De Koninklijke Weg

Dwars door Warschau steigert de Trakt Króleski, de Koninklijke Weg. Officieel begint hij op het Plac Zamkowy, naast het koninklijk paleis. Volgens man, die een liniaal op de kaart legde, begint hij eerder, bij de Koninklijke Bron. Dus daar starten we, in een gerafeld parkje, toegekrast door bonte kraaien.

De Bron zit onderin een minuscule, bekladde kasteeltoren. Er ligt een verlaten broek en in het bekken drijft een boterham. Onverstoorbaar welt het water op. Dat wel.

Nu de oude stad in. De gevels zijn gepleisterd in tinten bladderend oker, langs de dakgoten zitten engeltjes en borstbeelden en onnutte zandstenen siervazen. Hobbelkeien brengen naar pleintjes en een Plein. Je waant je honderden jaren terug.

Maar het is imitatie. In 1944 bliezen de nazi’s het oude Warschau op. De Polen herbouwden de buurt, steen voor steen.

Wat is echt, wat is niet echt? Echt is het stormachtig grijze zonlicht, dat straten en mensen en hun honden aftekent als op een ouderwetse ansichtkaart. Echt is de intimiteit van de buurt. Echt is de vrouw die bij een pomp haar gezicht wast en het afdroogt met de zoom van haar rok. Echt is het zingzeggen van de priesters dat uit de kerken waait.

We gaan de kerk in waar het hart van Frédéric Chopin wordt bewaard – in een nis achter een plaquette, tot teleurstelling van man. „Wat wilde je dan?” „Iets verschrompelds in een glazen doosje.”

De straat wordt een allée, pleinen zijn nu verkeerskruisingen. Een standbeeld van De Gaulle marcheert met de laarspunten kruiselings en de handpalmen naar buiten, alsof de Général een danspas probeerde.

De Koninklijke Weg is nu een autoroute, maar hij doet hier ook in pronkvilla’s, pronte dingen, neoclassicistisch met soms wat Jugendstil.

Langs de hekken van het Lazienskipark worden kersen aangeboden, servetten, onderjurken. Tussen de lindebomen bubbelen pianoklanken. Aan een vijver, naast het bronzen Chopinmonument, staat een concertvleugel. Iemand speelt Chopin, een mazurka, een nocturne, een polonaise. Honderden mensen zitten, liggen, hangen stil over het stuur van hun crossfietsen, en luisteren. Chopin verliet Warschau toen hij twintig was, maar deze stad laat deze zoon niet gaan.

We komen in een buitenwijk, met flats en kantoorgebouwen en autoverkeer dat soms ineens helemaal weg is. Eerst is dat aardig, maar het is ver en we smokkelen een stukje, we doen een paar haltes met de bus, tot het geelgouden Wilanów Paleis. Suikergoed en marsepein, lief doel van dagjesmensen en hun kinderwagens. Ik zie een bruid. Ik hoor een straataccordeonist.

Joyce Roodnat

14 km. De Koninklijke Weg loopt van het oude Warschau naar het Wilanów Paleis aan de rand van de stad. Er rijden vele bussen. In het Lazienskipark zijn er, bij mooi weer, in juni en juli elke zondagmiddag gratis pianoconcerten.