Rabarbercrumble

Het kan nog een paar weken, rabarber eten van de volle grond. Vroeger had late rabarber doorgaans groene stelen en een zure smaak, maar tegenwoordig zijn er ook late rassen met donkerrode stelen. En, de telers staan voor niets, de nieuwe groene rassen zijn zoeter van smaak.

Rabarbercrumble is een eenvoudig te maken en toch feestelijk gerecht. Serveer hem lauwwarm of afgekoeld, bijvoorbeeld met crème fraîche, lobbig geslagen room of een bolletje ijs. Op het basisrecept valt veel te variëren, met donkerbruine basterdsuiker, gemalen amandelen, havervlokken, citroenrasp of grofgehakte hazelnoten in de kruimels. Vanillesuiker of wat fijngeraspte gemberwortel bij de rabarber, het is allemaal even lekker.

Ingrediënten voor vier personen

Voor de vulling: 500 gram rabarber, 50 gram lichtbruine of witte basterdsuiker

Voor de kruimels: 125 bloem, 100 boter, 75 gram basterdsuiker, theelepel koekkruiden, snufje zout

Bereiding

Maak de rabarber schoon, schil alleen de wat oudere vezelige stelen. Snijd de stelen in stukjes van ongeveer een centimeter. Doe de rabarber met 50 gram basterdsuiker in een ovenvaste schaal. Verwarm de oven voor op 200 graden. Meng de bloem, het zout, de koekkruiden en de suiker. Voeg de in stukjes gesneden koude boter erbij en bewerk het met de vingers snel tot een kruimelig deeg. Of gebruik de keukenmachine met menghaak. Strooi de kruimels over de rabarber. Druk ze licht aan. Laat de rabarbercrumble in ongeveer 30 minuten op 200 graden mooi bruin worden.