‘Zonder CO2-opslag kunnen we het schudden’

Rotterdam wil CO2 ondergronds opslaan onder Barendrecht. Maar de bevolking daar ligt dwars. Niets van aantrekken, vindt Ruud Lubbers, mits het veilig is.

Ruud Lubbers wil wat rechtzetten. Over het opslaan van het broeikasgas CO2 in de gemeente Barendrecht. Energiebedrijf Shell heeft daarvoor vergevorderde plannen, in samenwerking met de Nederlandse Aardolie Maatschappij. Beide concerns willen een deel van de CO2 (ruim 10 miljoen ton) die vrijkomt bij de raffinaderij in Pernis afvoeren naar Barendrecht, en daar in twee bijna lege gasvelden pal onder twee woonwijken injecteren. De lokale bevolking is bevreesd voor de gevolgen. Minister Cramer (Milieu, PvdA) plaatste onlangs ook vraagtekens. Lubbers, stellig: „Mevrouw Cramer maakt niet uit of het veilig is of niet.”

Lubbers (69) ontvangt in zijn Rotterdamse flat, op zes hoog, aan de Nieuwe Maas. Zijn woonkamer biedt een imposant uitzicht op de stad en het water. De oud-premier en voormalig Hoge Commissaris bij de Verenigde Naties zet zich tegenwoordig in voor Rotterdam, waar hij is geboren en getogen.

Lubbers is het gezicht van het Rotterdam Climate Initiative (RCI), een ambitieus plan om de CO2-uitstoot van de stad in 2025 met de helft te verminderen ten opzichte van 1990: van de huidige 33 miljoen ton naar 14 miljoen ton. En dat terwijl er de komende jaren vijf nieuwe elektriciteitscentrales in het havengebied bijkomen, en de CO2-uitstoot zonder ingrijpen juist met 50 procent zal toenemen. Stad en haven zijn nu verantwoordelijk voor eenvijfde van de totale Nederlandse CO2-emissie.

Centraal in het Rotterdamse klimaatplan staat de grootschalige ondergrondse opslag van de CO2 die door de raffinaderijen, chemische fabrieken en elektriciteitscentrales in het havengebied worden uitgestoten. „Dat is tweederde van het plan. Zonder CO2-opslag kunnen we het schudden”, constateert Lubbers.

In de eerste fase van het Rotterdamse klimaatplan speelt Barendrecht een essentiële rol. Als proefproject moet het belangrijke informatie opleveren voor vervolgprojecten. Lubbers: „Enige tijd geleden heeft de overheid een tender uitgeschreven voor een proefproject om CO2 ondergronds op te slaan. Shell dingt met zijn Barendrecht-project mee naar een van de twee subsidies van 30 miljoen euro. Maar er dreigt nu een misverstand te ontstaan. Het al of niet verlenen van de tender aan Shell zou meteen een uitspraak zijn of het Barendrecht-project wel of niet voldoet aan de veiligheidsnormen. Dat is absoluut niet het geval.”

Wat dacht u toen mevrouw Cramer onlangs zei dat het wellicht niet zo’n goed idee is om CO2 op te slaan onder dichtbevolkt gebied?

„Ik heb toen tegen Jan van den Heuvel [directeur van de regionale milieudienst DCMR, red.] gezegd: Jan, dit is niet goed, we moeten niet langer toekijken. Het bezorgt DCMR een slechte naam. Er dreigt bij de burgers een sfeer te ontstaan van: zie je wel, ook mevrouw Cramer twijfelt, dus het zal allemaal wel niet in de haak zijn. Dat is niet terecht en dat kunnen we niet gebruiken. DCMR gaat nu een onderzoek doen naar de veiligheid van het Barendrecht-project.”

Wat is het alternatief als de tender niet naar Barendrecht gaat?

„Dan is de eerste vraag of Shell het project belangrijk genoeg vindt om het ook zonder subsidie door te zetten. Als Shell afhaakt, moeten we op zoek naar alternatieven. We hebben meer opslagmogelijkheden. Voor ons klimaatplan betekent het twee jaar tijdverlies, niet meer en niet minder.”

Maar Barendrecht zou een mooie eerste en symbolische dominosteen kunnen zijn?

„Meer dan alleen symbolisch. Je hebt wat uit te leggen als je een bijna leeg gasveld niet benut om CO2 in op te slaan. Waarom niet? Wij zien de argumenten niet.”

Heeft u begrip voor de sentimenten die onder de bevolking leven?

„Uiteraard. Het is legitiem om de vraag te stellen: is het veilig en zorgt het voor waardevermindering van mijn huis? Als politicus heb ik indertijd meegemaakt hoe men in Barendrecht gas begon te winnen. Als ik ook maar één moment had getwijfeld, had ik aangedrongen om in te grijpen. Er is sindsdien niets gebeurd. Ook al is dat geen garantie dat het met CO2 ook goed gaat. Vandaar dat DCMR onderzoek gaat doen.”

Hoever moet je gaan als de zorgen van de bevolking niet verdwijnen?

„Ik twijfel niet aan het oordeel en het vakmanschap van onze milieudienst. Hoewel DCMR zelf ook lid is van het RCI, baseert de dienst zich bij zijn oordeel op de onafhankelijke commissie die een milieu-effectrapportage opstelt. Bovendien is DCMR gebonden aan de wet Milieubeheer. Van belangenverstrengeling is dus geen sprake.”

Maar wat als DCMR concludeert dat het veilig is en de bevolking toch tegen blijft?

„Dan zeg ik: wél doen. Dit proefproject is van cruciaal belang voor het Rotterdamse klimaatplan en daarmee voor heel Nederland.”

Lees het rapport van het Rotterdam Climate Initiative via nrc.nl/economie