Na de zomer volgen voor de coalitie weer grote discussies

De Tweede Kamer sloot deze week het politieke jaar 2008 af. Meningsverschillen over het ontslagrecht en de embryoselectie werden bijgelegd. Maar nieuwe problemen doemen op.

Aan het begin van de middag waren er afgelopen woensdag nog felicitaties. Met het politiek heikele onderwerp over de embryoselectie was het eind goed al goed. De onenigheid tussen coalitiegenoten CDA, PvdA en ChristenUnie was zo gemanaged dat zelfs de oppositie enthousiast was met het eindresultaat. Na afloop van het debat stapten Kamerleden van coalitie en oppositie op staatssecretaris Bussemaker (Volksgezondheid, PvdA) af om haar te complimenteren.

Zo vredig als het ’s middags was, zo onvriendelijk werd het later in de avond. Het ging over geld en de economie, over de hoogte van de btw en de WW-premie. „U veroorzaakt een ramp”, riep CDA’er Frans de Nerée tot Babberich tegen zijn PvdA-collega Paul Tang. Die reageerde even geërgerd: „U ziet niet het gevaar dat op Nederland af komt.”

Het gebeurde tegen het sluiten van een bewogen parlementair jaar. Een jaar waarin de film Fitna lang de gemoederen bezighield. Een jaar waarin de opkomende beweging van Rita Verdonk veel ongemak veroorzaakte bij de partijen op rechts. En een jaar waarin Jan Marijnissen onverwachts afscheid nam als SP-leider.

In dit grillige politieke landschap wil het kabinet graag in rustig vaarwater terechtkomen, laten zien dat bij CDA, PvdA en ChristenUnie het land in goede handen is. Dat leek in de laatste drukke week voor het zomerreces te lukken. Tussen tientallen kleine debatjes door werden de twee spannendste onderwerpen van het politieke jaar afgehecht: de embryoselectie en het ontslagrecht. Het kabinet-Balkenende IV was bij het ontslagrecht – achteraf bekeken – het dichtst bij een kabinetscrisis gekomen. De commissie-Bakker bood uitkomst, met 42 korte- en langetermijnvoorstellen om meer mensen aan het werk te helpen. Die coalitiebom is vakkundig gedemonteerd. Het debat over deze voorstellen verliep rustig.

Een paar uur later ging het dus toch weer mis. De aanvaring tussen de Kamerleden De Nerée tot Babberich en Tang maakte duidelijk dat de stabiliteit van de regeringscoalitie vooral afhangt van de twee grote partijen. Natuurlijk kan er weer een medisch-ethisch onderwerp komen waarin de ChristenUnie alleen komt te staan. Maar uiteindelijk is het dé vraag of CDA en PvdA elkaar kunnen vinden op de sociaal-economische en financiële onderwerpen.

Financieel draait Balkenende IV tot dusver boven verwachting. Maar de economische tegenwind begint steeds harder op Nederland af te komen, en dus ook op de overheidsfinanciën. Het kabinet had het zo goed bedacht: het zuur in 2009, het zoet in 2010. Of dat laatste zal lukken, is met de verslechterende economie de vraag. In augustus onderhandelt de coalitie over de koopkracht. Daarvoor is weinig geld en ligt dus een politiek probleem op de loer.

De partijen zijn het nu al niet eens over het plan om de voorgestelde btw-verhoging van 19 naar 20 procent niet door te laten gaan, om zo de koopkracht op peil te houden en de inflatie niet verder op te stuwen. De PvdA voelt hier wel voor, het CDA niet. De btw-verhoging kan alleen worden geschrapt als ook een ander plan niet doorgaat: het afschaffen van de WW-premie voor werknemers.

Hierin schuilt een ideologisch geschil: het CDA wil het verschil tussen werken en niet werken groter maken, door de belasting op arbeid te verlagen. Dat heeft tot gevolg dat minima die niet werken relatief achterblijven. En dat ligt de PvdA weer zwaar op de maag – zeker met concurrent SP ter linker zijde.

Enigszins smalend werd deze week bij het CDA vastgesteld dat de PvdA eenderde van eenmalige meevaller van 150 miljoen aan de armoede wil besteden. Wel de armoede aanpakken, maar de werkenden belonen ten opzichte van de niet-werkenden, dat durft de partij niet echt, vindt het CDA. Het CDA en de ChristenUnie mochten ook een bestemming bedenken voor hun deel van de 150 miljoen. Dat werd iets heel anders: de restauratie van kerken en hulp aan ex-prostituees.

Zo heeft het kabinet het zomerreces gehaald, maar in augustus volgt al een moeizame discussie over koopkracht, btw en WW. Op de lange termijn zijn ook nog andere politieke problemen te verwachten. Zoals de discussie over het JSF-project, het Amerikaanse jachtvliegtuig dat mede door Nederlandse bedrijven wordt ontwikkeld. Zowel de financiële gevolgen van deze deelname als de aanschaf van het toestel ligt gevoelig tussen het CDA en de PvdA. Er is ook nog het rekeningrijden, waarop CDA-minister en vaak genoemd talent Camiel Eurlings in de problemen zou kunnen komen. Dat zou ook kunnen gelden voor staatssecretaris Huizinga (Verkeer, ChristenUnie), met de invoering van de ov-chipkaart en staatssecretaris De Jager (Financiën, CDA), die de Belastingdienst moet zien vlot te trekken.

En dan zijn daar nog twee belangrijke prioriteiten van dit kabinet: de projectministeries Wonen, Wijken & Integratie en Jeugd & Gezin, respectievelijk van Ella Vogelaar (PvdA) en André Rouvoet (ChristenUnie). Die komen maar moeizaam van de grond. Balkenende erkende in mei dat er spanning bestaat tussen „de prominente rol voor Rouvoet en Vogelaar en hun beperkte bevoegdheden”. Zij hebben te weinig geld. Bedoeling is dat daar wat aan wordt gedaan.

Blijft over de moeizame communicatie met de bevolking. Dit kabinet wilde het zo graag ‘samen met de burger’ doen. In de laatste maanden kreeg het kabinet op dit punt kritiek over zich heen van drie hoge colleges van staat. De Rekenkamer zei dat de hoeveelheid retoriek waarmee het kabinetsbeleid wordt verkocht niet in overeenstemming is met de resultaten. De Raad van State stelde dat de burger zich niet meer vertegenwoordigd voelt, waardoor de legitimiteit van de democratische rechtsstaat afbrokkelt. De Nationale Ombudsman betoogde dat de overheid zelf bijdraagt aan verruwing van de verhouding met de burger. Naast het hoofd bieden aan de afglijdende economie zal het winnen van het vertrouwen van de burger hét thema worden van het komende politieke seizoen.