Er is nog een toekomst na de vele schandalen

De wielerploeg High Road, het vroegere T-Mobile, heeft een nieuwe sponsor: Columbia. Manager Bob Stapleton is trots en neemt subtiel afstand van het besmette verleden.

Geen beter moment om een nieuwe wielersponsor te presenteren dan aan de vooravond van de Tour de France. Media-aandacht verzekerd. Dus slaat general manager Bob Stapleton van Team Columbia, voorheen High Road en T-Mobile, glimmend van trots gade hoe zijn renners één voor één de zaal binnenkomen van het Parc des Exposition in Brest. Het magenta van T-Mobile, groot gemaakt door Jan Ullrich en Erik Zabel, werd dit seizoen vervangen door het nietszeggende wit met wat geel en rood van High Road. Maar nu schittert de ploeg weer, voor minimaal twee jaar, in het fel blauwe shirt van de nieuwe hoofdsponsor Columbia.

„Wonderfull”, noemt Stapleton zijn team, de begeleiding en vooral de nieuwe sponsor. Laat maar aan de Amerikaanse miljardair over hoe hij public relations moet bedrijven. In de Tour van vorig jaar greep hij de zege in de eerste bergrit van de jonge Linus Gerdemann aan om de wereld duidelijk te maken hoe schoon T-Mobile onder zijn leiding was geworden. Een paar dagen later waren Duitsland en de Tour te klein toen T-Mobile-renner Patrick Sinkewitz bij een dope-affaire betrokken bleek. Dwars tegen de stroom in bleef Stapleton positief. Toen sponsor T-Mobile vanwege alle negatieve publiciteit afhaakte, betaalde hij de ploeg uit eigen zak door. En zie, vlak voor de Tour van 2008 komt de beloning.

Uitgerekend nu de wielersport door alle schandalen en ruzies sponsors kwijtraakt, vindt Stapleton een Amerikaans kledingbedrijf als nieuwe geldschieter. „Elk bedrijf wil zekerheden voordat ze geld in een sport steken. Ik wilde in eerste instantie met een nieuwe hoofdsponsor wachten tot na de Tour. Maar onze goede prestaties in het voorjaar hebben het proces versneld. Wanneer je als team laat zien dat je resultaten kunt halen en dat je betrouwbaar bent, geldt dat als een aantrekkelijke combinatie. Wielrennen is nog altijd een goed produkt.”

Volgens Christian Finell, general manager Europe, was zijn bedrijf Columbia er alles aan gelegen om de deal nog voor de Tour af te ronden. „Het heeft ons veel moeite gekost om alles op tijd af krijgen. De sponsornaam op de auto’s, de kleding. We zijn van oorsprong een Amerikaans bedrijf, actief in negentig landen en willen graag uitbreiden in Europa. We hebben alle vertrouwen in Stapleton en zijn team. Na de Olympische Spelen en het WK voetbal is de Tour de France het derde grote sportevenement in de wereld. Wij zijn trots dat we erbij zijn.”

Stapleton neemt intussen subtiel afstand van het verleden, van T-Mobile en Telekom. Naast grote successen (Tourzeges van Bjarne Riis en Jan Ullrich, zes keer de groene trui voor Erik Zabel) kwam de Duitse topploeg in opspraak door epo-bekentenissen en dope-affaires. Stapleton, die vorig jaar het management overnam van Olaf Ludwig, die op zijn beurt Walter Godefroot was opgevolgd, ziet zijn ploeg niet langer als Duits. „Ons team heeft geen historie van zeventien jaar. Het is jong en nieuw. Mijn visie is internationaal. We hebben vijftien renners onder de 25 jaar en een ploeg met zeventien nationaliteiten.”

Kopman in de Tour is de Luxemburger Kim Kirchen (30), vorig jaar zevende in Parijs en dit jaar al winnaar van de Waalse Pijl. In de vlakke ritten gokt Columbia, dat de 35-jarige George Hincapie als wegkapitein heeft, op de jonge sprinters Mark Cavendish (23) en Gerald Ciolek (22). „Ik droom van een top-vijf klassering en twee ritzeges”, zegt ploegleider Rolf Aldag.

Belangrijker is volgens Stapleton dat zijn team een voorbeeld kan zijn voor andere ploegen die een sponsor zoeken, zoals het Duitse Gerolsteiner. „Alles draait erom dat je een management hebt met een duidelijke visie op de toekomst van de sport en een goed antidopingprogramma. Dan komen de sponsors heus wel. Kijk naar Saxon (nu nog CSC) en Slipstream (in de Tour onder de naam Garmin-Chipotle).”

Zijn enige zorg is het voortdurende geruzie tussen de internationale wielerunie UCI en Tourorganisator ASO. „Dat maakt me nerveus.” Zijn team heeft nog geen licentie aangevraagd voor de UCI ProTour van volgend jaar. Hij lijkt de kant van ASO te kiezen. „De Tour is vergelijkbaar met de Superbowl, die moet je de ruimte geven.” Aan de andere kant vindt hij het onjuist dat ASO in deze Tour de dopingcontrole laat doen door de Franse bond in plaats van gebruik te maken van de bloedpaspoorten van de UCI. Maar laat hem niet te negatief zijn. „De ploegen komen steeds meer op één lijn, er verschijnt weinig in de media over ruzie. Dat zijn hoopvolle signalen. Okee, ik zei dat ik nerveus was. Nerveus, maar optimistisch.”