Humor of haat

De arrestatie van cartoonist Gregorius Nekschot veroorzaakte veel tumult. Wat gebeurde er precies? Wat waren de overwegingen van Justitie? Een reconstructie.

Tien politieagenten hebben het hele huis leeggehaald. „Alles is meegenomen”. Het was „héél intimiderend” en er is „grof geweld” gebruikt.

Het duo Pauw en Witteman hangt aan de lippen van cabaretier Hans Teeuwen als die in de televisie-uitzending van 15 mei uitlegt wat zijn vriend, cartoonist Gregorius Nekschot, twee dagen eerder is overkomen.

Justitie heeft de woning van Nekschot (een pseudoniem) in Amsterdam doorzocht. Hij is gearresteerd en anderhalve dag vastgehouden. De verdenking luidt: systematisch en opzettelijk beledigen van bevolkingsgroepen vanwege hun ras of godsdienst en haat zaaien.

De aanleiding voor de doorzoeking is een drie jaar oude aangifte van de tot de islam bekeerde Nederlandse godsdienstleraar Abdul-Jabbar van de Ven, zegt de cabaretier in het televisieprogramma. „Dit is nog nooit vertoond. Ja, in dictaturen, maar niet in Nederland.”

Op de website GeenStijl herhaalt Teeuwen het allemaal nog eens en concludeert hij: „In Denemarken beschermen ze cartoonisten, hier leveren we ze uit.”

De dagen na het televisieoptreden van Hans Teeuwen groeit de verontwaardiging in de samenleving. Theodor Holman in Het Parool: „Het arresteren en oppakken is begonnen. In Nederland bestaat de vrijheid van meningsuiting niet meer”. In NRC Next schrijft Rob Wijnberg over „de Stasipraktijken van het OM”. De Volkskrant vindt de aanpak van het OM „buiten proportie”. Sylvain Ephimenco in Trouw: „Nederland associeert zich op deze manier met regimes waarvoor kunstwerken en de vrijheid van meningsuiting bedreigend zijn.”

Collega-cartoonisten en de Nederlandse Vereniging van Journalisten stellen zich op achter Nekschot. De verontwaardiging slaat over naar de politiek. „Ik schrok van het feit dat tekeningen en cartoons aanleiding kunnen zijn tot zoiets”, reageert vicepremier Bos tijdens zijn persconferentie na afloop van de ministerraad op 16 mei.

Vier dagen later, in een spoeddebat, hebben de meeste fracties in de Tweede Kamer kritiek op de „intimiderende arrestatie” (Rutte, VVD). De Wit (SP) vindt dat „dit soort publicaties mogen”. Bosma (PVV): „Hoe lang is deze McCarthy-actie al aan de gang?”

De algemene verontwaardiging over de inperking van de vrijheid van meningsuiting is mede te wijten aan de communicatie van het Openbaar Ministerie (OM). Tijdens de huiszoeking zijn de twee persofficieren met vakantie. Pas twee dagen later verspreidt het parket Amsterdam een kort persbericht. Het geeft nauwelijks uitleg en bevat onjuiste informatie. Zo staat er dat de aangehouden man na verhoor is heengezonden, hoewel hij na verhoor een nacht in een politiecel doorbracht. Pas één dag later, 16 mei, presenteert het parket een volwaardiger persbericht. Maar dan is de commotie al ontstaan.

Inmiddels zijn voldoende feiten voorhanden voor een reconstructie, aan de hand van informatie die minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) naar de Tweede Kamer stuurde, gesprekken met betrokkenen en onderzoek van deze krant.

De aangifte wegens discriminatie op 21 april 2005 kwam niet van Abdul-Jabbar van de Ven, zoals Teeuwen beweerde, maar van het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI). Dat is een door de ministeries van Justitie en VROM gefinancierde organisatie. Het MDI ontving volgens directeur Niels van Tamelen „tachtig klachten over de spotprenten, van zowel allochtonen als autochtonen”.

De huiszoeking bij Nekschot op 13 mei om tien uur ’s ochtends onder leiding van een rechter-commissaris is gedaan door zes agenten in burger, in aanwezigheid van een officier van justitie met twee medewerkers. De agenten namen één computer, digitale bestanden en administratie mee. Er is geen geweld gebruikt. Nekschot is aangehouden, meegenomen voor verhoor en de volgende dag vrijgelaten.

Waarom was er een huiszoeking nodig en moest Nekschot een dag en een nacht zitten? En, is Nekschot een cartoonist die erop uit is om mensen te kwetsen, zoals justitie zegt? Of wil hij juist mensen „aan het lachen maken”, zoals hij op 16 mei zei in de actualiteitenrubriek Nova?

Over de motieven en het gedachtengoed van Gregorius Nekschot ontving justitie in de aangifte van het MDI informatie. Daarin wordt verwezen naar tekeningen en teksten op de website gregoriusnekschot.nl. Op zijn site voorziet Nekschot zijn spotprenten van discriminerende reacties en opmerkingen, schrijft minister Hirsch Ballin in een brief op 18 juni aan de Tweede Kamer.

Zo publiceert hij van iemand die ‘De Geus’ zou heten: „Marokkanen vertonen vaak een duidelijke overeenkomst met kankercellen: ze passen zich niet aan en parasiteren de gastheer.” Nekschot schrijft erbij: „Geachte heer De Geus, dank voor Uw reactie. Interessante observaties! U heeft duidelijk veel kennis van zaken.”

De Geus draagt op de website ideeën aan voor nieuwe „misselijk makende grappen” over Marokkanen, Turken en mensen met een donkere huidskleur. De Geus: „Deze mensen hebben grotendeels niets met Nederland. Ze komen niet brengen, ze komen HALEN! Sprinkhanen ze vreten hier het veldje kaal en naaien eruit als de boel leeg is hier.” En: „Wij laten Marokkanen Nederland (islam religie) binnenkomen, zij werken (bijna) niet, verbruiken bovendien massaal onszelf opgebouwde voorraden en voorzieningen, en bedreigen je erboven op ook nog eens met een grote mond, terreur. Is het niet eens tijd dat zij hun grote mond houden en zich eens schikken naar lands wijs en regels? Anders exit. (..) Dat volk dat tegen ons bidt, onze jonge meisjes verkracht (zit systeem in) en ons later mogelijk gewelddadig tegen ons zal keren als hun aantal (kritische massa) groot genoeg is.”

Op zijn website reageert Nekschot: „Geachte heer De Geus, dank voor al Uw informatie, tot dusver. Er zit materiaal bij waar ik, inderdaad, hele misselijke grappen over kan maken. Het is mij inmiddels duidelijk geworden dat U de boel goed in de gaten houdt. Hulde! Iemand moet het doen. Zelf ontbreekt het mij vaak aan tijd om alles bij te houden. Dat zult U willen begrijpen. Wil graag op de hoogte blijven en verzoek U, bij deze, alle informatie waarvan U denkt dat het belangrijk genoeg is, linea recta naar ondergetekende door te sturen. Bij voorbaat dank. Hoogachtend, Gregorius Nekschot.”

In reactie op een opmerking van ‘mevrouw M.’, die „wel een redelijk goede indruk” heeft van Rita Verdonk, maar toch overweegt te emigreren, schrijft Nekschot op zijn website: „Als u vertrekt, capituleert u voor lieden van dit slag. Dat zou uw eer te na moeten zijn. Mijn advies: volg de ‘underground’ op internet en geloof niet in ‘peace for our time’. En koop bovendien, voor de zekerheid, alvast een pistool. Of word lid van een schietvereniging. Dan kunt u uw mannetje staan mocht het zover komen. Hoogachtend, Gregorius Nekschot.”

Advocaat Max Vermeij van Gregorius Nekschot bevestigt dat zijn cliënt de teksten op het internet heeft geplaatst en voorzien heeft van commentaar. Vermeij: „En als u daar de ironie niet van inziet, hebt u werkelijk het IQ van een pinda.”

Uit het archief van zijn vijf jaar oude website blijkt hoe Nekschot zich in de loop der jaren steeds meer is gaan toeleggen op één thema: buitenlanders. Als hij in maart 2003 met gregoriusnekschot.nl begint, snijdt hij nog onderwerpen aan als ‘Relatiewereld’, ‘Derde Wereld’, ‘Geloof’ en ‘Gezondheid’. Zo staat er op 11 februari 2004 een cartoon over de Europese eenwording: een Duitse teckel met Beiers hoedje. Het beest heeft een reuzegeslachtsorgaan. Veel tekeningen zijn expliciet seksueel.

Als Nekschot in contact komt met Theo van Gogh, op wiens website hij vanaf februari 2004 publiceert, groeit het aantal spotprenten over Turken, Marokkanen en mensen met een donkere huidskleur. Na de moord op Van Gogh, 2 november 2004, staan deze bevolkingsgroepen centraal in zijn oeuvre. Thema’s op zijn website zijn dan ‘Multiculti’, ‘Misdaad’, ‘Journalistiek’ en ‘AEL’.

Als HP De Tijd hem in april 2007 vraagt wekelijks een MiniGreg te leveren, een korte, prikkelende tekst op de actualiteit, brengt hij in het weekblad meer variatie aan in zijn thema’s. In interviews die hij nu geeft, zegt hij grappen te maken over alle religies en wars te zijn van ideologieën.

Na de aangifte in 2005 begint een „zeer zorgvuldige toetsing, waarin het expertisecentrum discriminatie van het Openbaar Ministerie een sleutelrol speelt”, zegt Hirsch Ballin tegen de Kamer. Betrokkenen bij het onderzoek, die de krant niet met naam kan noemen, verklaren dat binnen het OM en het departement volop is gediscussieerd over de strafbaarheid van de spotprenten. Ook bij justitie waren (en zijn) de meningen verdeeld. Het was, geeft het parket Amsterdam officieel toe, een „juridisch complexe beoordeling of de cartoons binnen de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van artistieke expressie passen of dat er grenzen van strafbaarheid zijn overschreden.”

Het grondrecht van de vrijheid van meningsuiting is onder meer verankerd in artikel 10 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Daarnaast is er veel jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Het EHRM heeft keer op keer benadrukt dat de vrijheid van meningsuiting een van de essentiële fundamenten van de democratische rechtstaat vormt.

Aan de andere kant: de Nederlandse grondwet bepaalt ook dat de vrijheid van meningsuiting haar grenzen kent. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan (Grondwet, artikel 1). Beledigen of discrimineren is strafbaar, onder meer volgens artikel 137c Wetboek van strafrecht. Op stelselmatige belediging staat een maximale celstraf van twee jaar of een geldboete van 18.500 euro. Voor het aanzetten tot haat of discriminatie gelden dezelfde straffen.

Terwijl bij het Openbaar Ministerie in 2005 deze discussie loopt, ontstaat in Denemarken een rel om cartoons over Mohammed van de hand van cartoonist Kurt Westergaard. Ze staan op 30 september 2005 in de krant Jyllands-Posten. De bekendste is die van Mohammed met een bom in zijn tulband. In januari en februari 2006 leidt de cartoonrel tot hevige protesten in islamitische landen. De Deense ambassades in Damascus en Beiroet gaan in vlammen op.

De AEL, een Arabisch-islamitische beweging in Nederland en België, plaatst op 5 februari 2006, in reactie op de Deense cartoons, antisemitische tekeningen op zijn website. Een cartoon ontkent de Holocaust, op een ander deelt Adolf Hitler het bed met Anne Frank. AEL-woordvoerder Abou Jahjah zegt in NOVA dat „wie tactloos omgaat met de vrijheid van meningsuiting zelf ook tegen een stootje moet kunnen”. Het Centrum Informatie en Documentatie over Israël (CIDI) doet aangifte bij het Openbaar Ministerie.

PVV-leider Geert Wilders plaatst omstreeks die tijd de Deense cartoons op zijn website. Hiertegen wordt op 6 februari aangifte gedaan door het bestuur van de El Tawheed-moskee in Amsterdam. Daarmee liggen er bij justitie opeens drie cartoonaangiften. Ze moeten hetzelfde beoordelingstraject doorlopen. Daardoor duurt het langer voordat een besluit valt.

Bij de toetsing of de cartoons strafbaar zijn, is behalve het expertisecentrum discriminatie van het OM ook een werkgroep betrokken die zich bezighoudt met de cartoonproblematiek. Deze werkgroep staat onder voorzitterschap van Lidewijde Ongering, plaatsvervanger van nationaal coördinator terrorismebestrijder Tjibbe Joustra. De werkgroep is, na de Deense cartoonkwestie, door het vorige kabinet opgericht om veiligheidsvraagstukken en scenario’s rond dergelijke incidenten in kaart te brengen, schrijft Hirsch Ballin aan de Tweede Kamer.

Op 18 december 2006 ontvangt de minister een ambtsbericht. Het College van procureurs-generaal, de landelijke leiding van het Openbaar Ministerie, meldt de conclusie van de discussie die intern meer dan een jaar geduurd heeft. Het college wil Gregorius Nekschot vervolgen.

De acht spotprenten die justitie strafbaar vindt, gaan over Turken, Marokkanen en mensen met een donkere huidskleur. De boodschap die uit de serie spreekt: ze slaan hun vrouw, zijn lui, ondankbaar, gewelddadig, profiteren en neuken met geiten. En de oorspronkelijke Nederlanders dragen daarvan de last.

Het beleid van het Openbaar Ministerie is in lijn met een motie die de Tweede Kamer op 9 februari 2005 aannam. Daarin wordt de regering opgeroepen om het OM op te dragen de vervolging en bestraffing van haat zaaien, racisme en discriminatie te intensiveren.

Op dit moment moet het college nog een besluit nemen over de aangiften tegen de cartoons die de AEL en Wilders publiceerden. De kans dat Wilders vervolgd wordt voor het plaatsen van de Deense cartoons op zijn website is nagenoeg uitgesloten. Deze week achtte het OM het Kamerlid immers ook niet strafbaar voor het tonen van één van de Deense cartoons – Mohammed met de bom in zijn tulband – in zijn film Fitna.

Bij justitie wordt gewezen op het verschil met de spotprenten van Nekschot. Terwijl de Deen Westergaard de draak steekt met het geloof (Mohammed) richt Nekschot zich vooral op het beledigen van bevolkingsgroepen.

In de afgelopen weken meldde Nekschot, en met hem anderen, dat de aangifte drie jaar bij het Openbaar Ministerie op de plank lag, zonder dat er iets gebeurde. Nekschot in het Algemeen Dagblad: „Dat ze drie jaar lang bezig zouden zijn geweest met het achterhalen van mijn identiteit, dat is natuurlijk een kulverhaal.” In het spoeddebat in de Kamer spraken de fracties van VVD en PVV over mogelijk politieke motieven. Met de komst van Hirsch Ballin, in september 2006, zou Justitie opeens vaart gemaakt hebben.

Maar de aangifte blijkt niet drie jaar op de plank te hebben gelegen bij het OM. Ook duurt het niet drie jaar voordat de identiteit van Nekschot is achterhaald.

Nadat justitie, na anderhalf jaar wikken en wegen, eind 2006 besluit om Nekschot te vervolgen, wordt niet meteen actie ondernomen. Dat komt onder meer doordat de onderzoekers niet weten wie er schuilgaat achter het pseudoniem Gregorius Nekschot. De verdachte schermt zijn identiteit af.

Het opsporingsteam krijgt in 2007 informeel van het Meldpunt Discriminatie Internet de naam van G. V. uit Amsterdam als de man die schuil zou gaan achter Gregorius Nekschot. Zekerheid omtrent de juistheid van de naam is er niet. Bekend is alleen dat deze G. V. in 2004 één keer het adres gregorius@gregoriusnekschot.nl heeft achtergelaten op een internetsite.

Justitie staat voor een dilemma. Voor een opsporingsonderzoek is wettelijk meer nodig dan informeel verkregen informatie die misschien wel en misschien ook niet klopt. Bellen met de uitgever van Nekschot, Xtra in Amsterdam, is geen optie. Dat kan betekenen dat de verdachte gewaarschuwd wordt over het strafonderzoek en bewijsmateriaal laat verdwijnen. Het gaat justitie niet alleen om de gewraakte tekeningen, maar ook om de discriminerende teksten die Nekschot anoniem via zijn website verspreidt. Om de identiteit van de schrijver(s) te achterhalen, hebben de onderzoekers informatie uit de computer van Nekschot nodig.

Het achterhalen van zijn identiteit is een omslachtige bezigheid. Daarbij biedt het raadplegen van het openbare register van houders van nl-domeinnamen, waarin gregoriusnekschot.nl is opgenomen, geen soelaas. De naam van de houder is afgeschermd, op verzoek van betrokkene. Een woordvoerster van het register zegt dat slechts 60 van de 2,9 miljoen namen zijn afgeschermd. „Dat gebeurt dus niet zomaar.”

Justitie kan in een strafonderzoek afgeschermde informatie wel vorderen. Dat gebeurt uiteindelijk ook. Niet bij het domeinnamenregister, maar bij het bedrijf XL Internetservices in Rotterdam, de webhost van gregoriusnekschot.nl. Dat bevestigt directeur Lennard Zwart.

Justitie wil weten vanaf welke bankrekening de maandelijkse kosten voor de site betaald worden. Daarna worden van de bank betalingsbewijzen, alsmede de naam en het adres van de houder van de rekening, opgevraagd. Het blijkt niet G. V. te zijn.

Justitie denkt dan dat er twee personen in het spel zijn: de man die de betalingen voor de site verricht en G. V., die zich zou bedienen van de schuilnaam Gregorius Nekschot. Om de identiteit van Nekschot te achterhalen, wordt op 13 mei op het adres van de man die de rekeningen betaalt de doorzoeking gedaan. Uit de spullen die in de bovenwoning liggen, blijkt dat niet G. V., maar de man die de rekeningen betaalt Gregorius Nekschot is. Hij wordt aangehouden en voor verhoor naar het bureau gebracht. G. V. speelt daarna geen rol meer in het onderzoek.

Voor het rond krijgen van het bewijs tegen Gregorius Nekschot moet justitie inzicht krijgen in zijn denkbeelden en motieven. Opzet moet aangetoond worden, legt Hirsch Ballin later uit in de Kamer. Was de verdachte zich ervan bewust dat zijn spotprenten en de door hem verspreide teksten discriminerend zijn?

Op 13 mei wordt Nekschot hierover twee keer verhoord. De eerste keer in aanwezigheid van zijn advocaat. Beide keren weigert hij een verklaring af te leggen. Na het tweede verhoor was het moment gekomen om Nekschot naar huis te sturen, geeft Hirsch Ballin in een brief (29 mei) aan de Kamer tussen de regels door toe: met „de kennis van nu” had het besluit om Nekschot nog een nacht vast te houden anders kunnen uitpakken.

Langer vasthouden is op dat moment ook niet nodig, want justitie kan Nekschot op een later moment uitnodigen voor een nieuw verhoor. De informatie uit zijn computer is immers ‘veiliggesteld’.

Waarom dan toch nog een nacht in de cel? De rechercheurs denken de verdachte, terwijl hij in cellencomplex Zuid-Oost aan de Flierbosdreef verblijft, nog te kunnen confronteren met informatie uit de computer – onder meer over de identiteit van de schrijvers van de discriminerende teksten op zijn website, zegt het parket Amsterdam desgevraagd. Maar het ‘uitlezen’ van de digitale bestanden duurt langer dan verwacht. Als de volgende ochtend nog geen zicht is op de informatie, mag Nekschot in de loop van de middag naar huis.

De affaire-Nekschot stond op 19 juni nog één keer op de agenda van de Tweede Kamer. Van de grote verontwaardiging van een maand eerder was weinig over. Hirsch Ballin kon de meerderheid van de fracties ervan overtuigen dat er geen sprake is van een politieke arrestatie, al was er kritiek op de duur van de vasthouding. Alleen VVD en PVV blijven spreken van „een zweem van een politieke arrestatie”.

Justitie is nog steeds bezig met het uitlezen van de computer van Nekschot. Het onderzoek moet de identiteit achterhalen van De Geus, mevrouw M. en anderen die op de website figureren. Het moet ook meer duidelijkheid geven over de activiteiten van Nekschot.

Het besluit om de cartoonist te dagvaarden is nog niet genomen, maar volgens betrokkenen is nu al duidelijk dat naast zijn cartoons het verspreiden van discriminerende teksten zwaar zal meewegen.

Geert Wilders (PVV) en Mark Rutte dienden afgelopen maand in de Tweede Kamer een motie in om de „kunstwerken” van Gregorius Nekschot „een mooie plek te geven in de gebouwen van de Tweede Kamer”. De motie haalde het niet.

De spotprenten kregen daarom gisteren een plek in de eigen fractieburelen. Nekschot heeft volgens de VVD „positief en met enthousiasme” gereageerd.

Gregorius Nekschot wilde niet geïnterviewd worden ten behoeve van dit artikel.

De overige cartoons zijn te zien op http://deachtvangregoriusnekschot.blogspot.com/