Monetaire botsing van grootmachten

Beleggers zijn gewend zich zorgen te maken over geopolitieke spanningen. Een grotere bedreiging voor de markten is vandaag de dag geofinancieel van aard: de nare mondiale effecten van financiële beslissingen die een nationaal economisch belang dienen.

In hun streven naar groei hebben de Chinese autoriteiten een belangrijke monetaire hoek afgesneden. Ze hebben de wisselkoers van de Chinese munt niet gelijk laten opgaan met de welvaart.

Het kunstmatig goedkoop houden van de yuan heeft ervoor gezorgd dat miljoenen slecht geschoolde werknemers hun baan kunnen houden. Maar het leidt ook tot monetaire wantoestanden. Het overschot op de Chinese handelsbalans heeft in eerste instantie geholpen de wereldwijde inflatie van aandelenkoersen en huizenprijzen te financieren. Nu levert dit overschot de middelen om de inflatie in China zelf op te drijven, terwijl het tegelijkertijd kapitaal aantrekt van buitenlanders die erop gokken dat de munt uiteindelijk toch genoeg zal moeten stijgen om het handelsoverschot omlaag te brengen. Afgelopen woensdag maakte de Chinese regering draconische restricties bekend voor exporteurs die proberen buitenlandse valuta in yuan om te wisselen.

De combinatie van binnenlandse inflatie en een stijgende munt betekent dat de prijzen van uit China geïmporteerde goederen zullen toenemen. De industriële werkplaats van de wereld exporteert zijn inflatie, naast overhemden en magnetrons.

De Verenigde Staten houden vast aan hun beleid van monetair isolationisme. De Federal Reserve (het stelsel van Amerikaanse centrale banken) probeert de economie sterk te houden door te kiezen voor een lage rente, waarbij de waarde van de dollar wordt genegeerd. Daarom bieden de VS, die nog steeds een groot tekort op de betalingsbalans moeten zien te financieren, een negatieve reële rente op hun staatsobligaties.

De gevolgen zijn slecht. Vrijzwevende valuta stijgen ten opzichte van de dollar. Daardoor wordt het lastig voor de Europese Centrale Bank, die de rente donderdag met 25 basispunten verhoogde. De angst voor een overgewaardeerde euro zou de bank ervan kunnen weerhouden meer te doen. Munten met een vaste wisselkoers tegenover de dollar bevinden zich in een inflatiecrisis. En de verliezen voor de crediteuren van de VS stapelen zich op.

Nationale monetaire autoriteiten denken wellicht dat ze alleen maar oog hoeven te hebben voor het nationaal belang. Maar in de onderling verknoopte mondiale economie is het gevolg van een teveel aan benauwde perspectieven een reeks monetaire sferen die met elkaar in conflict komen.

Edward Hadas