‘Milton niet naar Angola zonder debat’

Ook jonge asielzoekers worden uitgezet. Zelfs als ze al zeven jaar in Nederland wonen, komend schooljaar eindexamen vwo doen en geneeskunde willen studeren.

Conrector Vincent Verstappen, gekleed in spijkerbroek en blauw colbertje, groeit in de loop van de ochtend in zijn rol van actieleider.

Aanvankelijk kijkt hij op afstand toe als de jonge zanger van de schoolband in de aula van het Jeroen Bosch College in Den Bosch „Milton is here to stay” in de microfoon brult. Maar als de leerlingen zich daarna op het schoolplein verzamelen voor de mars naar het stadhuis, roept de conrector aanmoedigend: „Hoe groter de stoet, hoe meer invloed!” En, eenmaal aangekomen in het centrum van Den Bosch met een paar honderd giechelende meisjes en jongens op scootertjes in zijn kielzog, schreeuwt hij: „We moeten veel lawaai maken.” Een oorverdovend geschreeuw volgt. „Milton die moet blijven, oh, oh, oh, oh, oh.”

Het draaide gisteren allemaal om Milton Vaz Contreiras (17) uit Angola. Hij is net overgegaan naar 6 vwo, maar of hij na de zomervakantie nog in Nederland is, weet niemand. Hij is uitgeprocedeerd en moet terug naar zijn geboorteland. Dat kan alleen als daar adequate opvang is. En die is er, vindt de Immigratie- en Naturalisatiedienst: Milton kan er gaan wonen in een weeshuis in Luanda.

Zijn docenten van het Jeroen Bosch College vinden dat bespottelijk. „Laat die jongen in elk geval hier zijn vwo-diploma halen”, zegt Vincent Verstappen. „Dan heeft hij een kans iets van zijn toekomst te maken.”

Aanvankelijk koos conrector Verstappen voor stille diplomatie. Hij benaderde vrienden en kennissen die mogelijk iets konden betekenen. Toen dat mislukte, bedacht hij, samen met mentor Fred Blans, een publiciteitsoffensief om uitzetting te voorkomen. Blans sprak met de klasgenoten van Milton in 5 vwo. Die waren ook voor actie. „Kinderen willen altijd graag iets dóén”, zegt Blans. Dus kwam er een site voor Milton met steunbetuigingen, en werd de actiedag bedacht.

Milton is een beetje onwennig, als middelpunt van de school. Tijdens het optreden van de band staat hij een brok in zijn keel weg te slikken. Gekleed in een zwarte broek, bruin overhemd en gilet staat hij daarna de pers te woord. Vooral de regionale pers (krant, radio en tv) is aanwezig. Later loopt Milton vlak achter Verstappen mee in de optocht, hand in hand met zijn vriendin. Als de leerlingen op het stadhuisplein hun spandoek – ‘Milton Manuel niet naar Angola, zonder diploma’ - uitrollen en Milton ervoor gaat staan, klikken de camera’s onophoudelijk.

Milton was negen toen hij door zijn vader op het vliegtuig naar Nederland werd gezet. Ze zouden samen vertrekken, maar bij het instappen raakte hij zijn vader kwijt en belandde hij alleen in het vliegtuig. Milton is ervan overtuigd dat zijn vader hem met opzet alleen liet gaan. „Hij wilde dat ik een beter leven zou krijgen.” Op 5 april 2001 arriveerde hij in Nederland. Milton kan zich niet veel herinneren van zijn leven in Angola, alleen dat zijn moeder overleed toen hij klein was en dat hij alleen met zijn vader woonde in een krottenwijk.

Het asielverzoek werd afgewezen. Wel kreeg hij een vergunning voor tijdelijk verblijf. Tot 2001 kregen alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama’s) zoals Milton daarna vaak een verblijfsvergunning. Maar sinds de invoering van de strengere Vreemdelingenwet in januari 2001 moeten ama’s meestal terug naar het land van herkomst. De laatste jaren komen er enkele honderden ama’s per jaar naar Nederland. In 2000 waren het er ruim 6.000. Al jaren komen de meeste ama’s uit Angola. Milton wil na het vwo geneeskunde studeren.

Hans van Veen, bestuursvoorzitter van Stichting VluchtelingenWerk ’s-Hertogenbosch komt ook even kijken op de actiedag. Ook hij heeft zijn best gedaan voor Milton. Had hij hetzelfde gedaan als het een vmbo-scholier zou betreffen? „Tuurlijk”, zegt Van Veen. Vmbo’ers kunnen goede vaklui worden. Loodgieters, dakdekkers en metselaars hebben we ook heel hard nodig.” En als hij nou een crimineel was? „Dan moet je er niet al te veel energie in steken.”

En dan komt de burgemeester Rombouts naar buiten. Zijn grijze haar keurig in de nek gekamd. In de meivakantie had Milton hem nog proberen te bellen, maar hij kwam niet voorbij zijn secretaresse. Maar nu staat de burgemeester gewoon voor hem. „Ik kan niets beloven”, zegt de burgemeester. „Maar ik ga me wel voor je inzetten. Ik ga een brief schrijven naar Albayrak (staatssecretaris van justitie, PvdA, red.).”

Dan gaan Milton en zijn vriendin, de conrector en de mentor koffiedrinken met de burgemeester. Om nog wat zaken helemaal helder te krijgen. Verstappen kijkt tevreden. „Bedankt, jongens”, roept hij naar de leerlingen. Hij zwaait. „Laten we hopen dat onze actie de zaak heeft doen kantelen.”