De droom van VAN DE VELDE

Doordat hij de hoofdrol als Tiuri de schildknaap kreeg in de film ‘De Brief voor de Koning’, die 16 juli in première gaat, weet Yannick van de Velde (18) nu welke droom hij wil najagen.

Ziet mijn haar er niet te rood uit? Voor de filmopnames moest het blond geverfd, en ik was dat blonde zo zat, dat ik gisteren naar de kapper ben geweest. De opnames zijn allemaal achter de rug nu. Maar het lijkt wel rood geworden...

‘Vorig jaar was ik net klaar met mijn eindexamen gymnasium in Utrecht. Grootse plannen voor de toekomst had ik niet. Ik wilde niet meteen aan een nieuwe lange studie beginnen na zes jaar studeren op school. Ik wilde even een jaar lekker niks doen. Het plan was om met een paar vrienden een jaartje naar Spanje te gaan, om de taal goed te leren. Ik hou van talen, ik vind Spaans een mooie taal.

‘Toevallig kwam toen het verzoek om auditie te doen voor een rol in de film De Brief voor de Koning. Ik wist niet dat ik daarvoor gevraagd zou worden. Ik was ook niet per se van plan acteur te worden. Ook al heb ik wel wat ervaring, omdat ik vanaf m’n tiende heb gespeeld in films als Kruimeltje en ‘In Oranje’. Dat kwam niet alleen omdat mijn vader filmregisseur is. Ik wou het ook zelf. Ik heb, geloof ik, als 11-jarige al eens een brief gestuurd naar een filmmaatschappij om een rol te krijgen. Al is het niet zo dat ik na mijn eindexamen direct dat pad op wilde.

‘Toen kwam de vraag van De Brief voor de Koning. Ik kende het boek [van Tonke Dragt, uit 1962] niet. Ik ben het gaan lezen. Ik vond het prachtig. Over de riddertijd, over een 16-jarige schildknaap, Tiuri, die de taak op zich neemt een brief aan de koning te bezorgen en dan allerlei avonturen beleeft. Ik dacht: deze film moet ik hebben. Hier wil ik aan meedoen. En ze wilden mij ook. In de hoofdrol, als Tiuri.

‘Zo ben ik er in gerold. Ik ben nog even een tijdje in Spanje geweest, en heb met vrienden een taalstudie gedaan, maar toen begon de voorbereiding voor de film. Tiuri de schildknaap reist praktisch de hele film per paard, om de brief voor de koning te bezorgen. Ik kon niet paardrijden. Dus dat moest ik leren. Nou vond ik dat zo’n beetje het meest meisjesachtige wat je kan doen, op paardrijles gaan. Dat is voor watjes. Dus toen ik de eerste keer naar de manege in Utrecht ging, had ik mijn voetbaltenue aan gedaan. Zodat als ik iemand onderweg op de fiets zou tegenkomen, die niet zou denken: die gaat paardrijden. Maar: die gaat voetballen.

‘Ik heb ook nog les gehad in paarden mennen, van wereldkampioen vierspan mennen IJsbrand Chardon in Schipluiden, en ook in Keulen heb ik nog paardrijles gehad. De Brief aan de Koning is namelijk een internationale productie: we hebben in Duitsland, Oostenrijk in de sneeuw en de bergen gefilmd, en ook nog in België en Luxemburg – en één dag in Nederland.

‘Behalve paardrijden moest ik ook leren zwaardvechten. Want het is een ridderfilm. En Tiuri moet heel wat vechten. Zwaardvechten ook. En dat moet een beetje geloofwaardig soepel overkomen, als je de hoofdrol hebt. Nu heb ik niet zo’n aanleg voor zwaardvechten. Maar ik heb het geleerd van Ron Sleeswijk in Rotterdam; die heeft een sportschool waar ze je allerlei technieken kunnen leren. Ook vechten met creditcards bijvoorbeeld! Ik heb echt mijn best gedaan om die zwaardtechniek goed te krijgen.

‘Het filmen vond ik geweldig. We hadden een voornamelijk Duitse crew, ik spreek nu vloeiend Duits. De regisseur Pieter Verhoeff vind ik erg goed. Hij had nog nooit een kinderfilm geregisseerd, maar hij was erg gedreven en wist precies wat-ie wilde. We hebben in de bossen en de bergen gefilmd, en het is surreëel, als je steeds in zo’n middeleeuws decor bent. Met kastelen en bos, en bijna niks moderns om je heen. En honderden mensen in middeleeuwse klederdracht. Je voelt je dan echt in de Middeleeuwen.

‘Het verhaal vind ik ook erg goed. Het begint er mee dat Tiuri met andere jonge schildknapen een nacht in een kerk moet doorbrengen. Als ze dat volbrengen, worden ze ridder. Maar dan wordt er aangeklopt en een stervende ridder vraagt een van hen een brief aan de koning te bezorgen. Kijk, Tiuri kan de keuze maken. Hij kan lekker blijven chillen in de kerk, en dan wordt hij sowieso ridder de volgende dag. Maar hij denkt: wat die stervende ridder vraagt, is oprecht. Ik ga hem helpen, ik ga de kerk uit, dan word ik maar geen ridder. De anderen blijven binnen. Maar Tiuri kiest voor een pad vol avonturen en tegenslagen. Het is een mooi verhaal over volwassen worden, keuzes maken.

‘Ik moet zeggen dat na deze ervaring, van het maken van deze film, ik echt serieus de beslissing heb genomen dat ik acteur wil worden.

‘Dat had ik voor deze film dus niet. Na dat jaar Spanje had ik misschien geschiedenis of journalistiek wil-len doen. Daar had ik vage plannen over. Ik wil graag dingen van de wereld weten, ik wil graag de wereld zien. Dat kan met zulke studies. Maar de filmervaring met De Brief voor de Koning heeft nu toch ervoor gezorgd dat ik in de film door wil gaan.

‘Ik ga kijken of er meer rollen zijn. Ik denk erover auditie te doen bij de toneelschool. Later misschien naar de filmacademie, om regisseur te worden ook nog. En leren schrijven voor film. Mijn vader is regisseur, zoals gezegd, en hij laat me helemaal met rust, ik ben vrij in wat ik wil. Maar als het om filmen gaat, heeft hij gezegd: leer ook film schrijven – dan heb je altijd werk. Dus dat wil ik ook.

‘Ja, en mijn ultieme droom is natuurlijk in Hollywood op het podium staan met een Oscar in m’n handen. Maar dat is echt een droom. Maar of die uitkomt weet ik niet. Ik ga eerst verder met acteur worden. En of ze nou in Amerika op mij zitten te wachten, dat moet ik ook nog maar eens zien. Ik heb ook niet zo’n vooropgezet plan, zo van op mijn 20ste ben ik daar, op mijn 30ste doe ik zus en zo en krijg ik kinderen. We zien het allemaal wel. Misschien ga ik ook een acteercursus in New York doen. Maar kijk, als Hollywood op mijn weg komt, dan zal ik niet een stap naar links of naar rechts doen. Dan zal ik in een hogere versnelling er op af gaan.