Evert Straat

Mr. Evert Straat (1899-1972) liet in de jaren vijftig en zestig zien dat het mogelijk was om over schaken zo te schrijven dat ook mensen die weinig of niets van het spel wisten er van konden genieten. Terecht beschouwde hij zich als een vakgenoot van Homerus, die volgens hem in de Ilias het eerste sportverslag schreef, over de lijkspelen voor Patroklos.

Of hij ooit een juridisch beroep heeft uitgeoefend weet ik niet. Buiten de schaakwereld was hij vooral bekend als vertaler van Griekse tragedies en van het Nieuwe Testament en als alwetend jurylid in het populaire radioprogramma Mastklimmen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef Straat vier jaar als gijzelaar in verschillende kampen, waaronder het kamp Buchenwald. In zijn boekje Praatschaak I staat een prachtig stuk, ‘Paul de kapper’ heet het, waarin Straat ingetogen en ontroerend schrijft over de verschrikkingen van dat kamp, maar ook een loflied zingt op het schaakspel en het spel in het algemeen. In de meest barre omstandigheden gaf het schaken hem de kracht om te overleven.

Een maand geleden liep ik in Buchenwald rond en ik dacht natuurlijk aan Straat, al zag ik zijn naam daar niet. Bij de voorwerpen die de gevangenen met primitieve middelen hadden gemaakt, waren drie schaakspelen te zien.

Bij een daarvan waren een paar stukjes op het bordje geplaatst. Het bord was door de museumdirectie verkeerd neergezet, met hoekvelden van de verkeerde kleur, en dat ergerde me, hoewel het niet belangrijk was.

Evert Straat - Eugène Znosko Borovsky, Scheveningen 1923. Wit begint en wint.

Oplossing:1. Ld3-e4 en zwart gaf op.