de opgraving van een indiaanse nederzetting op de plek waar hij een golfbaan wil aanleggen. Hofman en Hoogland beginnen deze maand met de opgraving. Het sluit aan bij hun onderzoeksproject: ze willen aantonen dat de verschillende indianenstammen 7500 jaar voor Columbus al uitgebreide netwerken hadden waarin ze goederen, ideeën en verhalen uitwisselden.

Het ministerie van OCW laat desgevraagd weten geen specifiek beleid te hebben voor de Nederlandse Antillen, omdat het een zelfstandig land is met eigen wetgeving op het gebied van archeologie. Het is wel bezorgd dat projectontwikkelaars veel op Bonaire en St. Eustatius gaan bouwen, als die eilanden in 2009 Nederlandse gemeenten zijn geworden. Financiële zaken, belasting, onderwijs en veiligheid zullen echter eerder geregeld worden dan ruimtelijke ordening en monumentenzorg.