De kolen kunnen van de boot direct de centrale in

Energieconcerns willen in Nederland kolencentrales bouwen. Tot ergernis van de milieubeweging. Maar wat kan die doen? Het land is er ideaal voor. Het ligt aan zee en het heeft lege gasvelden.

Zwetende mannen in overalls lassen frames van betonstaal, zo groot als Griekse zuilen. De zon brandt. Een cementwagen stort zijn inhoud in een diepe betonnen koker. Een gleuvengraver vreet grond weg. „Het is aanpoten”, zegt manager Ruud de Haan van energiebedrijf E.ON, terwijl hij over de bouwplaats op de Maasvlakte loopt. Over vier jaar moet hier een kolencentrale staan.

E.ON is niet de enige. Het Duitse RWE en het Belgische Electrabel verwachten allebei eind dit jaar te beginnen met de bouw van een kolencentrale. Electrabel op de Maasvlakte, RWE in de Eemshaven. En Nuon beslist volgend jaar of het in de Eemshaven een kolencentrale gaat bouwen.

Allemaal tot ergernis van milieuorganisaties zoals Greenpeace. Volgens haar stoten de nieuwe centrales bijna net zo veel van het broeikasgas CO2 uit als alle auto’s in Nederland bij elkaar. En dat terwijl het kabinet zulke ambitieuze plannen heeft: in 2020 moet de uitstoot van broeikasgassen 30 procent minder zijn dan in 1990. Greenpeace voert fel actie tegen de kolencentrales. Dat doet GroenLinks ook. „Wij werken aan een wet om het gebruik van kolen zo duur te maken, dat kolencentrales niet meer rendabel zijn”, zegt Tweede Kamerlid Wijnand Duyvendak.

Volgens Greenpeace hebben de acties succes. Nuon zou vorig jaar al begonnen zijn met de bouw van zijn nieuwe kolencentrale, maar meldde vorig jaar september dat het de plannen uitstelt en over twee jaar opnieuw bekijkt. Afgelopen maart moest E.ON het werk op de Maasvlakte stilleggen, nadat Greenpeace een hiaat in de vergunningverlening had ontdekt. Uit protest plantte de milieuorganisatie daarna 2.008 boompjes op de bouwplaats. In mei meldde Essent vervolgens dat het zijn plannen voor de bouw van een nieuwe kolencentrale, in Geertruidenberg, terugtrekt. Greenpeace reageerde triomfantelijk. Andere bedrijven zouden volgen.

Maar dat is wellicht iets te voorbarig. E.ON heeft de werkzaamheden op de Maasvlakte inmiddels hervat. Alle 2.008 boompjes zijn uitgegraven en verpoot naar een bos in de buurt, vertelt De Haan. RWE en Electrabel laten weten niets te kunnen bedenken wat de geplande bouw van hun centrales nog kan blokkeren.

Wel is het voor kleinere spelers, zoals Essent en Nuon, de laatste tijd lastiger geworden, zeggen deskundigen. Maar dat heeft niks met Greenpeace te maken. Doordat er krapte heerst op de markt voor materieel en personeel, stijgen de projectkosten. Kleinere spelers komen eerder in de knel met hun winstmarges. Grote internationale concerns als E.ON en Electrabel kunnen bij de leveranciers van kolencentrales prijsvoordelen bedingen door er meerdere tegelijk te bestellen. E.ON bouwt nog drie andere kolencentrales, een in Antwerpen en twee in Duitsland.

Volgens Sjoerd Sieburgh Sjoerdsma, directeur strategie en ontwikkeling bij RWE Nederland, is Nederland als locatie eenvoudigweg te interessant om links te laten liggen. De elektriciteitsprijs is er, vergeleken met omringende landen, hoog. Dat komt omdat er veel gascentrales staan. Gas is nu duur, omdat de gasprijs is gekoppeld aan de olieprijs. Bovendien groeit de vraag naar elektriciteit. Op de Maasvlakte staan onder meer zes nieuwe chemische fabrieken gepland en in het noorden van het land wil een aantal grote IT-bedrijven datacentra vestigen. „Er is een boost aan bedrijvigheid”, zegt Sieburgh Sjoerdsma.

Nederland heeft meer voordelen. Het ligt aan zee. Dus is er veel koelwater voor handen. Wie herinnert zich niet de hittegolf van 2004, toen voor de elektriciteitscentrales in het binnenland een tekort aan koelwater dreigde omdat de rivieren te zeer waren opgewarmd? Aan de kust liggen ook de havens en kolen worden, anders dan gas, per schip aangevoerd. Vestiging bij een haven beperkt de transportkosten. Een voordeel, zeker met de huidige hoge olieprijzen, zegt Maus van Loon, directievoorzitter van Electrabel Nederland. „De kolen kunnen bij wijze van spreken vanaf de boot zo de centrale in.”

Wat zijn de alternatieven voor kolen? Windenergie is schoon, maar niet zo betaalbaar en betrouwbaar – want het waait niet altijd. Gas is redelijk schoon, en bovendien betrouwbaar: Nederland beschikt over ruime voorraden. Maar dat verandert over een jaar of twintig. Daarna zal de import ervan stijgen, en groeit de afhankelijkheid van Rusland. Kolen zijn betaalbaar. En de voorraden liggen verspreid over de hele wereld.

Maar kolen hebben één groot nadeel. Bij de verbranding komt twee keer zoveel CO2 vrij als bij gas. Bedrijven zullen dat gaan merken in hun portemonnee, als gevolg van strenger wordend klimaatbeleid. In Europa krijgen grote CO2-uitstoters zoals elektriciteitsbedrijven emissierechten toegewezen van de overheid. Bedrijven die meer uitstoten dan is toegestaan, zullen rechten moeten bijkopen van bedrijven die rechten over hebben. Het totale aantal emissierechten daalt in de loop der jaren. Daardoor worden de rechten schaarser, wat de prijs opdrijft. Nu ligt de CO2-prijs om en nabij de 25 euro per ton.

Brussel werkt aan plannen om het systeem voor emissiehandel verder aan te scherpen. De energiebedrijven voeren daar een sterke lobby tegen, aangevoerd door E.ON, RWE, het Franse EDF en het Italiaanse Enel. Volgens Tweede Kamerlid Diederik Samsom (PvdA) wordt er op dit moment het Amerikaanse plattelandsspelletje chicken gespeeld. „Je rijdt met twee tractoren op elkaar af en de vraag is wie het eerst de greppel in stuurt”, zegt hij. De energiebedrijven proberen volgens hem zo lang mogelijk vast te houden aan hun lobby voor een lage CO2-prijs.

Maar ze anticiperen ook alvast op een situatie van een veel hogere CO2-prijs, tussen de 40 en 50 euro per ton. Samsom: „Er ligt ergens een omslagpunt waarbij de opslag van kooldioxide commercieel interessanter wordt dan het kopen van extra emissierechten. Het bedrijfsmodel draait dan radicaal om: energiebedrijven zijn dan juist gebaat bij een hogere CO2-prijs, en gaan in Brussel lobbyen voor een stringenter milieubeleid. Naar die dag kijk ik nu al uit.”

Om daarop vooruit te spelen, maken de concerns hun centrales bijvoorbeeld geschikt voor het bijstoken van biomassa, zodat ze schoner produceren. Ook experimenteert de sector met ondergrondse opslag van CO2. Sinds april test E.ON bij zijn bestaande kolencentrale op de Maasvlakte allerlei manieren om zo efficiënt mogelijk CO2 uit de rookgassen te halen. RWE doet dat ook al. Electrabel begint er binnenkort mee bij z’n kolencentrale in Nijmegen. Mochten de emissierechten straks duurder worden, dan bouwen de bedrijven een module aan de centrale voor het wegvangen van kooldioxide.

Dat is nóg een reden om de kolencentrale juist in Nederland neer te zetten. Er zijn veel (bijna) lege gasvelden waarin CO2 is op te slaan, met name in Noord-Nederland en voor de kust bij de Maasvlakte, precies waar de nieuwe kolencentrales gepland zijn.

Kortom, de sector richt de nieuwe kolencentrales zo flexibel mogelijk in. Worden kolen duurder, dan kan er meer biomassa bij, en omgekeerd. En wordt CO2 duur, dan kan meer worden opgeslagen.

Topman Wulf Bernotat van E.ON, die afgelopen week een kijkje kwam nemen op de Maasvlakte, is er van overtuigd dat kolen belangrijk blijven. In 2020 wil Nederland dat 20 procent van de verbruikte energie duurzaam wordt opgewekt. Dat betekent dat nog steeds 80 procent van fossiele brandstoffen komt. „Kolen zullen verbrand worden. En als wij het niet doen, dan gebeurt het wel in China en India.”

Op de Maasvlakte vertelt een onderhoudsmonteur dat vestiging aan de kust ook nadelen heeft. Hij staat bij de bestaande kolencentrale van E.ON en wijst omhoog, naar wat ijzerwerk. Overal roest. „De zilte zeewind en de meeuwenstront vreten alles aan”, zegt hij. Hier is veel meer onderhoud nodig dan in het binnenland. „Maar dat nemen de energiebedrijven blijkbaar op de koop toe.”