‘Ik zoek altijd het moment dat de duende komt’

De Spaanse gambaspeler Jordi Savall zoekt in zijn uitvoeringen van oude muziek naar uitzonderlijke momenten. Maandag speelt hij in het Concertgebouw.

„Onlangs maakten we een opname voor de Duitse radio. We speelden het stuk drie keer: goed, zuiver en gelijk. De producent vond het meteen fantastisch. Ik was verbaasd. Hij had misschien wel gelijk, maar we waren nog niet eens begonnen muziek te maken!”

Aan het woord is Jordi Savall (1941), bespeler van de viola da gamba (een voorloper van de cello) en een levende legende binnen de oude-muziekbeweging. Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw hoort hij bij de voorhoede van musici die door onderzoek naar historische bronnen en levende volksmuziektradities probeert oude muziek zo gefundeerd mogelijk uit te voeren. Maar zijn persoonlijke en eigentijdse muzikale intuïtie zet hij daarbij nooit buitenspel.

Savalls naam is vooral verbonden met die van de Franse componist en gambist Marin Marais (1656-1728). Savall was Marais’ belangrijkste herontdekker, nam talrijke cd’s met zijn muziek op. Van de soundtrack van de film Tous les matins du monde (1991) van Alain Corneau, met Gérard Depardieu in de rol van Marais, werden ruim een miljoen exemplaren verkocht – ongekend in de oude muziek.

Met de anekdote over de Duitse radioproducent wil Savall illustreren dat technische perfectie voor hem nog maar het begin is. „Ik heb vijfentwintig jaar lesgegeven,” zegt hij. „Mijn grote frustratie was dat ik wat muziek betreft álles kan onderwijzen, behalve waar het écht om gaat; datgene wat musici als Pablo Casals, Victoria de Los Ángeles of Placido Domingo zo bijzonder maakt.”

In Spanje hebben ze er een woord voor, dat vooral in verband met flamenco vaak opduikt: ‘duende’. Het staat voor ‘geest’ of ‘betovering’, maar slaat in muziek juist op het ongrijpbare waar Savall het over heeft: „Ik ben altijd op zoek naar het moment dat de ‘duende’ komt; het moment waarop alle musici één zijn en alles een weg naar boven zoekt. Het is een uitzonderlijk moment, misschien nog het beste te vergelijken met verliefdheid. Je kunt niet zelf beslissen wanneer het komt.”

In het Concertgebouw speelt Savall maandag Folias & Romanescas ; zestiende- en zeventiende-eeuwse composities gebaseerd op steeds herhaalde basismelodieën, waarop geïmproviseerd zal worden.

„Die vormen komen oorspronkelijk uit de Spaanse volksmuziek,” legt hij uit. „De melodieën zijn altijd heel mooi; typisch Spaans, een beetje oosters. Meestal zijn het uitgeschreven improvisaties, bedoeld als voorbeeld van hoe het moet.”

Het is een concert dat Savall vele malen uitvoert. „Ieder concert is toch een fundamenteel nieuwe ervaring”, nuanceert hij. „Niet alleen door de andere locaties en wisselende musici. De improvisaties, maar ook de interpretatie van ornamenten en het karakter van de muziek is steeds anders.

„Het maakt voor het bereiken van die sensatie van duende ook uit of het publiek gretig en enthousiast is, of blasé. In Nederland merk je heel duidelijk dat er een levende oude muziek-traditie bestaat. De mensen begrijpen hier waar het om gaat.”

Hesperion XXI o.l.v. Jordi Savall, met Montserrat Figueras. 7 juli Concertgebouw, Amsterdam. Info: robecozomerconcerten.nl.