Overtuigde rechters

Mevrouw Cleiren acht het tijd iets terug te zeggen tegen academici die achteraf zoveel ophef maken bij afgesloten strafzaken” (W&O 29 juni). Haar grote algemene zorg ten aanzien van hen (ze noemt Richard Gill en mij met name) is dat ze een onjuridische blik” hebben. Ze geeft vijf voorbeelden. (1) Genoemde academici beseffen niet dat de rechter, in tegenstelling tot de wetenschapper, moet beslissen, hij kan niet in dubio blijven; (2) Genoemde academici beseffen niet dat de rechter meer functies moet dienen dan de empirische. (3) Door de ophef die de academicus veroorzaakt, krijgt de verdachte geen eerlijk proces”. De rechter is bevooroordeeld geraakt”; (4) De genoemde academici beginnen vanuit een wetenschappelijke instelling, maar ze gaan zich vereenzelvigen met één van de partijen”; (5) Ze beseffen niet hoe het gerechtelijke stelsel in elkaar zit.

Mevrouw Cleiren heeft op het algemene punt gelijk: wij kijken niet met een juridische blik naar het bewijsmateriaal. We ervaren dit evenwel niet als een terechte zorg. Het gaat ons om een empirische vraag: Heeft X een moord gepleegd?” Een empirisch-wetenschappelijke blik is hier vereist, niet een juridische. De algemene zorg van mevrouw Cleiren is dus misplaatst.

Ook haar vijf concrete zorgen zijn misplaatst. (1) We zijn begaan met de rechter die als enige in een meervoudige kamer niet van een moord overtuigd is, maar wel zwijgend moet leven met de gedachte dat iemand die zijns inziens onschuldig is, levenslang in de gevangenis zit. (2) We beseffen terdege de maatschappelijke rol van een uitspraak: het zorgt voor een afsluiting van een zaak en brengt - idealiter - rust. Anderzijds meent ook het Nederlandse rechtssysteem, met zijn bijzonder rechtsmiddel van een voorziening, dat bij een niet terechte veroordeling het onrecht ongedaan moet kunnen worden gemaakt. Wij academici doen niets anders dan proberen een onrecht te herstellen dat (in de woorden van procureur-generaal H. Brouwer) rechtstatelijk een ramp is”. (3) Het derde verwijt is een gotspe van formaat. Het is alleen door de inzet van mijn zus en mij geweest dat er nu aandacht voor de zaak Lucia de B is, en dat de Hoge Raad zich nu buigt over een herzieningsverzoek van het parket van de Hoge Raad. Alleen dankzij de inzet van academici is er nu (de mogelijkheid van) een eerlijk proces. (4) We zijn op basis van uitgebreide studie en zorgvuldige argumentatie ervan overtuigd geraakt dat Lucia de B. geen moorden heeft gepleegd, en niet op basis van vooringenomenheid. Dit is een misverstand, zowel een raadsheer als een hoogleraar strafrecht onwaardig. (5) Het is verre van ons een rechter te veroordelen die vrijspreekt omdat hij meent dat het bewijsmateriaal qua logische bewijskracht en waarheidsvinding onvoldoende is (ook al is het juridisch voldoende). We juichen deze houding juist toe. Onze zorg betreft de omgekeerde situatie waarin selectie van bewijsmateriaal plus zijn overtuiging het de rechter mogelijk maakten te veroordelen, terwijl logisch gezien en qua waarheidsvinding het totaal van het bewijsmateriaal zo`n oordeel onvoldoende ondersteunt. Het geeft geen pas een beargumenteerde poging om een rechtstatelijke ramp op te heffen, in een negatief daglicht te stellen. Onschuldigen behoren niet in de gevangenis.