Er komt geen cent bij, maar zorgplicht geldt wel

Elk jaar komt het moderne zorgcomplex in Doornspijk geld tekort. Het moet onder de kostprijs te werken. „Het draait hier alleen doordat mensen meer doen dan je mag verlangen.”

Splinternieuw is het, het Hart van Thornspic. Vijftien woningen voor verstandelijk gehandicapten, dertig voor senioren die zo lang mogelijk zelfstandig willen blijven wonen, dicht bij zorgfaciliteiten.

Onder trompetgeschal en met vuurwerk werd het woonzorgcomplex in het centrum van het Veluwse dorp Doornspijk vorig jaar geopend door Clemens Cornielje, commissaris van de koningin in Gelderland. Jan van Mossel, verantwoordelijk bestuurder, vraagt zich nu af wanneer hij „de stekker eruit moet trekken”.

Zijn stichting Protestants Christelijke Woonzorg Unie Veluwe kampt met geldgebrek. Structureel. Vorig jaar, zegt Van Mossel, kwam hij drie ton tekort. Dit jaar zal hij een half miljoen interen op zijn reserves. Omdat hij 11 miljoen euro per jaar uitgeeft aan zorg voor zo’n vijfhonderd mensen in de gemeenten Elburg en Nunspeet. En omdat het zorgkantoor hem maar 10,5 miljoen euro vergoedt. Jaarlijks wordt hij bovendien 5 procent op zijn budget gekort, omdat het zorgkantoor nieuwe of doelmatiger partijen in de markt een kans moet geven. „Dit houden we dus niet vol”, stelt Van Mossel vast.

Actiz, organisatie van zorgondernemers, meldde vorige week dat tweederde van de instellingen voor thuiszorg in de rode cijfers zit. Gevolg van concurrentie; om opdrachten te behouden, hebben veel zorginstellingen hun diensten onder de kostprijs aangeboden. Gemeenten, uitvoerders van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO), houden de hand op de knip. Overschrijding van hun WMO-budget betekent dat ze elders geld moeten vinden.

Ook het AWBZ-budget van de rijksoverheid, voor langdurige zorg, is krap. In elk geval is de verdeling ervan niet goed geregeld, vindt Van Mossel. Hij biedt de bewoners van Thornspic alle zorg waarvoor ze zijn geïndiceerd, „zo efficiënt en effectief mogelijk”, terwijl hij erop moet toeleggen. „Het zorgkantoor in Zwolle zegt gewoon: u zit aan het plafond. U overschrijdt de productieafspraken. Dus er is geen geld. Terwijl ik wél een zorgplicht heb.”

Zijn z’n kosten dan niet te hoog? Van Mossel bestrijdt dat. „Voor alle zorg gelden vaste tarieven. We krimpen de thuiszorg al in, we laten vacatures open. Ik kan nergens meer op bezuinigen. Niet op overhead, niet op personeel. Het draait hier alleen doordat mensen meer doen dan je van hen mag verlangen.”

De Woonzorg-bestuurder heeft inmiddels op diverse niveaus aan de bel getrokken. Kamerleden van de SGP en de ChristenUnie zijn op bezoek geweest, het CDA komt nog. Hij heeft zich gewend tot de Landelijke Organisatie Cliëntenraden, die bewoners van verpleeg- en verzorgingshuizen vertegenwoordigt. En ook de wethouders in de regio hebben zijn noodsignaal opgepikt.

Nico Schipper, wethouder van Nunspeet (ChristenUnie), namens zijn vijf collega’s: „De budgetten zijn uitgeput. In deze gemeente hebben we vijftig mensen op de wachtlijst voor lokale verzorgingshuizen. Sommige instellingen hebben grote tekorten. Een aantal voorzieningen moet straks sluiten. De zorg in de regio is volstrekt onvoldoende om mensen te geven waar ze recht op hebben.”

De politiek mag geïnteresseerd zijn, zicht op een oplossing heeft Van Mossel niet. „Wat moet ik nu doen? De sleutel omdraaien? Kwetsbare mensen zorg onthouden of doorverwijzen?”

Dat laatste is een optie. Volgens Van Mossel zijn er regio’s waar zorgkantoren geld overhouden, dus daar kan een beroep op worden gedaan. Dat gebeurt ook. „We hebben mensen naar Dokkum gestuurd, en naar Amsterdam”, weet Ina Nieland, verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken in Thornspic. Ze noemt dat „pure armoede” en „een ramp”. Met Van Mossel en de wethouders vindt ze dat mensen zorg in hun eigen streek moeten krijgen. „In deze regio speelt de kerk een bijzondere rol. Je moet je sociale netwerk toch kunnen behouden? Er valt al zoveel weg als je oud wordt. Wat heb je in een ander deel van het land te zoeken als je altijd hier hebt geleefd?”

Een andere optie is dat zorgkantoren die geld over hebben dat overhevelen naar armlastige regio’s. Maar dat gebeurt niet. „Zot”, vindt wethouder Schipper. „Wij willen een oplossing voor zorgaanbieders die cliënten helpen en daar geen cent voor betaald krijgen. Het is geen oplossing mensen te verhuizen naar de zorg. De zorg moet dicht bij de mensen komen.”

Volgens Schipper en zijn collega’s mogen zorgkantoren van toezichthouder NZA de ‘productieruimte’ herverdelen, maar zijn die niet van zins mee te werken. Achmea Zorgkantoor in Zwolle, waaronder Noord-Veluwe ressorteert, wijst die beschuldiging af. „Wij pleiten ook voor overheveling”, zegt een woordvoerder. „Maar het is de NZA die de budgetten bepaalt.”

De NZA ziet geen probleem. „Het zorgkantoor heeft een budget, en het inzicht waar dat moet worden ingezet. Zíj hebben de zorgplicht, en maken scherpe afspraken over de hoeveelheid zorg en de prijs ervan. Melden zich instellingen met te veel cliënten, dan is het aan het zorgkantoor op zoek te gaan naar plaatsen elders. Die blijken er altijd te zijn. In de praktijk horen wij wel instellingen klagen, maar geen patiënten.”

Achmea Zorgkantoor procedeert niettemin tegen de zorgautoriteit over knelpunten in de AWBZ. Voor zijn zes zorgregio’s kwam Achmea vorig jaar 42 miljoen euro tekort. Dat leidde tot cliëntenstops in Drenthe en Flevoland. NZA noch andere regio’s zeiden toen geld over te hebben. Via de rechter tracht Achmea de NZA alsnog dit gat te laten dichten.

Woonzorg Unie Veluwe onderzoekt met andere zorgaanbieders in de regio ook of – en zo ja, hoe – de Staat en de NZA juridisch zijn aan te pakken. Van Mossel: „Het ministerie zegt: er is geen probleem in Nederland. De staatssecretaris zegt: er is geld genoeg. De NZA wijst naar de zorgkantoren, en vice versa.”

Van Mossel ziet op tegen de volgende stelselwijziging. De kapitaallasten die bij het woonzorgcomplex in Doornspijk horen, worden nu nog volledig vergoed. Straks krijgt hij geen geld meer ‘per baksteen’, maar wordt de huisvesting verrekend per patiënt. Een extra reden om veel cliënten te helpen. En een extra verliespost. „Tot we een oplossing vinden of de bank het krediet opzegt.”