‘Nu moet je op alles wachten: trein, metro, bus’

In het centrum van Amsterdam rijdt even geen metro. Poolse chauffeurs en uitzendkrachten vervoeren reizigers. „Als je hier niet bekend bent, kun je het nooit vinden.”

Metrostation Gein in Amsterdam, 11.10 uur. Coby Schoenmaker (75) stapt in, ze is de enige passagier. Een kordate vrouw in een groene broekrok en een zandkleurig jasje. Ze gaat naar de Marnixstraat om actie te voeren tegen het plan van de gemeente om daar eenrichtingsverkeer in te voeren. Handtekeningen ophalen bij winkeliers.

Gisteren ging ze er ook heen, eerst met de metro, daarna met de bus, en wat ze toen heeft meegemaakt – niet te beschrijven. Zegt zo’n medewerker van de metro dat de mensen niet zo moeten zeiken, die bus is toch prima? En wat was er erg aan dat de chauffeur geen Nederlands spreekt?

Het spoor van het ondergrondse deel van de metro, dus in de binnenstad van Amsterdam, moet na dertig jaar worden vervangen. Houten bielzen worden betonnen bielzen, net als bij de NS. Er komt een nieuwe voedingsrail en de vluchtpaden worden hoger. Het kost 53 miljoen euro. Maar nu merken reizigers vooral dat er sinds maandag zeven weken lang geen metro meer rijdt in het centrum van de hoofdstad.

Bij metrostation Holendrecht wacht Aspasia Riedewald, achttien jaar, in een knalblauwe legging. Echt érg, zegt ze. „Nu moet je op álles wachten: trein, metro, bus.” Ze werkt in een verzorgingstehuis in de stad, ze studeert bank- en verzekeringswezen aan het ROC in de Jan van Galenstraat, ze danst vlakbij het Centraal Station. Nu wil ze naar een vriend. Ze moet daarvoor de metro naar Amstel, de pendelbus naar CS en dan de bus richting Geuzenveld hebben, tot aan de Marnixstraat.

Jaap Dekker (68), die instapt bij metrostation Bijlmer, was daar twee jaar geleden nooit gaan wonen als er geen metrostation was geweest. Hij gaf Duits op een middelbare school. Toen zijn beide ouders waren overleden, verkocht hij zijn Honda Civic voor honderd euro aan de conciërge. Hij moet nu de planten water geven bij een vriend in huis. „Ik doe alleen wat ik echt moet doen. Andere dingen – naar de Bijenkorf om te winkelen – daar wacht ik mee.”

Om 11.30 stapt Coby Schoenmaker uit op station Amsterdam Amstel. „Kijk, als je niet goed ter been bent, dan heb je nu dus een probleem. Want je moet de trap af en nog een trap af en waar is de lift? Als je hier niet bekend bent, kun je die dus nooit vinden.”

11.35 uur, bij de pendelbus. Alleen de voorste deur is open. Er staat een lange rij mensen. Als de bus bijna moet vertrekken, gaan de zijdeuren ook open. Mensen met een kaartje mogen daar instappen. De bus rijdt door de Wibautstraat en daarna door de Weesperstraat. Mensen staan in het gangpad. Coby Schoenmaker begint over alle huizen die hier vroeger stonden en hoe gezellig het was. „Maar ja, moest allemaal gesloopt worden voor de metro.”

De bus rijdt richting de IJtunnel, die nu ook dicht is. Aan de andere kant wordt het asfalt vernieuwd. Dan door naar het Centraal Station, waar iedereen moet uitstappen.

Het is 12.00 uur. Een rit die normaal 7 minuten duurt, van Amstel naar CS, duurt nu dus 25 minuten. Coby Schoenmaker moet nu naar de Opstapper, een kleine bus die langs de grachten rijdt. Die staat aan de andere kant van het stationsplein, maar omdat het daar één grote bouwput is, loopt ze door de stationshal.

12.05 uur, op het stationsplein, bij de uitgang waar je normaal de metro in kunt. Overal staan informatiemedewerkers. Wie naar de bussen wil, moet vier keer de trambaan over.

12.35 uur. Achter het stuur van de pendelbus zit een magere man met grijs haar. Spreekt hij Nederlands? De informatieman die naast hem staat zegt: „Nee, het is een Pool.” Het gemeentelijk vervoersbedrijf had niet genoeg chauffeurs voor de pendelbussen en huurde 40 Poolse buschauffeurs in bij een uitzendbureau. De mannen logeren in het Bastionhotel bij het Amstelstation. Ze kregen een korte cursus: hoe een strippenkaart werkt en waar ze moeten rijden.

Maandag, in de vroege ochtendspits, reden Poolse chauffeurs verkeerd. Ze waren in de war omdat een afzetting bij de IJtunnel verkeerd stond, zegt een woordvoerder van het Amsterdamse vervoersbedrijf GVB. Eentje reed de IJtunnel in. „Nu gaat het goed. We krijgen geen erge klachten.”

De Poolse chauffeurs verdienen twaalf euro bruto per uur, een Nederlandse chauffeur krijgt twintig euro. Een man met een geel hesje vertelt mensen waar ze moeten uitstappen en hoeveel strippen ze moeten afstempelen. Hij heet Jacob. Zelf verdient hij 9,14 euro per uur. Er zijn 70 mensen zoals hij aangetrokken. Ze moeten de vragen beantwoorden die de Polen niet kunnen beantwoorden omdat ze de taal niet verstaan.

De pauzes brengen Jacob en de Pool samen door. Niet erg gezellig nee, want de Pool spreekt geen Nederlands en nauwelijks Engels.

Op de voorste stoel zit Marjanne van Zwol (58), een vrouw met kort, geblondeerd haar en felrode lippenstift. Ze moet naar het AMC. Ze komt van het Waterlooplein, waar ze in de buurt woont. Ze baalt ontzettend dat de metro niet rijdt. Normaal is ze in een paar minuten op Amstel. Ze vraagt aan de informatieman welke metro ze straks moet hebben. „Lijn 54?”

Jacob: „Dat weet ik niet. Waar moet u heen?”

Van Zwol: „Het AMC.”

Jacob: „Metro richting Gein.”

Van Zwol: „Maar welke lijn is dat? 54?”

Jacob: „Dat weet ik niet. Ik weet alleen: richting Gein. Ik zit op de bus hè. Ik kom niet in de metro.”