Graan verovert langzaam terrein op papaver

Meer dan 90 procent van de wereldproductie aan opium komt voor rekening van Afghanistan, maar het land slaagt er niet in zichzelf te voeden. Langzaam wordt gepoogd dit te veranderen.

Aan de rand van een groot graanveld, acht kilometer ten oosten van de Afghaanse stad Herat, is een tent neergezet. Afgeschermd tegen de felle zon zitten twaalf vrouwen in een halve kring op de grond. Voor hen ligt een hoopje koren. Een voor een pakken ze de strohalmen op, plukken de tarwekorrels uit de aren en blazen het kaf weg uit de palm van hun handen. Het zaad laten ze in kleine plastic zakjes glijden.

Het lijkt onbeduidend werk. Toch leveren de gehoofddoekte vrouwen onder het geel doorschijnende tentdoek een cruciale bijdrage aan de toekomst van Afghanistan. Hier, op de percelen van het Landbouwkundig Onderzoeksinstituut van Afghanistan, worden nieuwe graanvariëteiten ontwikkeld die beter bestand zijn tegen droogte en ziektes en die daardoor een hogere opbrengst per hectare garanderen dan nu nog het geval is. De graankorrels die de vrouwen zo zorgvuldig verzamelen, worden volgend jaar opnieuw uitgezaaid op proefveldjes.

Zo probeert Afghanistan heel voorzichtig zijn landbouw weer op poten te zetten – na meer dan twee decennia van oorlogsgeweld en verwaarlozing. Op de grote internationale donorconferentie in Parijs werd eerder deze maand opnieuw het belang onderstreept van grootschalige investeringen in de Afghaanse landbouw.

Die oproep komt niets te vroeg. De afgelopen jaren is de papaveroogst in Afghanistan tot recordhoogtes gestegen. Meer dan 90 procent van de wereldproductie van opium komt voor rekening van Afghanistan. Maar het land slaagt er niet in zichzelf te voeden. Na hongersnood onder de Talibaan en grote tekorten in 2006 door droogte, dient zich nu opnieuw een ernstige voedselcrisis aan.

De crisis van dit jaar volgt ook nu op geringe sneeuwval en uitblijvende regens in de voorbije winter en lente. De oogsten vallen daardoor „aanzienlijk lager” uit dan vorig jaar, vooral in de gebieden zonder irrigatie, zegt een zegsman van de Voedsel en Landbouw Organisatie (FAO) van de VN in Kabul. Gouverneurs uit de noordelijke provincies van Afghanistan hebben gewaarschuwd voor een humanitaire crisis die zeker 80 procent van de lokale bevolking zal treffen indien er geen hulp van buiten komt. De droogte, aldus de gouverneurs op een gezamenlijke bijeenkomst in Kunduz, bedreigt ook de veestapels.

De crisis wordt dit keer verscherpt door de torenhoge prijzen op de wereldmarkt. Voedsel wordt onbetaalbaar voor arme mensen. En de prijs gaat extra omhoog doordat de buurlanden van Afghanistan hun export aan banden leggen.

‘Normaal’ hebben al zo’n 4,5 miljoen Afghanen grote moeite om aan eten te komen. Ze zijn voortdurend afhankelijk van buitenlandse hulp. „Door de prijsstijgingen van de afgelopen maanden zijn daar meer dan 2,5 miljoen mensen bijgekomen. Zij zijn niet langer in staat voldoende voedsel te kopen”, zegt een functionaris van het WFP, de organisatie voor voedselhulp van de VN. Van de nieuwe hongerigen wonen 1,1 miljoen mensen in de steden en 1,4 miljoen op het platteland, zegt hij.

De Afghaanse regering en de Verenigde Naties hebben vroegtijdig noodkreten om voedselhulp doen uitgaan naar de internationale gemeenschap. Maar de echte oplossing voor het chronische voedseltekort in Afghanistan moet natuurlijk komen van duurzame verbetering van de landbouw. „Afghanistan kan niet blijven leunen op voedselhulp en voedselimporten”, zegt de functionaris van de FAO. „Er moet veel meer worden geïnvesteerd om de eigen voedselproductie te stimuleren.”

Landbouwer Abdul Qadeer (51) uit het dorpje Gulbafa, even ten zuiden van Herat, aan de overkant van de rivier de Hari, is het daar helemaal mee eens. Enkele jaren geleden nam hij het initiatief voor het opzetten van een coöperatie voor zaadveredeling. Achttien boeren deden mee, ze legden elk omgerekend 600 dollar op tafel. Nu is Hambastagi (‘Eenheid’) een vooraanstaande leverancier van gecertificeerd tarwezaad voor akkerbouwers in Afghanistan.

Aanvankelijk werd er in het dorp met wantrouwen aangekeken tegen de onderneming. Inmiddels kopen veel boeren uit de wijde omgeving hun zaad bij Hambastagi. Ze zien dat de opbrengst gemiddeld meer dan het dubbele is dan de oude, lokale variëteit, zegt Abdul Qadeer.

Ook in Afghanistan geldt dat goed voorbeeld doet volgen. Toch zal het niet zo eenvoudig zijn de gewenste moderniseringen op het platteland door te voeren. Boeren die willen investeren kunnen geen beroep doen op banken. Die zijn er niet of nauwelijks op het platteland, zegt Qadeer. Boeren kunnen hun producten moeilijk bij de consument in de stad krijgen. Wegen zijn slecht en er is geen opslagcapaciteit voor fruit, groente en gewassen. En, zegt Qadeer, kunstmest en machinerie om het land te bewerken zijn erg duur. Daarom zouden er volgens hem subsidies verstrekt moeten worden.

Maar de belangrijkste handicap voor modernisering van de landbouw is de aanhoudende onveiligheid in grote delen van het land. Uit de statistieken van UNODC, de VN-organisatie die zich inzet voor bestrijding van drugs, blijkt: hoe onveiliger de regio, des te uitbundiger de papavervelden jaarlijks in bloei staan.

In de provincie Herat wordt nauwelijks of geen papaver geteeld. Dat is een erfenis van de vroegere krijgsheer Ismail Khan (thans minister in Kabul) die met harde hand regeerde over de streek en er relatieve welvaart bracht. Maar in het zuiden van de provincie, waar het wel onveilig is en waar de Talibaan steeds vaker worden gesignaleerd, verbouwen de boeren wel papaver.

Als de tarweprijs zo hoog blijft als die nu is, zullen misschien meer boeren in Afghanistan overschakelen van papaverteelt (de opiumprijs is dit jaar gezakt) op het verbouwen van tarwe, oppert Abdul Qadeer. „Er zijn hier al boeren uit Helmand geweest om zaad te bestellen. Ze zeiden: als we hadden geweten dat de tarweprijs zo hoog zou worden, hadden we tarwe in plaats van papaver verbouwd”, zegt hij.

Maar ook Qadeer erkent dat het nog veel te vroeg is om van een ommekeer te spreken. „Als de tarweprijs weer daalt, gaan ze in Helmand weer papavers telen. En niet alleen daar.”

In een loods op zijn bedrijf liggen witte zakken met tarwe opgestapeld. Dat zaad is nog afkomstig van de oogst van vorig jaar. De bedoeling was dat het, in opdracht van de Afghaanse regering, zou worden geleverd aan boeren in de omgeving van Kabul. Maar daar is het niet van gekomen. De weg tussen Herat en Kandahar, waarlangs het transport moet lopen, is nog steeds veel te onveilig, zegt Qadeer. Hij haalt zijn schouders op. Aan die situatie kunnen hij en de vrouwen op het proefveld aan de overkant van de rivier niets veranderen.