Colombia speculeert over toekomst populaire Uribe

President Uribe is na de bevrijding van 15 gijzelaars uit de handen van de FARC populairder dan ooit in Colombia. De politieke impact van zijn verstevigde positie kan groot zijn.

Zijn supporters zijn al handtekeningen aan het verzamelen. Zodat er een referendum kan worden georganiseerd over een mogelijke derde termijn voor de Colombiaanse president. Álvaro Uribe, aan de macht sinds 2002, kan bijna niet meer stuk in eigen land. Na de sensationele bevrijdingsactie waarbij 15 gijzelaars uit handen van guerrillabeweging FARC werden gered, lijkt zijn positie onaantastbaar.

Met de bevrijdingscoup heeft de regering de FARC (Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia) in korte tijd opnieuw een enorme opdoffer gegeven. Dit jaar deserteerden al meer dan duizend guerrillero’s, liep een belangrijke commandant over en verloren drie FARC-leiders het leven. Voor veel Colombianen staat het vast: Uribe heeft de FARC, die sinds 1964 actief is, bijna op de knieën.

„Uribe is nog nooit zo populair geweest. Hij zou zo voor de derde keer tot president gekozen kunnen worden”, zegt César Restrepo analist en professor Overheid en Internationale Betrekkingen van de Externado Universiteit van Colombia, telefonisch vanuit Bogotá. Maar of dat goed zou zijn voor de Colombiaanse democratie, zegt Restrepo, is twijfelachtig. „Het zou in het buitenland geen goede indruk maken.”

Toen woensdag het nieuws losbarstte over de bevrijding van de gijzelaars, onder wie de ex-presidentskandidate Ingrid Betancourt en drie Amerikanen, kwam er bijna onopgemerkt nog een goed bericht naar buiten voor Uribe. De afgelopen maanden lag de president in de clinch met het hooggerechtshof. Dat trok vorige week nog zijn herverkiezing in 2006, waarvoor de grondwet moest worden aangepast, in twijfel als gevolg van een omkoopaffaire.

Het hooggerechtshof vond dat het constitutionele hof nog eens naar de herverkiezing moest kijken. Uribe reageerde furieus. Hij kondigde daarop een referendum aan waarin Colombianen zelf zouden moeten bepalen of de herverkiezing over moet of niet. Zover zal het mogelijk niet komen: woensdag liet het constitutionele hof weten geen reden te zien de herverkiezing van 2006 aan een nieuw onderzoek te onderwerpen.

In Bogotá wordt inmiddels driftig gespeculeerd over de toekomstplannen van de president. Ondanks zijn grote populariteit, zal het geen simpele klus zijn voor Uribe opnieuw een grondwetswijziging door het congres te krijgen om zich voor de derde keer kandidaat te kunnen stellen. In de aanloop naar de herverkiezing in 2006 gaf het constitutionele hof weliswaar groen licht, maar het moest wel, in het belang van de democratie, bij één herverkiezing blijven.

Het zal bovendien niet eenvoudig zijn een meerderheid in het congres te vinden voor een dergelijke stap. Zijn regering steunt nu op drie grote partijen en enkele onafhankelijke volksvertegenwoordigers. Onder de parlementsleden van deze partijen is er een groep van ruim zestig die verdacht wordt van – verboden – connecties met paramilitaire groepen. Een aantal congresleden, met banden met paramilitairen, zit al achter slot en grendel. „Het is daardoor nu al moeilijk voor ze om er bijvoorbeeld een wetsvoorstel over biobrandstoffen doorheen te loodsen”, zegt Nicolás Urrutia, veiligheidsanalist van Fundación Ideas para la Paz in Bogotá.

In het kabinet zitten bovendien politici die in 2010 zelf een poging willen wagen president te worden. Mocht Uribe dat niet onderkennen, dan zou de eensgezindheid in de coalitie afbrokkelen. „De regering wordt anders wel erg een onemanshow”, zegt Restrepo.

Niettemin kreeg Uribe deze week alvast bijval van de bevrijde Betancourt. Vers uit de ketens van de FARC vertelde zij een derde termijn voor Uribe niet af te wijzen. Zijn consistente, compromisloze aanpak van de FARC heeft ook volgens haar vruchten afgeworpen.

Een jaar terug was niet iedereen zo overtuigd van Uribe’s strategie. Bij het vrij krijgen van gekidnapte mensen, boekte hij weinig succes. Dat werd deels gezien als een gevolg van zijn starre houding. Hij wilde onderhandelen, maar niet op de voorwaarde van de guerrillero’s, dat eerst daarvoor een gedemilitariseerde zone moest komen.

Het afgelopen jaar stond de Colombiaanse regering echter sterk onder druk van Frankrijk. Parijs maakte zich zorgen over Betancourt, die ook Franse is. De pressie leidde er zelfs toe dat ook Hugo Chávez, president van Venezuela, zich er mee mocht bemoeien. Tot ergernis van Uribe liet de FARC na bemiddeling van Chávez begin dit jaar wel enkele gijzelaars vrij.

Voor buitenlandse inmenging hoeft Uribe minder te vrezen, nu de FARC haar buitenlandse gijzelaars kwijt is. „Dat geeft hem meer bewegingsvrijheid om verder te gaan met zijn eigen harde beleid, uit de schijnwerpers van het buitenland”, zegt analist Urrutia.

Deze week riep Uribe de FARC nog op aan te schuiven aan de onderhandelingstafel. Het was een serieus voorstel waar tegelijkertijd niemand veel van verwacht. Praten is voor de FARC alleen interessant als dit ook in politieke zin wat op zou leveren. Zo ver zal Uribe nooit gaan. „De president zal het FARC-probleem liever oplossen zoals hij met de paramilitairen deed: amnestie voor de voetsoldaten, terwijl de top zich bij de Commissie voor Justitie en Vrede moet verantwoorden”, zegt Urrutia.

Wellicht dat daar nog een rol is weggelegd voor Betancourt. Hoewel zij in het jaar van haar kidnapping, als links-liberale presidentskandidate, beperkte bekendheid genoot, is dat nu anders. Ze is een symbool geworden van de Colombiaanse natie, zeer populair en nog steeds geïnteresseerd in de presidentspost, zei ze woensdag.

Zij gaf ook aan zich te willen inzetten voor gesprekken met de FARC, om te werken aan de vrijlating van de talrijke andere gijzelaars waar de marxistische beweging mee door de jungle zwerft. Of Uribe op die hulp zit te wachten, is een andere vraag. Utturia: „Uribe wil praten, maar pas als de FARC met de rug tegen de muur staat.”