Wellesnietesspelletje in mbo en hbo

Werkgevers in onderwijs zeggen dat ze te weinig geld krijgen voor recent akkoord.

Iedereen wist allang hoeveel ze kregen, zegt de minister.

We kunnen alleen „hopen en bidden”, zei Tweede Kamerlid Martin Bosma (PVV) gistermiddag. Daarmee vatte hij samen hoe het parlement en de minister nu denken over het conflict rondom de lerarensalarissen in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs (mbo en hbo).

De werkgevers in deze twee onderwijssectoren weigerden eerder deze week hun handtekening te zetten onder het akkoord dat alle sociale partners hadden gesloten met minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) over salarisverhoging van leraren. In het basis-en voortgezet onderwijs staat al wel vast dat de leraren meer loon krijgen.

De Tweede Kamer was gisteren met spoed bijeen om de kwestie te bespreken. Maar de politiek kan niets doen. De werkgevers zijn in conflict met de vakbonden. Die moeten het met elkaar uitvechten.

Hoe zit het probleem in elkaar? Dat verschilt per sector.

Het mbo had 131 miljoen van Plasterk gekregen om de leraren meer te betalen. Werkgevers en bonden spraken in april af welke categorie leraren voor dat geld naar welke schaal kon promoveren. Naderhand ontdekten de werkgevers dat die afspraken niet na te komen zijn voor 131 miljoen. Ze hebben nu om „meer tijd” gevraagd om met de bonden te onderhandelen. Voorzitter Jan van Zijl van werkgeversorganisatie MBO Raad zei gisteren dat hij verwacht er „binnen afzienbare tijd” uit te komen met de vakbonden.

De situatie in het hbo is net even anders. Ook in deze sector zeggen de werkgevers dat de gemaakte afspraken niet zijn uit te voeren voor het beschikbaar gestelde bedrag, in dit geval 26 miljoen euro. Maar er is meer aan de hand.

De komende jaren gaat 35 procent van de docenten op hogescholen met pensioen. Dat zijn voornamelijk leraren die, op basis van het aantal dienstjaren, aan de bovenkant van salarisschaal twaalf zitten – een bedrag dat kan oplopen tot 4.733 euro per maand.

Hun vervangers komen in schaal tien, tussen de 2.356 en 3.566 euro. Door de afspraken tussen werkgevers, vakbonden en Plasterk zouden ook deze leraren recht krijgen op schaal twaalf. Dát kan niet voor 26 miljoen euro, zegt werkgeversorganisatie hbo-raad.

Klopt, zegt Plasterk, maar dat wist de HBO-raad ook al in april. Het is dus een „eigenaardige en ongebruikelijke gang van zaken” dat de werkgevers nu ineens weigeren te tekenen. „Ik betreur het beeld dat nu ontstaat dat de hele verhoging van de lerarensalarissen niet meer doorgaat.”

Zo kom je terecht in een „welles-nietesspelletje”, reageert de HBO-raad. Volgens de werkgevers laten nieuwe cijfers over de onderwijsarbeidsmarkt wel degelijk een nieuwe situatie zien.

De werkgevers in mbo en hbo pleiten niet voor meer geld, ook al zou er respectievelijk 25 en 34 miljoen euro extra nodig zijn. Dat geld komt er ook niet, liet Plasterk gisteren weten. „Dat is niet fair ten opzichte van het basis- en voortgezet onderwijs, waar de sociale partners wél hebben getekend.”

De Tweede Kamer berustte erin. Alleen de SP en GroenLinks wilden, net als vakbond AOb, een stevigere rol voor Plasterk. Zo zou hij volgens Jasper van Dijk (SP) zélf een cao moeten vaststellen in de twee probleemsectoren.

Daarvoor is onvoldoende steun in het parlement. De meeste partijen beseffen dat afwachten het enige devies is. De minister hoopt dat de werkgevers en werknemers er „voor het begin van het nieuwe schooljaar” uit zijn.

De PvdA vroeg nog bezorgd naar de bijscholingsmogelijkheden voor mbo- en hbo-docenten. En naar het cadeautje van 200 euro dat alle leraren in oktober krijgen. Geen zorgen, aldus Plasterk. Ook mbo- en hbo-docenten kunnen aanspraak maken op bijscholing en krijgen het presentje.

Alleen hun salarisverhoging laat nog voor onbepaalde tijd op zich wachten.

Lees meer artikelen over het onderwijs op nrc.nl.onderwijs