Kaasschnitzels

Voor 4 personen:4 kalfsschnitzels à 175 gramcirca 50 gram boter, plus wat voor het bakken 1 theelepel mosterdpoederscheutje worcestershiresaus50 gram broodkruim30 gram versgeraspte parmezaanse kaas3 eetlepels gladde peterseliezeezout en versgemalen peper4 eetlepels witte wijn

Dit recept kunt u heel makkelijk variëren door varkens-, kip- of kalkoenschnitzels te gebruiken. De saus staat ook open voor veranderingen. Gebruik bouillon in plaats van wijn, of een mengsel. U kunt na het bakken van de schnitzels ook de pan schoonvegen en er dan een klontje boter in verhitten. Schep er twee of drie eetlepels salie door en bak die snel goudbruin. Serveer het vlees met de saus naar keuze en partjes citroen. De kalfsschnitzels mogen niet dikker dan 0,5 centimeter zijn. Leg ze, als dat niet zo is, een voor een tussen twee vellen plasticfolie en plet ze met de platte kant van een vleeshamer of met de bodem van een zware pan.

Laat de boter smelten in een kleine pan zonder het bruin te laten worden. Schep er het mosterdpoeder en de worcestershiresaus door en neem de pan van het vuur. Meng het broodkruim met de kaas en fijngehakte peterselie. Breng op smaak met zout en peper. Doe het botermengsel en het broodmengsel in twee ondiepe schalen. Haal de schnitzels een voor een eerst door het botermengsel en dan door het broodmengsel. Leg ze dan naast elkaar op een met bakpapier beklede bakplaat. Zet minstens een half uur in de koelkast, zodat de kruimellaag mooi stevig kan worden.

Verhit 20 gram boter in een anti-aanbak koekenpan op matig tot middelhoog vuur. Leg er afhankelijk van hoe groot de pan is één of twee schnitzels in. Bak ze 3 tot 4 minuten, waarbij u ze een keer omdraait, tot ze aan beide kanten goudbruin zijn. Doe vooral niet teveel schnitzels in de pan. Ze zijn snel klaar en u kunt de gebakken schnitzels warm houden in een lauwe oven. Blus de pan af met witte wijn en laat een paar minuten op hoog vuur inkoken. Schik de schnitzels op voorverwarmde borden, schep er wat saus over en geef er partjes citroen bij.

Kim Maclean