Rustige ingewanden

In het Franse kuuroord Vichy is het verschil tussen toerist en patiënt niet altijd duidelijk.

Moeilijk op het eerste gezicht te zeggen wat in kuuroord Vichy, in het centrum van Frankrijk, de sfeer bepaalt. Zorg of zorgeloosheid? Ontspanning of lijden?

Neem de Halle des Sources, een monument met gietijzeren elegantie uit 1903. Aan de deur hangen de openingstijden van het ‘ziekenhuis’. In de hal en in de tuin zitten breekbare oudjes op bankjes. Er staan ook zuilen met toeristische informatie. Over de geschiedenis van het kuuroord: ‘Vichy krijgt zijn allure door keizer Napoleon III, die tussen in 1861 en 1866 elk jaar in de stad verbleef om te kuren. Hij gaf de opdracht tot de bouw van een congrescentrum, de opera en tal van stijlvolle villa’s.’ Met dank aan ‘zijne keizerlijke demiurg’, lezen we, ontwikkelde het slaperige provinciestadje zich in het derde kwart van de negentiende eeuw binnen enkele jaren tot een mondaine stad – het eerste kuuroord met een casino.

Iets verder kun je bronwater proeven. Inschrijven op een cursus ‘Maigrir à Vichy’. Vermageren in Vichy op dokteradvies. Een rondleiding krijgen door het park uit de Belle Epoque. Waar zijn we eigenlijk? In een ziekenhuis of in een museum?

Vichy is een kuuroord dat aarzelt. Het centrum is in een kwartier te doorkruisen, maar dan kom je wel langs een monumentale opera, een congrescentrum, een casino, straten vol hotels en twee deftige parken waarvan één heel statig langs de rivier. Overblijfselen uit de tijd dat kuren en society samengingen.

Nu wil de een aan zijn gezondheid werken en de ander proeven van de vergane glorie. Soms zie je niet wie wat wil. Zojuist, op het terras van café Le Morny in het centrum, waren de toeristische stelletjes opgevallen. Aan vier tafeltjes verspreid over het terras: jongemannen in relaxte kniebroeken en op sandalen, zachtaardig voorkomen. De vrouwen, zo bleek bij het opstaan, waren hoogzwanger. Misschien toch geen toeristen?

Kuuroord Vichy is met zijn vier minerale warmwaterbronnen een bekende bestemming voor ouden van dagen en zwangere vrouwen. Het stadje van amper 27.000 inwoners in de Allier, een tamelijk lege provincie in het noorden van de Auvergnetcentrum van Frankrijk, verwelkomt weinig toeristen. Deze heuvelige landbouwstreek vangt maar een fractie op van de ruim 70 miljoen buitenlandse bezoekers die van Frankrijk elke zomer weer het topvakantieland maken.

Je komt in Vichy wel Nederlanders, Engelsen en Duitsers tegen, maar minder dan in de Morvan, iets noordelijker, of in het Massif Central, ten zuiden. En veel minder dan nog weer iets verderop, in de Ardèche. De Allier is voor noorderlingen typisch eennachtsland, een tussenstop naar de zon.

Dat is goed nieuws voor de ontdekkingsreizigers van de iets grijzere vlekken op de toerismekaart. In de Gorges de la Sioule, op de zuidelijke provinciegrens, kan men fietsen, klimmen en kanovaren in betrekkelijke rust. Het theaterkostuummuseum in Moulins is kalm, maar niet saai. Het Tronçais-bos in het noorden van de Allier heeft niet alleen een stel driehonderdjarige eiken behouden, maar ook zijn stilte. Zelfs in het toeristendorpje Charroux met zijn middeleeuwse stratenplan en folkloristische middenstand gaat de mosterdwals pas draaien op verzoek.

En daartussen ligt dus, in het zuiden langs de rivier de Allier, het stadje Vichy. De naam is bekend als farmaceutisch cosmeticamerk in handen van L’Oréal (Laboratoires Vichy). En als duister lieu de mémoire uit de Tweede Wereldoorlog. Toen was Vichy immers vier jaar lang de Franse hoofdstad, omdat de collaborerende regering van maarschalk Pétain hier intrek had genomen.

De sporen van die geschiedenis worden door de plaatselijke autoriteiten niet genegeerd. Een excursie van anderhalf uur vanaf het plaatselijke VVV voert langs de regeringsgebouwen van toen, via de in beslag genomen hotels waar de administratieve diensten waren ondergebracht, voorbij de villa’s waar diplomatie werd bedreven en het transport van Joodse Fransen naar concentratiekampen werd geregisseerd.

De gids zal uitleggen dat de keuze van het regime-Pétain voor Vichy niet ideologisch was. De overvloedige hotelaccommodatie – toen al – en de aanwezigheid van een moderne telefooncentrale – sinds 1935 – maakten Vichy nu eenmaal aantrekkelijker als administratief knooppunt dan grotere steden als Bordeaux of Clermont-Ferrand.

Want Vichy was ook in 1940 wat het altijd is geweest, net zo goed voor de Romeinen als voor de sandaalmannen van nu: allereerst een kuuroord. Of, zoals zulke plaatsen in Nederland tegenwoordig heten: een spa, urban oasis, health center, ‘een’ thermen. In Frankrijk zeggen ze centre de remise en forme. Centrum voor conditieverbetering.

Want je hoeft niet ziek te zijn om te profiteren van de minerale bronnen in Vichy. Het warme water uit de bronnen Chomel (43 graden), Grande Grille (39 graden) en Hôpital (34 graden) doet goed aan de ingewanden. En ja, natuurlijk hebben ook ouderen en zwangere vrouwen er baat bij.

Terug naar de Hall des Sources. Kijk, daar lopen een man en een vrouw in korte broek. De eerste ‘pure’ toeristen zonder zorgen over hun lichamelijke gesteldheid? Ze fladderen van de ene tekst naar de andere. Ze werpen af en toe een blik op de bejaarden in het centrum van de Hall des Sources, die achter het muurtje nu eens naar een kraan schuifelen, dan weer naar een bankje. Om daar te komen, moet je eerst een magnetisch draaihekje door, waarvoor een ‘kuurpas’ vereist is. Daarover beschikken de man en de vrouw kennelijk niet. Het paar stelt zich tevreden met de ene kraan aan de toeristenkant van de muur.

Maar de scheiding werkt vervreemdend. Het beeld klopt niet. Gezonde toerist bekijkt kuurpatiënt en leest het onderschrift. Aha, zo ging dat hier dus, sinds de negentiende eeuw. Maar die patiënten.... die zijn misschien ook op vakantie. Europa vergrijst, dus toeristen vergrijzen ook. Behoeftes veranderen. Wie heeft een kuurpas, wie een reisgids?

De vrouw, notitieblok in de hand, nipt met keurende blik aan een plastic bekertje water (20 cent). Het is water uit de bron Les Célestins, ook gewoon te koop in de winkel. Is ze een waterfan op zoek naar een nieuw mineraalsmaakje? Darmlijder op dieet? Journalist op pad voor een reisverhaal misschien?

Veronique Labbas (44) lacht bij de vraag. Nee, gewoon toerist uit Calais. Met haar echtgenoot Paul is ze naar Vichy gekomen om de stad eens te zien. Maar eenmaal hier begint ze hevig geïnteresseerd te raken in ‘bien-être’, zegt ze met een glimlach. Welbevinden. Ze wil zich goed voelen.

Een paar zinnen verder komt de bekentenis. Labbas zou zich liefst inschrijven voor een vermageringskuur van zes dagen. Maar ze heeft begrepen dat ze daarvoor een doktersvoorschrift nodig heeft. „De volgende keer ga ik eerst naar de huisarts en dan pas op vakantie.”

In afwachting neemt Labbas genoegen met een voetzoolmassage en een stoombad in het Centre Thermal des Dômes. Ze kan er vanuit haar hotel binnendoor naar toe.

Als je gaat navragen, blijkt alleen het thermale centrum Thermes Callou, aan de overkant van de straat, exclusief op doktersvoorschrift toegankelijk. In de Spa Les Célestins of het Centre Thermal des Dômes is een bankpas genoeg, ondanks de medisch ogende formules, voorwaarden en waarschuwingen in de folders.

Maar toch: er zit wel iets in. ‘Bien-être’ is in Vichy een twijfelaartje, ergens tussen gezondheidszorg en vakantiegenot in. De belofte van paradijselijk welbevinden komt je op elke straathoek van folder en poster tegemoet. Onderwatermassage, hydrotherapie om het hart te ontspannen, gym en voedseladvies worden hier aangeprezen als short cuts naar een fris begin na de vakantie. Hier vrije dagen met verzekerde return on investment, roept de koopman, onder verantwoorde medische begeleiding.

Tegelijk heeft Vichy iets afwezigs – alsof de stad in de geest voortdurend elders verkeert dan aan haar kalme rivier. Ze is een badplaats zonder zee. Kosmopolitisch aangelegd, maar waarom lijkt de roerige wereld hier zo ver? Zelfs het Franse verleden is hier verdwaald, zo slecht past Vichy het etiket van voormalige Franse hoofdstad. Het regime van Pétain moet in de genen van de stad zijn ingevlochten, maar de macht is uit het steen verdwenen. Wat je ziet, is Napoléon III, Art Nouveau, later Art Déco. Landerige stedelijkheid. En hier en daar betonnen nieuwbouw, dat ook.

Misschien is het beter Vichy te benaderen als een vleugel van museum Frankrijk waar nog niet alle keuzen over de inrichting zijn gemaakt. De opera is gerenoveerd en het zomerprogramma goed gevuld. Er is één restaurant met een Michelinster. Maar eten in authentiek Vichy doe je aan de rand van de rivier de Allier, terwijl de laatste waterscooters uitrazen en de patronne van restaurant l’Alligator haar wantrouwen opbiecht tegenover de Russen die zich onder haar clientèle van lokale Vichyssois mengen. Het is haar al eens overkomen, vertelt ze: je geeft een Rus één goed bord eten en hij wil meteen je hele restaurant kopen.

Dit is het schichtige Vichy dat zich wil verbergen in zijn provinciale cocon. Maar straks wordt het weer de stad die zich ineens kan volzuigen met amusement. Net als in veel Franse en Europese steden is er in de zomermaanden een strand langs de rivier ingericht. Beachvolley en luchtballons.

Misschien heeft Vichy iets met metamorfoses en façades die onvermoede identiteiten verbergen. Honderd jaar geleden kwam de 24-jarige naaister Gabrielle Chanel vanuit het naburige Moulins over om te zingen in cafés, op zoek naar een avontuurlijker toekomst: As-tu vu Coco au Trocadéro? Binnen enkele weken gaf haar mannenpubliek haar de koosnaam Coco en was ze op weg naar Parijs, het zakenleven, de mode, de parfum. Nu komen de stadsmensen hier uitrusten, maar Vichy heeft geen Coco Chanel-bar, geen Coco Chanel-museum, geen wandelroute naar het avontuur. Vrees voor te veel stress?