De pauw is opgevlogen

Een zomerweek van schrijver Maarten ’t Hart (1944). Waarin de pauw verdwijnt met een beeldschone mannetjesfazant.

Woensdag 25 juni

Waar is onze pauw is gebleven? Al een paar dagen is zij spoorloos. Anderhalf jaar geleden heb ik haar – het is een hen – overgenomen van een cardioloog bij wie zij, op zoek naar insecten, het rieten dak ruïneerde. Toen wij haar pas hadden, stond zij de hele dag in een klein model bushokje dat ik van afgedankte voorzetramen had gefabriceerd. Vooral ’s avonds laat en tijdens het hazegrauwen klonk haar trompetgeschal. Een gekwelde juichkreet, iets als Kè-rro-ah. Twee maanden geleden kwam een beeldschone mannetjesfazant langs. Vanwege zijn onberispelijke, hagelwitte boordje werd hij door ons witteman gedoopt. Van beide kanten was het liefde op het eerste gezicht. Samen hebben Pauw & Witteman sindsdien door onze hectare geparadeerd, de pauw met grote, bedachtzame stappen, als danst ze een pavane, de fazant met trippelpasjes, in het ritme van de cha cha cha. Om de pauw bij te houden moest hij twee stappen doen tegen zij één.

Donderdag

In de voerbak van de pauw deponeerde ik ’s middags de uiteindjes die je overhoudt als je boontjes afhaalt. Daar is de pauw dol op, en witteman eet altijd slaafs mee van wat de pauw voorgezet krijgt. Maar vier uur later, toen ik moe van het maaien, weer eens ging kijken, lag dat afhaalafval nog onaangeroerd in haar bak. Ook van haar andere voer had ze niets gegeten. Hoogst ongebruikelijk. Zou ze met witteman de hort op zijn?

Vrijdag

Grzimek: ‘De pauw is de oudste siervogel die men kent. Door zijn prachtige kleuren, zijn trouw aan zijn standplaats, en zijn verdraagzaamheid ten opzichte van andere vogels, werd hij een ideale siervogel. Daarbij komt dat hij de plantengroei weinig schade berokkent en ongevoelig is voor klimaatsveranderingen.’ Weinig schade aan plantengroei? Onze pauw eet alle opkomende spitskooltjes op, vergrijpt zich aan opkomende sperzieboontjes, en is net zo dol op jonge sla als Rutger Kopland, maar andere groenten laat zij doorgaans ongemoeid. Vorig jaar heeft onze pauw stevig huis gehouden in het volkstuintje van onze buurman. Die is sindsdien van diepe haat vervuld. Zou hij meer weten? Pauw & Witteman brachten samen namelijk ook regelmatig een onaangekondigd bezoek aan buurmans kippenhok en aten dan alle kippevoer op.

Zaterdag

Vanmorgen in alle vroegte, net toen het licht werd, meende ik een besmuikt Kè-rro-ah te horen. Of droomde ik dat? En droomde ik ook dat ik de fazant zijn antwoord hoorde kraaien? In ’t algemeen klinkt het gekraai van een fazant, een schor krok-krok, alsof de lever verroest is, maar bij deze fazant klinkt zijn krok-krok alsof hij burgemeester Opstelten imiteert. In mijn halfslaap leek het alsof zijn surround-sound van het naburige landgoed Oostergeest kwam. Als P & W daarheen zijn uitgeweken, kan ik ze geen ongelijk geven. In de wijde omtrek is niets mooier dan het lommerrijke landgoed Oostergeest met z’n statige bomen.

Zondag

In de tuin van Wahnfried hield Wagner twee witte pauwen, en de Amerikaanse schrijfster Flannery O’Connor kweekte pauwen. In haar brieven, uitgegeven onder de titel The habit of being, schrijft O’Connor: ‘Mijn dertig pauwen zouden onze oprijlaan voordelig kunnen decoreren, maar ze zitten liever op de deksels van vuilnisbakken of de sturen van tractoren.’ Toch vertelt ze verderop dat één van haar mannetjespauwen met zijn staart als slagboom automobielen tegenhield. ‘Als je er voorbij wou, moest je de auto uit en hem met bruut geweld opzij duwen.’ Nergens vermeldt zij ooit dat één van haar pauwen er vandoor is gegaan, wel dat ze een paartje verkoopt aan een man die haar vraagt: ‘Wij hebben zo’n aardige buurman, Bill Faulkner, die schrijft ook, is dat wat?’ Cosima Wagner deelt ons nimmer in haar dagboeken mee dat er een witte pauw vermist werd. Zowat het eerste wat iedereen opmerkt die ervaring heeft met pauwen is dat ze ongelofelijk honkvast zijn. Dus dat onze pauw er met witteman tussenuit geknepen zou kunnen zijn, lijkt onwaarschijnlijk. Maar waar is dit koddige tweetal dan gebleven? Op Oostergeest, waar ik vanaf het ochtendkrieken tot een uur of tien heb rondgezocht, heb ik ze nergens kunnen vinden. Zou ze ergens halverwege onze hectare en Oostergeest in de wildgroei van braamstruiken verstrikt zijn geraakt? Maaien dus maar, al die bramen, hoe zwaar mij dat ook valt.

Maandag

Zou iemand mijn pauw iets hebben aangedaan? Flannery O’Connor merkt op dat veel mensen pauwen haten. Als ze haar bloembedden weer hadden geruïneerd, riep haar moeder steeds: ‘Je hebt er te veel, ik ga ze afschieten.’

Wie Flannery met hond bezocht, moest het dier in de auto laten zitten. ‘Zodra ze een hond zien,’ vertelt ze, ‘vliegen de pauwenkuikens met een zenuwinzinking de boom in’. Onze hond en de pauw konden echter uitstekend met elkaar overweg, maar ‘t is waar, witteman deed het in z’n bruine broek als hij Roef waarnam. Daardoor werd de pauw ook schuwer. Schitterend weer overigens, eigenlijk te warm om te maaien, maar toch ben ik overal waar ze vastgeraakt zouden kunnen zijn met de zeis de bramen te lijf gegaan. Bloed, zweet en schrammen.

Dinsdag

Zelfs in de schaduw was ’t vanaf een uur of tien al te warm om te maaien, maar ik heb het volgehouden tot het middaguur in de hoop een spoor te zien van de pauw, al was het maar een staartveer. Helaas: niets gevonden, niets gehoord. Even na drie uur werd er op de woonkamerruit gebonsd. Een onbekende jongeman die mobiel belde. Toen ik open deed, haalde hij het mobieltje van zijn oor af en zei: ‘Ik ben de vriend van Karlyn. Ze heeft me gevraagd u te vertellen dat uw pauw al een paar dagen onder de bramen ligt in de heg tussen de buitenbak en het binnenweitje. Als Karlyn op haar paard in de buitenbak rijdt, kan ze precies z’n blauwe rug zien schemeren. Ze denkt dat hij dood is, want hij beweegt niet.’

Met de jongen liep ik naar de manege van mijn buren. In de buitenbak reden vier dames op twee schimmels en twee zwarte hengsten. Toen ik naderde, wees Karlyn mij waar onze pauw lag. Voorzichtig baande ik mij, tussen de braamstruiken door, een weg naar wat kennelijk haar laatste rustplaats was geworden. Van ver zag ik haar blauwe rug glanzen in het zonlicht. De jongen volgde mij. Toen ik wat dichterbij was gekomen, zag ik haar Potsierlijk Designkroontje in het briesje bewegen. Dat troostte mij. Mij leek het onwaarschijnlijk dat dat kroontje nog zo fier rechtop zou staan als ze dood was. Pal daarop keek ik in haar twinkelende rechteroogje, dat mij op haar beurt ook wantrouwig aanstaarde.

‘Ze is niet dood’, zei ik tegen de jongen, ‘ze lijkt gewond’. ‘Zal ik de dierenambulance bellen?’, vroeg hij, z’n mobiel reeds heffend.

‘Wacht nog even’, zei ik, ‘eerst eens zien wat er aan de hand is’.

Voorzichtig, om mij niet al te erg te verwonden aan de stekels, duwde ik de braamstruiken opzij. Nog voorzichtiger greep ik haar bij het achterlijf vast, net zoals ik haar had vastgegrepen toen ik haar bij de cardioloog van het erf had gehaald. Toen had ik haar meteen in de houdgreep kunnen nemen, maar ditmaal zaten braamranken in de weg en had ik haar niet klemvast. Met een bloedstollend Kè-rro-ah verhief ze zich vanuit de bramen, een deel van haar staart in mijn handen achterlatend. Enkele machtige slagen van haar vleugels, en ze was al ter hoogte van haar geliefde bushokje. De dodelijk geschrokken schimmels hinnikten. De zwarte paarden verhieven zich op hun achterbenen. Van ver weg klonk een geschokt krok-krok. Stomverbaasd staarde ik naar vijf kolossale, in het zonlicht glanzende, witte eieren, die netjes met hun puntige uiteinden naar elkaar toe, in een cirkel gerangschikt lagen.

‘Je hoeft de dierenambulance niet te bellen’, zei ik tegen de jongen, ‘ze zat te broeden. Laten we gauw omkeren, dan komt ze weer terug, niet te geloven, ze heeft vijf eieren gelegd.’

Onderweg naar huis neuriede ik opgetogen het Hongaarse volksliedje De pauw is opgevlogen, waarbij Zoltan Kodaly zulke beeldschone variaties heeft gecomponeerd.

‘s Avonds laat hoorde ik de pauw vanaf haar nest meejoelen met de kermisgeluiden die opklonken vanuit de dorpskern omdat in Warmond de Kaagweek woedt.

Woensdag 2 juli

Maaien hoeft niet meer, want het pauwennest is gelokaliseerd. Zou het overigens kunnen, nageslacht van pauw en fazant? Waarom niet? Ze zijn naaste familie van elkaar, bovendien heb je ook pauwfazanten, ‘hoendervogels’, aldus Grzimek, die zowel met de pauw als met de fazant bepaalde eigenschappen gemeen hebben. Putter en kanarie kun je makkelijk met elkaar kruisen, en die staan verder van elkaar af dan fazant en pauw. Ook tijger en leeuw, paard en ezel, mens en chimpansee kun je met elkaar kruisen. Kruis je mensen en chimpansees, dan krijg je Trots op Nederland-aanhangers, maar wat krijg je als je pauwen en fazanten kruist? Over een maand weten we meer. Wie weet worden er kuikens geboren die gaan lijken op de bronsstaartpauwfazanten waarover Grzimek opmerkt dat ze ’t meest op de oervorm van de pauwfazant lijken.

Overigens de hele dag gerommel in de lucht zonder dat ’t tot onweer kwam. Ook daverden er vele vliegtuigen over, die onder normale omstandigheden door onze pauw allemaal aangeroepen worden. (Zou ze denken dat ’t heel grote wittemannen zijn?) Toch heb ik de pauw de hele dag niet één keer horen schreeuwen. Begrijpelijk. Als je broedt, ben je kwetsbaar en je eieren zijn dat ook, dus dan is het parool: houd je koest.