Moe van rijkdom

De jackpot van de Staats-loterij bedraagt 25 miljoen euro en valt komende week. De winnaar wordt gewaarschuwd: rijkdom kan leiden tot depressie. „Wanneer er geen passie is, maar wel veel geld, dan dreigt gevaar.”

‘Bent u eenzaam, meneer?” Op een houten bankje in het grint van zijn voortuin drinkt een man van middelbare leeftijd een kopje koffie met zijn schoonmoeder en aanzienlijk jongere vriendin. De eerste zonnestralen sinds tijden verwarmen zijn Villa Kakelbont-achtige huis. We zijn aan de Goudkust van Breda, althans, zo wordt het Ruitersbos in de volksmond genoemd. Volgens Elite Group, onderzoeksbureau naar de financiële top van Nederland, is dit één van de tien rijkste wijken van Nederland.

Verscholen tussen de hoge, brede bomen van het Mastbos staan hier de grootste villa’s van Breda, van pittoresk tot modern, van oude tot nieuwe materialen, van twee tot acht auto’s in de garage. Een tochtje op de fiets langs zulke rijkdom wakkert fantasieën aan, over dagelijks champagne en haute couture, over polyester jachten in azuurblauwe wateren en privévliegtuigen parkeren in de achtertuin. Kortom, geen zorgen meer, puur geluk.

Maar volgens Manfred Kets de Vries, ‘managementgoeroe’ en directeur van het Franse INSEAD Global Leadership Centre, is de kans groot dat juist in deze wijk een aandoening heerst die hij het wealth fatigue syndrome (wfs) noemt, vrij vertaald rijkdommoeheid, met symptomen als depressie, paranoia en eenzaamheid. De econoom, die bekend staat om zijn psychologische en psychiatrische aanpak van managementproblemen, kan het weten: op zijn populaire seminars verschijnen vermogende managers met het syndroom.

„Het zijn narcisten. Ze leven geïsoleerd, hebben het gevoel met de realiteit verloren. Ze denken dat ze met een grotere boot of dagelijks een nieuw kunststuk zin geven aan hun leven. Eén van mijn studenten heeft pas geleden een Boeing 737 gekocht en ingericht als huis. Maar hij is er al weer op uitgekeken. The king is bored.”

Nou en?, zou je denken. Maar Kets de Vries maakt zich zorgen. Aan een van zijn seminars, Chance of Leadership, nemen jaarlijks twintig mensen deel. Een kleine groep, maar gezamenlijk zijn ze wel verantwoordelijk voor honderd- tot tweehonderdduizend mensen. De vaak narcistische leiders gaan door het wfs gekke dingen doen, zoals het voortdurend verschuiven van werknemers, of hen lukraak ontslaan. „Ze vervelen zich. Reorganiseren wordt dan een spelletje voor ze. Ze doen het alleen om geprikkeld te blijven”, aldus Kets de Vries.

Hoeveel mensen er aan wfs lijden, is niet bekend; er is geen onderzoek naar gedaan en bovendien zullen superrijken niet snel toegeven dat het slecht met hen gaat, uit angst hun imago te schaden, merkt Kets de Vries, die in zijn seminars een vertrouwelijke sfeer probeert te creëren waardoor wfs-lotgenoten vertellen wat ze voor de buitenwereld geheimhouden.

Duidelijk is wel dat het aantal rijken en superrijken de laatste jaren fors toeneemt (zie kader). Die toegenomen rijkdom manifesteert zich in Nederland bijvoorbeeld zo: vroeger was 98 procent van de boten die Arie de Zoeten, eigenaar van Holland Yachting, verkocht korter dan tien meter. Nu verkoopt hij deze maat nog zelden. „De rijken worden rijker. Ze willen een nóg grotere boot.” Een beetje boot begint nu bij twaalf meter. „Met een kleinere boot kun je niet meer gezien worden”, zegt De Zoeten.

Volgens Kets de Vries leidt die hebzucht tot rijkdommoeheid. „Er ontstaat competitie; wie heeft de grootste boot? Een spiksplinternieuw jacht van twintig meter is nooit voldoende, want er is altijd wel iemand met een nog groter jacht. Geld maakt weinig verschil in de wereld van rijkdom. Er is altijd wel iemand rijker.”

Van alle rijkaards met het syndroom vallen wereldwijd de Russen het meest op, zegt Kets de Vries: „Daar speelt geld echt geen rol. Rijke Russen geven gerust een feest in Venetië, laten alle gasten overvliegen inclusief het hele Cirque du Soleil voor een privéoptreden. Na het communisme zijn alle remmen los gegaan.” Het probleem en gevaar met de rijke Russen is, vindt Kets de Vries, dat ze alleen maar ja-knikkers om zich heen hebben. Niemand die hen tegenspreekt. „Een depressieve miljardair zei tegen me: niemand belt me. Ik zei: you’re full of shit. Dat had nog niemand tegen hem gezegd.”

Ook Arie de Zoeten herkent de geldsmijterij van de Russen. Onlangs nog bezocht een Rus zijn kantoor in luxeoord Marbella. „Met een koffertje vol geld stapte hij binnen. Daarmee wilde hij een boot kopen van 1,2 miljoen euro. De verkoop ging niet door, want wat moet ik met een koffer vol geld dat hij niet op de bank wil zetten?”

Ondanks zijn van oorsprong zuinige aard is ook de rijker wordende Nederlander vatbaar voor het syndroom. „Door de globalisering verliezen we onze calvinistische spirit. We zien wat de Amerikanen, Fransen en Engelsen hebben en denken: dat wil ik ook”, zegt Kets de Vries. Jort Kelder toonde de Nederlandse hebzucht onlangs nog haarfijn in zijn tv-programma Bij ons in de PC. Zo sprak hij een tiener aan die zijn gloednieuwe, peperdure Italiaanse laarzen aan de camera liet zien. Dat zijn kleding van exclusieve merken was, vond de tiener van groot belang. Moeder had uiteraard betaald, lachte de jongen, en mag ik nog een jas, mama? Ach, giechelde de moeder, oké dan, maar niet duurder dan achthonderd euro hoor!

Dan maar liever een leven als arme sloeber? Toch gaat volgens emotie-econoom Henriëtte Prast rijkdom vaker met geluk gepaard dan armoede. „Wanneer je twee vergelijkbare mensen neemt en hun enige verschil is hun vermogen, dan is de rijke vaker gelukkig dan de arme. Met geld koop je vrijheid en tot op zekere hoogte ook geluk.”

Het wealth fatigue syndrome slaat volgens Prast ook niet overal toe waar eindeloze hoeveelheden geld zijn. „Mensen die hard hebben gewerkt, die door eigen activiteit rijk zijn geworden en het geld niet als doel stelden, verzinnen ondanks dat geld gewoon weer een nieuwe uitdaging. Ze verkopen de onderneming en beginnen een nieuwe.”

Omgekeerd geldt: wanneer het leeg is in het hoofd, wanneer er geen passie is, maar wel heel veel geld, dan dreigt gevaar. Prast: „Die mensen missen een uitdaging en gaan op een andere manier naar spanning in hun leven zoeken. Ze slaan aan het gokken of raken aan de drugs, maar vaak gaan ze ook echt gevaarlijke dingen doen en nemen ze grote risico’s. Kijk maar naar John F. Kennedy Junior, die nog nooit ’s nachts alleen had gevlogen, dat vervolgens toch deed en verongelukte met zijn vrouw en schoonzus.”

Een therapie wil psychoanalyticus Kets de Vries het niet noemen, maar hij kan zijn depressieve, paranoïde cursisten wel de ogen openen. Om de beurt moeten de deelnemers één uur lang praten over situaties die van invloed op hun leven zijn geweest. Welke drie belangrijke dingen hebben ze van hun ouders geleerd? Daarmee moeten ze hun ego opzij zetten en terugkeren naar de kern van hun leven. De andere cursisten mogen daar dan commentaar op leveren. „De gouden regel is dat we eerlijk zijn naar elkaar”, zegt Kets de Vries.

Ook leert hij zijn studenten dat ze, willen ze hun depressie overwinnen en de zin vinden in het leven, iets moeten teruggeven aan de maatschappij. „Learning, earning and returning. Ze moeten zien dat ze verantwoordelijkheid hebben ook iets terug te geven.”

Uiteindelijk is rijkdom, volgens Kets de Vries, het hebben van goede relaties. Hoe is de band met de ouders, heeft iemand vrienden? „Mijn studenten hebben geen vrienden. Maar als je zoals veel Russen vrouwen inwisselt alsof het auto’s zijn, hoe kun je dan ooit behoorlijke relaties opbouwen?”

Terug naar de man in de voortuin in de Goudkust van Breda. Hij blijkt het zoveelste restaurant in Breda te hebben en nee, hij is niet eenzaam. Hoewel hij niet meer hoeft te werken, zit hij nog boordevol plannen, zoals een hotel dat hij wil beginnen op Ibiza. Zijn Goudkust-buren? Net zoals hij: harde werkers. „Van zes uur ’s ochtends tot tien uur ’s avonds. Alle mensen die hier wonen hebben drukke banen; de één runt een fabriek, de ander is notaris en die vrouw die daar uit haar Espace stapt, heeft een detacheringbedrijf. Maar we hebben wel allemaal drie auto’s en een Harley in de garage staan.”