CDA-bewindslieden boos over uitspraken Wilders

PVV-leider Geert Wilders heeft zich opnieuw het ongenoegen op de hals gehaald van twee CDA-prominenten in het kabinet. Aanleiding zijn de uitlatingen van Wilders over de actie in Jordanië om hem te vervolgen voor de film Fitna.

Minister-president Balkenende en minister Verhagen (Buitenlandse Zaken) kapittelden Wilders gisteren in het bijzonder om zijn kritiek op de Jordaanse koning Abdullah II, die hij omschreef als „een (verlicht) despoot”. Verder stelde de PVV-leider in een interview met de Volkskrant dat „Jordanië en zijn koningshuis” (bevriend met het Nederlandse koningshuis, red.) „de politieke en democratische fase van de Neanderthalers nog niet is ontstegen”. Hij vindt dat Nederland de banden met Jordanië moet verbreken, inclusief die tussen de twee koningshuizen.

De uitlatingen van Wilders volgden op het besluit van het Openbaar Ministerie in Amsterdam dat hij, ondanks een groot aantal aangiftes tegen hem, niet zal worden vervolgd voor belediging of het zaaien van haat. In Jordanië heeft de rechter onlangs bepaald dat een vervolging is toegestaan.

Premier Balkenende toonde zich na afloop van de ministerraad verbaasd over de uitspraken van Wilders. „Dit dient de zaak niet”, aldus Balkenende. Hij wees er op dat de koning in 2006 in Amsterdam nog sprak over moslims in niet-islamitische landen en daarbij ook pleitte voor de dialoog.

Verhagen heeft direct zijn collega in Jordanië laten weten dat het Nederlandse kabinet zich distantieert van de uitlatingen. Desondanks zal Verhagen het recht verdedigen dat Wilders zich uitspreekt zoals hij doet. „Ook als hij spreekt over ‘een minister die moet laten zien dat ie ballen heeft’. Maar het is niet mogelijk zich in een rechtssysteem van een ander land te mengen”, aldus Verhagen in een brief aan de Tweede Kamer. De Nederlandse regering vraagt nu al aan landen waar Wilders naartoe wil reizen de garantie dat hij niet aan Jordanië wordt uitgeleverd. De klacht tegen Wilders is gedaan door de leider van ‘The Messenger of Allah Unites Us’.