Funfile

Na zeven weken was ik eindelijk weer terug. Al die tijd geen televisie gekeken, geen Nederlandse radio gehoord. Alleen de Volkskrant van de vorige dag gelezen en de internetkrant Nu.nl, om niet helemaal van het vaderland te vervreemden. En de International Herald Tribune en CNN.com voor het nieuws uit de rest van de wereld. Zo blijf je nog aardig op de hoogte. Denk je. Maar de praktijk bewijst het telkens weer: je weet niet meer wat er in Nederland gebeurt als je niet dagelijks hier, ter plaatse naar de televisie kijkt en naar de radio luistert, vooral het programma VierTact met de filemeldingen, de montere stemmen die je vertellen dat er bij elkaar opgeteld 360 kilometer file staat, waar de vrachtauto’s gekanteld zijn, hoe je om moet rijden. En dan komt er weer een nummertje Chopin of Mozart.

’s Avonds voor het eerst weer het NOS Journaal. Minister Eurlings, hij glimlacht, hij praat over het rekeningrijden, zegt iets over een belasting die daar wel of niet aan vastgeknoopt wordt, wanneer we wel of niet kunnen verwachten dat de reddende maatregel zal worden ingevoerd. Voor mij als leek is er geen touw aan vast te knopen maar ik weet wel zeker dat ontelbare kijkers witheet van woede zullen worden. Dat lees ik dan op internet in de rubriek Nu.jij van Nu.nl. De nieuwe stem des volks. Een jaar of dertig geleden zong André van Duin al een klaaglied over de files. Daarna heeft minister May Weggen zich onvergetelijk gemaakt met haar carpoolstrook, toen kwam minister Netelenbos redding brengen, en nu gaat mevrouw Verdonk het ongemak wegtoveren. Meer asfalt! schreef De Telegraaf een halve eeuw geleden in een hoofdartikel.

Tot dusver hebben we in de veronderstelling geleefd dat vooral de hardwerkende Nederlander het slachtoffer was; de kleine man die in zijn autootje iedere dag van A naar B moest rijden om zich af te beulen voor zijn gezin en daarna weer bekaf en uitgeblust terug. Een vergissing. Uit een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat 40 procent van alle ritjes niets met werk te maken heeft. Het is vrijetijdsverkeer. De babyboomers die van hun pensioen genieten, gaan funshoppen of op bezoek bij vrienden. Al doende leggen ze per jaar 82 miljoen kilometer af, dat wil zeggen twee miljoen keer rond de aarde. Luc Harms van het SCP is woensdag op het mobiliteitsgedrag van de Nederlander gepromoveerd. De jonge doctor schetst Nederland „als een pretparadijs waar vrijetijdsuitingen over elkaar heen buitelen”, las ik in de Volkskrant. En in het NOS Journaal verscheen een montere dame van tachtig. Ze ging iets leuks doen. Kwiek stapte ze in haar auto en verdween fors accelererend naar haar fun.

Er staat nog veel meer wetenswaardigs in dit proefschrift. Ik hoop dat er een goedkope commerciële uitgave van komt, want het is, dunkt mij, een boek waardoor het volk zich zelf beter zal leren kennen. Dit grote onderzoek heeft één feit aan het licht gebracht dat misschien op het eerste gezicht van minder belang lijkt, maar dat alle overheden en autoriteiten van het vervoer tot diep zelfkritisch nadenken zou moeten brengen. Nog maar 4 procent van de ondervraagden vindt het openbaar vervoer het meest aantrekkelijke.

In 1987, nadat voor de derde keer via een ingeslagen ruit de radio was gestolen, heb ik de auto afgezworen en ben ik overgegaan op het openbaar vervoer. Sinds 1955 had ik in Nederland niet in een tram, bus of trein gezeten. Het was een openbaring. Om te beginnen ontdekte ik dat niets op tijd rijdt. Ik schat dat ik de afgelopen 21 jaar bij elkaar wel een maand of vier op haltes en stations heb staan wachten. Maar zit je er eenmaal in, dan ontdek je de zegeningen. Het mooiste van het openbaar vervoer is het onbelemmerd naar buiten kijken, naar de film van straat, stad of landschap die aan de andere kant van het raam voor je wordt afgedraaid. En heb je daar genoeg van, dan kun je binnen tersluiks je medepassagiers bekijken en zodoende je volk beter leren kennen. Daar zal ik nu niet verder op ingaan, maar ik wist niet dat er zoveel veranderd was.

We hebben hier een prachtig, fijnmazig net van lokaal en nationaal vervoer. Maar het wordt niet goed beheerd. Vergelijk het met New York, waar je met de lokale en de express subway en de crosstown bussen overal kunt komen en in ieder station aan een automaat met een touchscreen feilloos het kaartje haalt dat je nodig hebt. En nu, om een voorbeeld te noemen, Amsterdam. We zitten middenin het toeristenseizoen. Een gezelschap Japanners heeft gehoord dat je hier bij de bestuurder je kaartje kunt kopen. Op het Leidseplein maken ze queue, willen allemaal met een biljet van tien euro betalen. De tram staat stil, de bestuurder raakt door zijn wisselgeld heen. Passagiers boos. Volgende keer pakken we de auto, denken ze, en de volgende dag zijn de files weer een beetje langer. De gebreken van het openbaar vervoer, een goed onderwerp voor het volgende onderzoek van het SCP en een proefschrift.