Genieten

Vakantie is een nieuw en moeilijk concept, waar weinig mensen echt goed mee om kunnen gaan. Dat is bekend. Relaties lijden onder vakantie, en je hebt zelfs goed bedoelende psychologen die zeggen dat ook volwassenen een knuffelbeer mee moeten nemen naar de vakantiebestemming, zodat er in ieder geval íéts vertrouwd is.

Ik weet niet of een knuffelbeer helpt tegen het onbehaaglijke gevoel dat Duits brood oproept. Of tegen de enge badmutsjes die eenieder geacht wordt te dragen in het Portugese zwembad.

Maar ik vermoed dat het grootste vakantieleed in de mens zelf zit, en dat leed heet: genieten. Volgens mij is het moeilijkste aspect van vakantie dat er genoten moet worden. Anders was de vakantie voor niets.

Ooit ben ik als verslaggever mee gegaan met een groepsreis door zuidelijk Afrika. De mensen in deze groep hadden allemaal gespaard voor deze droomreis. Daarom moest er elke vijf minuten iemand zeggen: ‘Mensen, dit is toch léven?’ Hoe vaker het gezegd werd, hoe meer ik eraan begon te twijfelen.

De obsessie met genieten heeft iets met Nederland te maken. In andere landen wordt ook wel genoten, maar altijd van iets specifieks (‘I enjoyed the show’, zegt de Engelsman, en nooit: ‘I was enjoying’). Het ‘diffuus genieten’ is iets wat Nederlanders zichzelf opleggen. En dan zijn ze zich er ook nog van bewust dat ze het eigenlijk niet kunnen.

Ooit wel eens met wat mensen in een clichélandschap in Toscane geweest, terwijl er net een clichézonsondergang bezig was? Dan is er altijd wel iemand in het gezelschap die zegt: ‘Jaaaa, het Italiaanse leven. La dolce vita. Hier kunnen de mensen tenminste nog echt genieten van het leven. Met die espresso enzo.’ Het woordje ‘nog’ duidt erop dat wij Nederlanders in de oertijd ook gewoon konden genieten, maar dat we dat vermogen door een wurgend proces van civilisatie, of een teveel aan welvaart, zijn kwijtgeraakt.

Dat idee kwam ook in de groepsreis in Afrika naar boven. Veelvuldig werd de volgende gedachte geuit: ‘De mensen zijn hier arm, maar op een andere manier zó rijk!’ Want de mensen hadden hier de ruimte en lachten allemaal zo vriendelijk.

Het probleem met Nederlanders en genieten is natuurlijk dat we er te veel over nadenken. We hebben hard gewerkt voor die vakantie, waardoor we die vanuit onze calvinistische achtergrond ook echt verdienen. Vakantie is dus niet alleen maar leuk, het is ook een noodzaak. ‘Ik was hier echt héél erg aan toe’, hoor je vaak, of: ‘Ik ga deze drie weken gebruiken om mezelf weer op te laden.’ Vind je het gek dat er dan nogal een druk komt te liggen op het genieten? De teleurstelling ligt altijd op de loer. Of zoals het vroeger in het onvolprezen televisieprogramma De Vakantieman werd uitgedrukt: ‘Vakantieman, dit noem ik geen vakantie.’

Zodra je jezelf niet meer oplegt om te genieten, loop je de meeste kans om te genieten. Gestrand op een lelijk busstation in Kroatië blijk je ineens tóch nog een zak paprikachips onderin de rugzak te hebben! Dat is genieten.

Paulien Cornelisse is schrijfster en cabaretière